Noordpool telt veel verborgen soorten

Er leven meer (planten)soorten op de Noordpool dan biologen tot nu toe aannamen. Dat concluderen Noorse en Amerikaanse onderzoekers na kruisingsexperimenten met drie soorten hongerbloempjes (geelbloeiende rotsplantjes uit de koolfamilie) die in de poolstreken groeien.

Plantjes van deze drie soorten (Draba fladnizensis, D. nivalis en D. subcapitata) blijken binnen hun eigen populaties wel vaak vruchtbare nakomelingen te produceren (63 procent). Maar als plantjes van dezelfde soort afkomstig uit verschillende gebieden in Alaska, Groenland, Spitsbergen en Noorwegen met elkaar worden gekruist, levert dat slechts 8 procent vruchtbare nakomelingen op, zo rapporteerden de onderzoekers gisteren in Proceedings of the National Academy of Sciences. De oorzaak van die incompatibiliteit tussen populaties is waarschijnlijk genetisch. Het betekent volgens de onderzoekers dat er in de loop van de evolutie cryptische soorten zijn ontstaan, die uiterlijk niet van elkaar te onderscheiden zijn. De biodiversiteit op de Noordpool is dus mogelijk veel groter dan het lijkt.

Volgens de onderzoekers is de meest aannemelijke verklaring voor het ontstaan van incompatibele populaties dat de drie soorten hongerbloempjes alledrie zelfbestuivers zijn. Zelfbestuiving bevordert inteelt, waardoor niet-dominante eigenschappen in populaties geïsoleerd kunnen raken.

Bij andere zelfbestuivende planten uit gematigde streken zijn ook wel cryptische soorten ontdekt, maar niet op de schaal waarop zij nu in het poolgebied zijn aangetroffen.