Kenia verschroeit en verschrompelt

Grote delen van Kenia worden al maanden, soms jaren, geteisterd door droogte. Circa 3,5 miljoen mensen zijn inmiddels aangewezen op voedselhulp. 'Ik balanceer op de rand van de afgrond.'

Kenyans with plastic containers search for water along a road, some 56 km (35 miles) from Wajir in northeastern Kenya January 12, 2006. For centuries Kenya's pastoralists have criss-crossed the arid plains of eastern Africa, moving with their families and herds in search of water and grazing pastures. Picture taken January 12, 2006. REUTERS/Antony Njuguna Keniaanse vrouwen trekken langs de weg, op zoek naar water. In grote delen van het land lijden zowel boeren als nomaden onder de aanhoudende droogte. Foto Reuters REUTERS

De markt van het landelijke gehucht Mutanya Itho ligt er uitgestorven bij. Alleen in het stalletje van Margaret Matengé is iets te koop: zeven avocado's en een schamel hoopje tomaten. Op haar erf onderbreekt een verveelde haan de stilte van de hitte.

De wereld is verschroeid, de natuur verschrompeld. Dappere nomaden lopen met hun snel slinkende kuddes lange afstanden, op zoek naar gras en water. Door wanhoop gedreven trekken ze steden binnen, waar hun koeien door uitputting sterven langs de snelwegen. Olifanten verlaten de wildparken op zoek naar voer en hongerige hyena's vallen mensen aan. Mens en dier vechten in Kenia voor overleving.

Tevergeefs pikt de haan op het erf van de familie Matengé bij de voorraadschuur naar graankorrels. De schuur is ingestort. 'Wat heeft het voor zin de schuur weer op te bouwen', klaagt echtgenoot Muthama Matengé. Al vier jaar lang is er niet geoogst in de omgeving van Mutanya Itho, niet ver van de stad Ikutha in het oosten van Kenia. Twee maanden geleden mislukte de oogst opnieuw. 'Ik balanceer op de rand van de afgrond', zegt Muthama. Een kleuter hangt tegen hem aan.

'Ik vrees voor de zwakkeren op mijn erf', zegt Muthama. 'Een jaar geleden al verkocht ik mijn paar koeien en geiten. Daarna gingen we bomen kappen voor houtskool. Iedereen doet dat nu en de prijzen van koeien en houtskool zijn te laag. Ouderen en kinderen lopen gevaar. Ik heb geen geld meer voor medicijnen of extra voeding. We eten wilde vruchten en overleven op een paar kilo voedselhulp.'

Het volk van de Kamba's houdt van mooie namen. De naam van het gehucht Mutanya Itho betekent 'prik in mijn ogen'. Een verwijzing naar lang geleden toen een vrouw een opgejaagde olifant met een stok in de ogen prikte. Kamba's zijn van oorsprong jagers en verzamelaars maar gingen de afgelopen decennia steeds meer landbouw bedrijven, aangemoedigd door de overheid. Hun woongebied is een land van apebroodbomen, van rotsen en vruchtbare rode grond waarover kolkende zandstormpjes razen. Er liggen geen geasfalteerde wegen, wel redelijke zandwegen. En er brommen aggregaten van maïsmaalderijen. Er staan verscheidene scholen. Kamba-land behoort zeker niet tot de meest onderwikkelde gebieden van Kenia. Toch is er iets heel erg mis.

Op een basisschool een uur rijden verderop is het onnatuurlijk rustig. 'Kinderen komen hongerig op school en kunnen zich slecht concentreren', legt hoofdonderwijzer Nicholas uit. Basisscholen zijn sinds twee jaar gratis in Kenia en de leerlingen krijgen er kosteloos één maaltijd per dag. 'De dagelijkse maaltijd op school is hun enige voedsel. Thuis valt er niets meer te eten.' Sommige kinderen smokkelen een deel van hun maaltijd de school uit voor hun ouders. Op de middelbare school even verderop kwamen veel leerlingen bij het begin van het schooljaar vorige week niet opdagen: hun door droogte berooide ouders kunnen het schoolgeld niet meer opbrengen.

De dochter van Musyoka Nganda gaat niet meer naar school. 'Mijn familie eet nog maar één maaltijd per dag', zegt de oude man bij het dorpje Kasaala. Zijn schoondochter torst een jerrycan water zijn erf binnen. Bij zonsopgang vertrok ze naar de waterbron tien kilometer verderop, vijf uur later is ze terug. Nog drie keer maakt ze deze tocht vandaag. 'De droogte en honger zijn erger dan ooit', murmelt Nganda.

Periodiek terugkerende droogtes horen bij het klimaat van Afrika. Iedere keer worden de gevolgen ernstiger. Heeft Musyoka Nganda nooit geleerd zich hiertegen in te dekken? 'Vroeger hadden we genoeg reserves. Nu zijn we met zovelen.' Hij wrijft over zijn kalende hoofd, zoekend naar een beter antwoord. 'In goede tijden zouden boeren zich moeten verenigen, opdat we een betere prijs voor onze oogst ontvangen. Maar wij zijn arm en hebben niet de macht van de tussenhandelaren. We wachten tot de overheid ons helpt.'

De regering kwam laat in actie, volgens velen veel te laat. Officieel onderzoek naar wat voor iedere Keniaan buiten de steden al lang zonneklaar was, wees uit dat grote delen van het land al maanden, soms jaren worden geteisterd door droogte. 'Natuurlijk is de overheid al veel langer op de hoogte van de gevolgen van de droogte', hekelt ontwikkelingswerker Humphrey Kimani in Kamba-land. Circa 3,5 miljoen Kenianen zijn inmiddels aangewezen op voedselhulp, Velen van hen zijn nomaden, een bevolkingsgroep zonder politieke invloed in Afrika.

'Het verbaast me altijd weer hoe er eerst een crisis moet uitbreken, voordat we gaan nadenken over wat er fout is aan ons beleid', verzucht Kimani. 'De overheid heeft hier landbouw gepropageerd. Afrikaanse regeringen denken bij ontwikkeling altijd aan landbouw, terwijl dit gebied veel geschikter is voor veeteelt. Gewassen als gierst en erwten zouden het hier beter doen dan de populaire maïs. Kamba-land is een moeilijk maar geen hopeloos gebied.'

Hulpverleners houden niet van moeilijke gebieden. Daar vallen voor hun geldschieters, de donorlanden, geen snelle resultaten te behalen, vindt Kimani. 'Met de droogte komen de hulpverleners wél massaal noodhulp geven', kritiseert hij.

Honger is een gevolg van slecht beleid, niet van droogte. 'Er bestaan voldoende plannen om de cyclus van honger door droogtes te doorbreken. Kenia telt inmiddels veel goed opgeleide deskundigen', zegt hij. 'We hadden dit probleem kunnen voorkomen.' Wat is er dan mis gegaan? 'We stellen wel plannen op maar voeren ze niet uit.'