Neem Iraanse dreigementen serieus

Meer diplomatie zal de Islamitische Republiek Iran alleen maar de gelegenheid geven om haar nucleaire doel te bereiken, meent Michael Rubin.

Vrijdag hebben George Bush en de Duitse kanselier Angela Merkel in het Witte Huis allebei Iran veroordeeld. 'Iran met een kernwapen vormt een groot gevaar voor de veiligheid in de wereld', zei Bush. 'Wij zullen ons niet laten intimideren', voegde Merkel eraan toe. Die persconferentie was een keerpunt in een geschiedenis die tien jaar heeft geduurd. De Europese aanpak van Iran is mislukt. Terwijl Iraanse diplomaten in Wenen en Genève met hun Britse, Franse en Duitse collega's spraken, zwoegden Iraanse technici om hun land in staat te stellen uranium te verrijken.

De Europese politici praatten over een Chinees model voor Iran, waarbij de handel als katalysator voor politieke liberalisering zou dienen. Tussen 2000 en 2005 is de handel van de Europese Unie met Iran bijna verdrievoudigd. Maar in plaats van zich te matigen, gebruikten de Iraanse autoriteiten de harde munt om hun strijdkrachten te versterken. Zij bouwden geheime nucleaire installaties en werkten inspecties tegen. Zij konden niet uitleggen waarom Iraanse centrifuges sporen van voor wapens geschikt uranium vertoonden, en weigerden te specificeren welke hulp Teheran had ontvangen van de Pakistaanse atoomwetenschapperA.Q. Khan. Op 24 september 2005 verklaarde het Internationaal Atoomenergie Agentschap dat Iran zich niet hield aan de garantieovereenkomst van het Non-proliferatieverdrag.

Toch gaven de diplomaten en de duiven de hoop niet op. Op 12 januari, na een telefoongesprek met Ali Larijani, de leider van de Iraanse nucleaire onderhandelaars, verzekerde Kofi Annan journalisten dat Teheran openstond voor 'serieuze, constructieve besprekingen'.

Terwijl Bush en Merkel elkaar troffen, zei de Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw tegen de BBC dat militair optreden 'niet op de agenda' stond en stelde hij nadrukkelijk dat de crisis 'alleen met vreedzame middelen kan worden opgelost'. Maar al zouden Bush en zijn Europese bondgenoten Iran gezamenlijk voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dagen, dan nog zal de traditionele diplomatie niets uithalen, om de heel eenvoudige reden dat Irans streven naar kernwapens niets te maken heeft met de VS of Europa. De crisis met Teheran is geen politieke crisis, maar een ideologische.

De vernietiging van Israël is een van de ideologische pijlers van de Islamitische Republiek. Spoedig na de door hem geleide Islamitische Revolutie heeft ayatollah Ruhollah Khomeiny verklaard: 'Alle moslims hebben de plicht zich op te maken voor de strijd tegen Israël.' Dat president Ahmadinejad onlangs de holocaust ontkende, en opriep om Israël 'van de kaart te vegen'', mocht dan een schok zijn voor Europa, het was alleen maar een kwestie van andere retoriek; ideologisch was er niets veranderd.

Wat Israël betreft is er geen verschil tussen de mensen van de harde lijn en de hervormers. Terwijl Kofi Annan de vorige Iraanse president Mohammad Khatami eerde om zijn 'dialoog der beschavingen', waren de instructies van deze reformistische president aan het Iraanse volk minder hooggestemd. 'Wij moeten de hele islamitische wereld mobiliseren voor een harde confrontatie met het zionistische regime', zei hij op 24 oktober 2000 voor de Iraanse televisie. 'Richten wij ons naar de koran, dan moeten wij ons allen opmaken om te doden.'

Akbar Hashemi Rafsanjani, mogelijk de op een na machtigste man van Iran, die door westerse overheden en journalisten dikwijls een pragmaticus is genoemd, verklaarde op 14 december 2001 in een preek: 'Het gebruik van zelfs maar één atoombom binnen Israël zal alles verwoesten [...] Het is niet irrationeel om die mogelijkheid te overwegen.' Tijdens een militaire parade op 22 september 2003 toonden de autoriteiten een Shihab 3-raket onder een vaandel met het opschrift: 'Israel moet worden verdelgd en uit de geschiedenis gewist.'

