Algerijnse pers onder groeiende druk

De onafhankelijke pers in Algerije staat zeer sceptisch tegenover het bewind van president Bouteflika. Processen tegen journalisten weerspiegelen de groeiende repressie.

De strafzaken van de directeur van de Algerijnse veiligheidsdienst tegen de uitgevers van Al-Khabar, de grootste Arabischtalige krant van Algerije, en de Franstalige krant El-Watan zijn opnieuw verdaagd op verzoek van de aanklagers die zeggen meer tijd nodig te hebben om de dossiers voor te bereiden. Feisal Mesaoui, de waarnemende hoofdredacteur van El-Watan, weet wel waarom: 'Het is een beproefde methode, de regering misbruikt justitie om druk uit te oefenen en de kritische pers te intimideren.'

Sommige journalisten zitten al geruime tijd gevangen. De hoofdredacteur van de inmiddels verdwenen krant Le Matin, Benchikou, zit al meer dan anderhalf jaar vast wegens belastering van president Bouteflika. 'Zijn kritische commentaar komt hem dus wel heel duur te staan. En hij staat niet alleen. We hebben hier in Algiers iedere week processen, waarbij tientallen reporters en uitgevers voor de rechter verschijnen', zegt Mesaoui.

Het beleid van president Bouteflika is officieel gericht op nationale verzoening en hervormingen en heeft als doel een snelle politieke en economische modernisering. Het land komt er, volgens de machthebbers, nu snel weer bovenop na de bloedige strijd met de moslimextremisten in de jaren negentig.

Het leger heeft in 1999 Abdelaziz Bouteflika in het zadel geholpen. Hij was 'de minst slechte keuze', aldus toenmalig legerchef generaal Mohammed Lamari. De generaals lieten er toen geen twijfel over bestaan wie er feitelijk aan de macht was.

Maar tijdens de verkiezingscampagne van 2004 lieten generaal Lamari en veel van zijn collega's bliojken niet langer van zins te zijn tussenbeide te komen in het politieke gevecht om de macht in Algerije. Zij zouden zich voortaan hoe dan ook bij de stembusuitslag neerleggen.

Maar die verklaringen overtuigen de vele sceptici niet. Volgens Mesaoui mag het repressieve optreden tegenover de kritische pers absoluut niet onderschat worden of afgedaan als uitzonderlijk. 'Alles wordt door één man beslist, de president, en die man wordt gesteund door generaals die hij zelf op zijn beurt coöpteert en macht en voordelen biedt. Hij zorgt voor hen en hun clans, de traditionele netwerken van macht en invloed. De president is een kind van dat systeem, hij werd al minister van het FLN toen die seculiere eenheidspartij via de staatsgreep van 1965 aan de macht kwam , en hij heeft meer dan 15 jaar als minister van alle denkbare voordelen kunnen profiteren.

Nu, na meer dan 20 jaar, is hij terug om het verleden nieuw leven in te blazen; zie het alomtegenwoordige politieapparaat, de intimidatie van opposanten en critici. Verder blijft de noodtoestand nog altijd van kracht evenals een totaal verbod op betogingen in de hoofdstad.'

Ook het stakingsrecht wordt de laatste maanden ondergraven door het regime, met name in het onderwijs. Zes onafhankelijke bonden hebben een nationaal front gevormd om 'een einde te maken aan de vernederingen en de sociale non-existentie' in het onderwijs. Ze eisen meer salaris en hebben een nationale staking aangezegd. Maar de minister van Onderwijs dreigt schoolhoofden die meedoen aan de staking te ontslaan.

Het referendum van eind september over een 'Handvest voor vrede en nationale verzoening' doet Mesaoui af als volksverlakkerij.

'Het is duidelijk een poging om te voorkomen dat er een onderzoek komt naar wat zich in de jaren negentig tijdens de bloedige burgeroorlog afgespeeld heeft. Hoe komen we er achter wie er verantwoordelijkheid draagt voor al het bloedvergieten? Wie er heeft gemoord of bevelen daartoe gegeven, ook in het leger, bij de politie en onder de politieke leiders? We weten niet wat er precies is gebeurd sinds 1992. Moslimextremisten hebben gemoord, maar ook het regime draagt een grote verantwoordelijkheid onder meer voor wat betreft de 6.000 tot 10.000 vermisten en de standrechtelijke executies, moordaanslagen op journalisten en op burgers, waarbij ook hele dorpen werden uitgemoord terwijl het leger in de buurt was.'

En de publieke perceptie? Het verzoeningspact werd volgens de overheid door 97 procent van de kiezers goedgekeurd, bij een opkomst van 82 procent. En het lijkt veel mensen te overtuigen: ze zien bijvoorbeeld minder geweld en geven president Bouteflika daarvoor krediet.

'Niet zo verwonderlijk', meent Mesaoui. 'De Algerijnen verlangen naar vrede en zijn het geweld en de chaos beu. Dus was de vraag die hun bij het referendum is voorgelegd eigenlijk een valstrik. Bent u voor de vrede of niet? Vergeven is nooit een politieke daad die vanuit het paleis kan worden beslist, maar een individuele stap gebaseerd op gevoelens rond rechtvaardigheid en eerherstel. De vraag is of de manier waarop dat referendum is georganiseerd echt een oplossing inhoudt.' Hij tekent daar overigens bij aan dat er geen enkele onafhankelijke controle was op de uitslagen.

Djazairouna, een organisatie die de slachtoffers van het geweld vertegenwoordigt, vindt bijvoorbeeld het pact een ontkenning van de waarheid en gerechtigheid. 'De rechtbanken moeten diegenen die de gewelddaden hebben bevolen en uitgevoerd dagvaarden en vonnissen, ook als Bouteflika hun daarna gratie wil verlenen', zegt Cherifa Khaddar. De moeders van vermisten, wier verdwijning vermoedelijk het werk is van de veiligheidsdiensten, gaan ook na het referendum door met hun al elf jaar lang volgehouden protestacties.

De laatste maanden geven de overheid in Algiers en zelfs de generaals ook toe dat er bij het politieke geweld in Algerije meer dan 200.000 doden zijn gevallen sinds de militairen bij de jaarwisseling 1991/1992 de macht grepen en het electorale proces opschortten om de dreigende machtsovername door het radicale Front van Islamitische Redding, het FIS, te verhinderen.

Meteen kwam er toen een einde aan de politieke opening die in 1989 was gecreëerd nadat het volk een jaar eerder massaal had deelgenomen aan broodrellen in de hoofdstad. De generaals en de clans die sinds de onafhankelijkheid in 1962 aan de macht waren herstelden hun greep, met geweld.

Nu wordt dat toegegeven en willen zij die zwarte bladzijde voorgoed omdraaien. Meteen lijkt daarmee echter ook de grens van de nieuwe openheid bereikt. Mesaoui: 'Wie kritische geluiden laat horen of vraagtekens plaatst bij de officieel verkondigde waarheid botst op de ware aard van het systeem. En geloof me, het is een systeem dat nog heel wat middeleeuwse trekken vertoont.'