Orakelen vanuit het zwarte gat

Internet maakt het begrip identiteit futiel. Britta Hosman maakte een documentaire over het leven in deze 'tweede wereld'.

Reconstructie van een kraak van drie "hackers'. (Foto VPRO) VPRO

Ze naderen elkaar steeds dichter: de tastbare wereld die ons heeft geschapen, en cyberspace, de wereld die wij zelf creëerden. Dit internet-universum is bezig een wereld op zichzelf te worden. Onafwendbaar zal het versmelten met de realiteit van alledag. En misschien is dat al zo. Zij die hun weg in cyberspace vinden, denken dat zeker te weten.

Over de werkelijkheid van cyberspace gaat de documentaire Leven in de tweede wereld. De cineaste Britta Hosman (1967) maakte hem voor de serie De toekomst.

,,Die toekomst valt niet te filmen', zegt Hosman. ,,Die is er nog niet. Dat is lastig, voor een documentaire. Maar je kunt in de wereld van nu glimpen van de toekomst vinden. Daar denk ik op door.'

Hosman introduceert in haar film drie hackers, en een jonge, laconieke wiz kid die bij de beveiliging werkt. In feite doet hij hetzelfde als de hackers, maar met een ander doel. De directeur van het belangrijkste beveiligingingsbedrijf in de VS stelt vast dat internet niet langer een informatiesysteem is, maar hoofdzakelijk een controlesysteem. Internet schetst hij als een speeltuin voor criminelen. Wie kwaad wil, kan kwaad doen.

En er is de Nederlander Julian Wynne. In het dagelijks leven zowel als in cyberspace is hij directeur van het Nederlandse internetbeveiligingsbedrijf Anarkey. Hosman filmt hem als onderwereldlijke schim. Praat hij, dan is hij een los hoofd. ,,Hij zit in het zwarte gat, dat is de toekomst', verklaart Hosman. ,,Van daaruit orakelt hij.'

Wynne ziet aankomen dat onze hersens geen eigen terrein zullen blijven, maar andermans terrein zullen worden. Als hij stelt dat het mogelijk gaat zijn om iemands gedachten te lezen, horen we Hosman 'bullshit' zeggen. Wynne pareert haar ongeloof. Hosman benoemt hem tot haar cyberfilosoof.

Een grapje?

Hosman: ,,Ik neem hem serieus. Hij is de enige die de ontwikkelingen relativeert. Willen we deze ontwikkelingen wel, vraagt hij zich af. Willen we wel, alleen omdat het zo handig lijkt, allemaal aangesloten zijn op allerlei databanken via een chip vol persoonlijke gegevens in onze bovenarm? Willen we wel alles van elkaar afweten? Cyberspace maakt maatschappelijk kwetsbaar. Wat je op het internet doet, zit erop en het blijft erop, al je gegevens. En die zijn altijd terug te halen, ook als jij denkt dat je ze vernietigd hebt.'

De conclusie van Leven in de tweede wereld is duidelijk: die tweede wereld beweegt zich op een niveau dat de mens niet eerder heeft meegemaakt. Vluchtig, en meer en meer gebaseerd op aangenomen identiteiten die niet te controleren zijn en niet te traceren in de 'gewone' wereld. Die er niet toe doen.

,,In onze wereld ben je jezelf', zegt Hosman. ,,Op het internet ben je wie je verzint. Of je bent meer mensen, dat kan ook. Het begrip identiteit wordt futiel. Wie je bent is niet belangrijk, alleen wat je doet, doet nog terzake. Ga maar na: in de VS houdt de politie op het internet hackers in de gaten. Niet dat ze die mensen volgen, ze schaduwen op internet de aliassen van de hackers.

,,Natuurlijk is het leuk om je tijdelijk als iemand anders voor te doen, Maar dat het niet uitmaakt, kan ik me niet voorstellen. Niet voor niets gaat alles in de wereld van internet steeds maar over beveiliging. De ander is er per definitie niet meer te vertrouwen.'

De toekomst: Leven in de tweede wereld.

Vanavond, Ned. 3 19.45 uur.

    • Joyce Roodnat