Bij de bevolking legt het ideologische venijn van de leiders weinig gewicht in de schaal. Terwijl in de oorlog tussen Iran en Irak honderdduizenden slachtoffers zijn gevallen, hebben Iran en Israël nog nooit één schot gewisseld. Vele Iraniërs zijn er trots op dat de Israëlische president Moshe Katsav in Iran is geboren. Sterker nog: de echte woede van de gewone Iraniërs richt zich tegen hun regering, niet tegen de buitenwereld. Toen in 2002 werknemers in Teheran demonstreerden voor uitbetaling van achterstallig loon, was hun leuze; 'Vergeet Palestina, denk aan ons.' De Iraanse jongeren willen net zomin onder een theocratie leven als de Amerikanen of de Europeanen. Volgens telefonische enquêtes die het Iraanse Instituut voor Democratie in alle wijken van Teheran heeft gehouden, heeft tachtig procent van de bevolking het vertrouwen in de Islamitische Republiek verloren.

De religieuze leiders van Iran zien in dat zij de samenstelling van de bevolking tegen hebben. Hervormingen zijn gevaarlijk en democratie is dodelijk voor de theocratie. Voor de ayatollahs kan er geen sprake zijn van een oranje, roze of cederrevolutie. De volkswil doet er niet toe. De legitimering komt niet van het volk, maar van God, via een regerende kliek van religieuze leiders.

Westerse analisten verdelen de Iraanse politici in aanhangers van de harde lijn en reformisten, maar die verschillen alleen in stijl, niet in opvattingen. Democratie is mooi, maar alleen volledig weggelegd voor geestelijken, zo meende ook de als hervormingsgezind gekenschetste vorige president Kathami. Khomeiny's opvolger en Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei heeft de moderne democratie ,,de bron van alle menselijke ellende'' genoemd.

Dit soort uitspraken vindt geen weerklank bij het Iraanse volk. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Iran een constitutionele revolutie heeft doorgemaakt. Velen vragen zich af waarom zij thans minder rechten hebben dan een eeuw geleden. Sinds de studentenprotesten van 1999 zijn zij steeds vaker de straat opgegaan om echte hervormingen te eisen.

De Iraniërs beginnen hun angst voor de islamitische autoriteiten kwijt te raken. De greep van de staat verslapt. Bekentenissen op de televisie gaven vroeger dissidenten de genadeslag; nu worden zij er sterker door. Een verblijf in de beruchte Evin-gevangenis is een onderscheiding geworden. Vorig jaar heeft de dissidente schrijver Akbar Ganji beroering veroorzaakt in de Islamitische Republiek met een twee maanden durende hongerstaking, die door zijn landgenoten ademloos werd gevolgd. 'Ik ben het symbool geworden van gerechtigheid tegenover tirannie'', schreef hij uit de gevangenis. 'Mijn uitgemergelde lichaam heeft de tegenstrijdigheden ontmaskerd van een regering die gerechtigheid heeft verward met tirannie.'

Ook al weten de ideologische hoeders plotseling oplaaiende gevallen van verzet neer te slaan, Iran blijft een kruitvat. De samenstelling van de bevolking is olie op het vuur. De leiders houden een variant van het Chinese model aan: slechts met een nucleair afschrikkingswapen kunnen de ayatollahs de Culturele Revolutie lanceren die hun voortbestaan kan verzekeren zonder dat zij inmenging van buitenaf behoeven te vrezen. De revolutionaire garde is gereed voor niet één, maar tientallen Pleinen van de Hemelse Vrede.

Terwijl zij in eigen huis schoonmaak houden, zullen de theocraten hun kernwapen misschien gebruiken om hun ideologische plicht om Israël te vernietigen, na te komen. Het Westen heeft ooit de dreigementen van Saddam Hussein tegen Koeweit in de wind geslagen. Maar dictators menen vaak wat ze zeggen. En zelfs als Iran zijn bom niet gebruikt, zal een nucleair afschrikkingswapen het land in staat stellen conventionele wapens in te zetten zonder de gevolgen te hoeven vrezen.

Diplomatie kan alleen iets uithalen als beide partijen te goeder trouw zijn. Als een mishandelde echtgenote zoeken de westerse beleidsmakers de fout bij zichzelf, terwijl die elders ligt. Er is geen toverformule. In de ogen van Teheran is het Westen naïef. Meer diplomatie zal de Islamitische Republiek alleen maar de gelegenheid geven om haar nucleaire doel te bereiken. Dit probleem valt alleen op te lossen met middelen die of verhinderen dat de Islamitische Republiek kernwapens krijgt, of de Iraniërs in staat stellen de theocratie, met haar agressieve ideologie, af te werpen en in haar plaats de vrijheid te omarmen.

© The Wall Street Journal

Michael Rubin is als onderzoeker verbonden aan het American Enterprise Institute. Hij is coauteur, met Patrick Clawson, van 'Eternal Iran: continuity and chaos' (2005).

    • Michael Rubin