Kapotte vetmeter in brein maakt dik

De hoeveelheid vet in het bloed is een cruciale graadmeter voor het brein bij het in evenwicht houden van de energiebalans. Ratten bij wie de vetdetector in de hersenen onklaar was gemaakt, aten meer en waren binnen twee weken ruim tien procent zwaarder dan hun normale soortgenoten. Dit schrijven Amerikaanse onderzoekers in het februarinummer van het tijdschrift Nature Neuroscience.

De vetdetector is onderdeel van een kleine groep zenuwcellen in de hypothalamus, het hersendeel dat - onder meer - de energiehuishouding en het lichaamsgewicht constant moet houden. Informatie over de energietoestand van het lichaam krijgt de hypothalamus indirect, via hormonen zoals leptine en insuline, maar ook direct, door te registreren hoeveel brandstof er in het lichaam circuleert. Vooral vetzuren blijken daarvoor maatgevend. De hoeveelheid malonyl-CoA die aanwezig is in het groepje zenuwcellen, is een maat voor hoeveel vetzuren er in het bloed zitten, en daarmee ook een maat voor hoeveel er gegeten is. Als er veel vetzuren zijn, geeft de hypothalamus het lichaam een verzadigingssignaal: stop met eten.

Het belang van de indirecte, hormonale weg voor het handhaven van een gezond gewicht was al langer duidelijk. Als leptine er niet is, of niet goed kan terugkoppelen naar de hypothalamus, leidt dit tot vetzucht. De nieuwe studie laat zien dat ook een storing in de directe meting van brandstof overgewicht tot gevolg heeft. De onderzoekers schakelden het malonyl-CoA in de hypothalamus van jonge ratten uit met gentherapie. Ze spoten een gemanipuleerd virus in dat, eenmaal in de zenuwcel, malonyl-CoA vernietigde. De behandelde ratten aten een kwart meer, en werden dagelijks zeven gram zwaarder, terwijl hun nep-behandelde lotgenoten maar vier gram per dag aankwamen.

De aanwijzingen dat malonyl-CoA in de hypothalamus belangrijk is voor gewichtsbeheersing stapelen zich de laatste jaren op. De vetdetector lijkt zelfs fundamenteler dan de hormonale weg: ingespoten leptine verlaagt de eetlust bij normale ratten, maar de ratten met de kapotte vetsensor gingen niet minder eten.

Voor de farmaceutische industrie zou malonyl-CoA in de hypothalamus een interessant aangrijpingspunt kunnen zijn voor het ontwikkelen van nieuwe middelen tegen vetzucht.

    • Niki Korteweg