Boukhari

De vraag was of de training bij Ajax zou doorgaan.

Het was maandagmorgen half elf en er was nog geen speler te zien. Een ijzige wind vlaagde over de halfbevroren oefenvelden, terwijl een groepje supporters in een onverwarmde ruimte onder de Arena de loop der dingen afwachtte. Oude mannen, voor wie Ajax het laatste licht in hun ogen was. De meesten kwamen hier elke dag, een beetje mopperen, een beetje lachen, een beetje roddelen.

Ze zaten op plastic stoeltjes, een koffiebekertje in de hand. 'De koffieclub', noemden ze zich met enige zelfspot. De koffie was gratis verkrijgbaar in een nis naast hun zitje.

De stemming varieerde van berusting tot verongelijktheid van onmiskenbaar Amsterdamse snit. Ajax presteerde niet, speelde een vreugdeloos soort voetbal waar geen verbetering in zat. Een dag eerder was het tegen NEC weer grote droefenis geweest, de nieuwe aankoop Klaas Jan Huntelaar (9 miljoen euro) ten spijt.

Wat mij in die wedstrijd vooral intrigeerde, was de manier waarop het publiek de eigen speler Nourdin Boukhari behandelde. Hij werd vanaf het begin uitgefloten, tot en met het moment waarop hij geblesseerd het veld moest verlaten. Wat had hij misdaan, behalve slecht spelen - zoals zoveel Ajacieden?

Boukhari was op en buiten het veld nooit een onaangename jongen geweest, ik kon me geen onverstandige uitspraak van hem herinneren. Hij is een sierlijke speler, iemand die veel risico's neemt en bij wie daarom veel kan mislukken, maar sinds wanneer heeft het publiek van Ajax een hekel aan dit type speler?

De mannen van de koffieclub konden het me ook niet uitleggen. 'Misschien komt het omdat het een Marokkaan is', zei iemand. Hij wilde het niet goedpraten, integendeel, maar hij vond het een mogelijkheid waarmee je in deze tijden rekening moest houden.

Coach Danny Blind had er na de wedstrijd schande van gesproken. Dat was goed van hem geweest, vonden enkele mannen van de koffieclub. Bleef de vraag: waarom speelden ze zo ellendig slecht? Hoe kwam het dat het nog altijd niet beter ging dan ten tijde van Ronald Koeman? Waarom wilden de spelers niet voor elkaar werken? Dáár hoorde je Blind niet over.

Het was inmiddels al kwart over elf en de spelers waren er nog steeds niet. Een toezichthoudende vrouw in een oranje voorschoot met reclame van Adidas en ABN Amro zei: 'Er zal wel een zwaar gesprek zijn. Ik weet het ook niet. Soms krijg ik te horen of het doorgaat, soms niet.' 'Bij Feyenoord houden ze de supporters beter op de hoogte', zei een supporter.

Maar opeens waren ze er dan toch. Vijftien spelers drentelden de catacomben uit, op weg naar het oefencomplex. Ze deden een halfuurtje loop- en strekoefeningen en zochten toen weer snel de warmte van de kleedkamer op.

Geen Boukhari, geen Blind.

Ik stelde mij voor hoe zij nu tegenover elkaar zaten, ergens in de ingewanden van dat grote stadion.

'Wat moet ik?' zegt Boukhari. 'Ik kan niet meer.'

Blind zwijgt. Aan een dood paard valt niet te trekken, aan een doodverklaarde speler evenmin. 'Kalm maar', zegt hij. 'Er zijn nog genoeg clubs die je willen hebben.'

    • Frits Abrahams