Within Temptation wint de Popprijs

Vijf mannen in jurken namen zaterdag tijdens het Noorderslagfestival in de Groningse Oosterpoort de Popprijs in ontvangst.

POPPRIJS 2006. WITHIN TEMPTATION, WINNAAR VAN DE DE POPPRIJS, TIJDENS NOORDERSLAGFESTIVAL. FOTO LEX VAN ROSSEN De jonge moeder Sharon den Adel was er niet bij, dus kwamen haar bandleden in haar jurken Foto Lex van Rossen Rossen, Lex van

Within Temptation kreeg zaterdag op Noorderslag de prijs van de Stichting Conamus (10.000 euro en een trofee) voor de verspreiding van hun 'cosmic metal' door heel Europa. Zangeres Sharon den Adel, herstellende van de bevalling van dochter Luna, kon niet aanwezig zijn en sprak haar dankwoord uit via het videoscherm. Haar bandleden hadden zich voor het onvermijdelijke biergooifestijn in de typische Den Adel-dracht van cocktail- en soepjurken gehuld. Omdat Within Temptation niet kon optreden, bracht samplekunstenaar Eboman, de Popprijswinnaar uit 1996 die zijn te vroeg gesignaleerde belofte nooit heeft kunnen inlossen, een collage van videofragmenten.

Hoewel Within Temptation in het tienjarig bestaan bijna alle andere prijzen won die er voor een popgroep te behalen zijn, toonde gitarist Robert Westerhof zich oprecht blij met de laat in hun carrière en artistieke ontwikkeling toegekende Popprijs. De jury had het moeilijk, want Nederland heeft in recente jaren geen grote nieuwe popfenomenen voorgebracht buiten de hiphopsfeer van Ali B, de winnaar van vorig jaar. De schaarste aan sprekende namen vertaalde zich naar het Noorderslagprogramma, dat zich voor optredens in de grote zaal moest behelpen met Studio Sport-pauzemuziek van de imposante New Cool Collective Big Band, brave consumptiepop van Racoon en de zelfverzekerde, maar nog niet aan een breed publiek bestede Nederrap van Opgezwolle. Het testosterongehalte van deze oversekste lefgozertjes joeg menig weldenkend meisje de zaal uit.

Het tijdperk van de gitaarrock, zo liet de weerslag van de stand van zaken in de Nederlandse popmuziek op Noorderslag overtuigend zien, lijkt voorgoed afgelopen. Orgelrock was er wel, van het duo zZz dat de oude Philicorda psychedelisch laat kreunen en steunen. De symfonische bombast van Miss Antarctica met meer gitaarpedalen dan goede nummers moest het afleggen tegen de gebruiksvriendelijke feestmuziek van Lefties Soul Connection (alweer het orgel in de hoofdrol) en de geloofwaardige reggae van Ziggi, hoewel ze niet aan een sfeer van imitatie ontsnapten. Sombermannen Spinvis en At The Close Of Every Day wierpen een grijze schaduw over hun calvinistische doelgroep en Idols-overlevende Hind zong mooi, teruggehouden door haar al te stijve repetoire en begeleidingsgroep.

De combinatie van kwaliteit en lef, in Engeland zo natuurlijk aanwezig bij frisse popgroepjes als Arctic Monkeys, is in Nederland alleen met een zaklantaarn te vinden. In de beatkelder brachten Amigos Electricos een sprankje hoop met leuke springerige liedjes en een zanger met een hees, Henny Vrienten-achtig timbre, waarmee ze het tot een nieuwe Doe Maar zouden kunnen schoppen. Weggestopt tussen obscure en vaak publieksonvriendelijke elektrodeejays mocht het Rotterdamse fenomeen Elle Bandita haar kunsten vertonen, voorlopig nog met meer bravoure dan muzikale impact. 'Ik ben een gimmick, geen muzikant', sneerde deze in glitterbadpak gehulde furie naar de organisatie, die haar maar een kwartier had gegeven om haar charmant-knullige elektrobeats van wild gitaarspel en boos geschreeuw te voorzien.

Een bescheiden openbaring vond plaats bij het Leidse collectief Kraak & Smaak, dat zich van een trio noeste thuismuzikanten wonderbaarlijk heeft ontwikkeld tot een uiterst boeiende liveband. Op Noorderslag maakten ze zich los uit de luie lounge-sfeer van hun ook in Engeland gevierde album Boogie Angst en brachten ze een op en neer stuiterend funkfeest, niet het minst door de enthousiasmerende bijdragen van zanger U-Gene. Nederlandse funk is op deze losse manier geen imitatiemuziek meer, net als de hiphop uit ons land zich steeds meer losmaakt van het buitenlandse voorbeeld.

De prominentie van Nederhop op Noorderslag was nog altijd geen onverdeeld genoegen bij het voor 99,9 procent blanke publiek, dat zich niet verdrong bij de stoere, funky optredens van Spacekees & Terilekst en The Opposites, die niettemin tot de hoogtepunten van het festival behoorden. Bij de opgefokte jochies van Jawat! ging het er bonkiger aan toe en hitparadefenomeen De Jeugd van Tegenwoordig liet in foute housebroeken en met lummelige samenspraak zien dat ze niets meer of minder zijn dan de Nederlandse Beastie Boys. Voor hun explosie van vrolijkheid en puberale grootspraak was er wèl een flinke menigte toegestroomd, niet het minst omdat De Jeugd evengoed in de oerhollandse cabarettraditie past als in het grotere hiphopverhaal.

Er kwam een cabaretier aan te pas om het Noorderslagpubliek diep in de nacht tot enige bespiegeling te verleiden, zij het niet op de traditionele manier. Met groot gevoel voor cynisme bracht André Manuel zijn wrange meezinger Het is feest achter het harmonium, onder het motto 'in Afrika lijden ze honger dus laten we feest vieren, tralala!' Het Hollandse oranjegevoel werd nooit treffender bezongen. Met zijn prachtige Don Quichotte-vertelling Drinkebroer haalde Manuel een vergeten klassieker uit zijn bandjesverleden terug. Geef die man zijn verdiende Popprijs, als het moment daar is voor het eren van een minder populistische held uit Nederpopland.

    • Jan Vollaard