Eigenzinnige Ivantsjoek verbaast schaakwereld

Of hij nu wint of verliest, Vasili Ivantsjoek doet het op zijn eigen manier, met zetten waar andere schakers zich de ogen bij uitwrijven. Na twee overwinningen moet hij gisteren in de derde ronde van het Corustoernooi met ambitieuze plannen zijn begonnen aan zijn partij tegen Anand en het begin speelde hij ook buitengewoon listig.

Na zeven zetten besefte Anand tot zijn ergernis dat hij terecht was gekomen in een onprettige stelling waarin Ivantsjoek hem al eens eerder had weten te lokken, op de olympiade van Manila 1992. Toen Anand gisteren vervolgens ook nog een onnauwkeurige zet deed, werd zijn stelling kritiek.

Ivantsjoek ondernam echter een schokkende actie. Hij pakte een pionnetje en nam het daarbij voor lief dat zijn loper aan een verre rand van het bord werd opgesloten en verloren dreigde te gaan. Zelfs de computers, die er over het algemeen niet vies van zijn om een vergiftigde pion te pakken, hadden Ivantsjoeks zet slechts een fractie van een seconde overwogen om zich daarna met normale zetten bezig te houden.

Ivantsjoeks doldrieste actie had een beroemde voorganger: de eerste partij van de match tussen Spasski en Fischer in 1972, waarin Fischer op dezelfde manier zijn loper liet insluiten en daardoor verloor. Het verschil was dat Fischer het deed omdat het de enige manier was om remise te vermijden. Ivantsjoek had het helemaal niet nodig om zo vreemd te doen, want met een gewone zet had hij zonder risico groot voordeel kunnen krijgen.

In de volgende fase moest Ivantsjoek als een boeienkoning proberen om met zijn loper uit de gevangenis te komen. Het lukte hem ook, maar op het moment dat de vrijheid hem toe lachte en een afwikkeling naar een dode remisestelling mogelijk was, maakte hij een grove fout waardoor Anand in een paar zetten de partij kon beslissen.

Anand staat na de ronde van gisteren nu alleen bovenaan, op een half punt achterstand gevolgd door Ivantsjoek en Topalov. Topalov maakte gisteren zijn nederlaag tegen Adams uit de vorige ronde goed door op een degelijke manier van Etienne Bacrot te winnen. Bacrot had vanaf het begin kleine moeilijkheden die wel oplosbaar waren, maar alleen ten koste van veel bedenktijd. Toen hij tegen het eind een dame-eindspel had bereikt dat remise had moeten worden, had hij nog maar zo weinig tijd over dat hij in paniek afwikkelde naar een pionneneindspel dat glad verloren was.

Sergei Karjakin en Gata Kamsky zullen het toernooi niet winnen, maar er wordt toch goed op hen gelet. Op Karjakin omdat hij zo jong is en op Kamsky omdat hij aan een tweede schaakcarrière is begonnen. Hij is een gediplomeerd jurist, maar beseft dat hij zich ook nog met juridische zaken kan bezighouden als hij zestig jaar is en goed schaken niet. Misschien had hij dat eerder moeten bedenken, want na jaren van afwezigheid uit de schaakwereld is zijn spel nog wat roestig. Gisteren won de jeugd op keurige wijze. Toen Kamsky de tijd overschreed was hij al geheel ingemetseld.

De Nederlanders deden het gisteren in Wijk aan Zee kalmpjes aan. Sergei Tiviakov speelde tegen Loek van Wely en het ging zoals het in het verleden al vaker is gegaan als ze tegen elkaar speelden en Tiviakov wit had: Tiviakov bereikte een klein voordeel uit de opening en moest vervolgens inzien dat er in het eindspel niets te beleven viel.

Ivan Sokolov speelde tegen de jeugdwereldkampioen Sjachriar Mamedjarov, die op het laatste moment als invaller voor de zieke Vladimir Kramnik was uitgenodigd. Sokolov leek in kleine moeilijkheden te komen, maar verdedigde zich bekwaam met een positioneel pionoffer.

Ivantsjoek - Anand, Corus derde ronde

1. Pf3 Pf6 2. c4 c5 3. Pc3 Pc6 4. e3 e5 5. Le2 d5 6. d4 exd4 7. exd4 Anand is in een stelling terechtgekomen die hem helemaal niet beviel. 7...Le6 8. Le3 dxc4 9. Da4 cxd4 10. Pxd4 Ld7 11. Dxc4 Tc8 Beter was 11...Le7 om snel te rocheren. 12. 0-0 Ld6 13. Pxc6 Txc6 14. Dh4 0-0

----------- --------------------- ----------

15. Lxa7 Een wonderbaarlijke zet. Om een pionnetje te winnen laat wit zijn loper insluiten, die vervolgens verloren dreigt te gaan. Het was helemaal niet nodig, want na 15. Lf3 zou wit duidelijk voordeel hebben. 16...b6 16. Tad1 Lc5 17. b4 Le7 18. Dd4 Td6 19. Dc4 Le6 20. Da6 Pd5 21. Pxd5 Lxd5 Eindelijk kan wit nu zijn loper bevrijden: na 22. Lxb6 Txb6 23. Txd5 Txa6 24. Txd8 Txa2 zou het remise worden. 22. Tfe1 Maar dit is een ernstige fout. 22...Tg6 23. g3 Het is mis met wit, want 23. Lf3 ging niet wegens 23...Lxf3 24. Txd8 Txg2+ 25. Kf1 Txh2 en wit gaat mat. 23...Lxb4 24. Lc4 Lxe1 25. Lxd5 De7 26. a4 26. Lxb6 hielp niet meer wegens 26...Lxf2+ 27. Kxf2 Df6+ gevolgd door 28...Dxb6. 26...Tf6 27. f4 De3+ 28. Kh1 Lxg3 Wit gaf op.