Naar een omslag van het reïntegratiebeleid

Het CBS meldde eind vorig jaar dat het aantal bijstandsuitkeringen in de tweede helft van 2005 is gedaald met zo'n duizend per maand, om het nieuwe jaar te openen met het bericht dat het aantal mensen dat de bijstandsuitkering verruilt voor een baan, ook sterk is gedaald. De verklaring voor deze op het eerste gezicht tegenstrijdige cijfers ligt in de reactie van gemeenten op de nieuwe bijstandswet, de Wet Werk en Bijstand.

In de WWB zijn de bijstandsuitkeringen gebudgetteerd. Iedere gemeente krijgt een bedrag waarvan de uitkeringen moeten worden betaald. Wie overhoudt mag het geld houden, wie tekort komt betaalt het verschil zelf.

Gemeentebesturen moesten dus kiezen tussen het bevorderen van uitstroom of het voorkomen van instroom. In de praktijk viel de keuze op het laatste. Dankzij een scherp toelatingsbeleid liep het aantal nieuwe uitkeringen flink terug. Tegelijk werd reïntegratie vooral gericht op de kortste weg naar werk, met als gevolg dat het reïntegratiebeleid vrijwel uitsluitend is gericht op laag- en ongeschoold werk.

Dit werkt niet. Kwantitatief niet omdat slechts tussen de 10 en 20 procent van degenen die een traject krijgen, aan het werk komt. Kwalitatief niet omdat het cliëntenbestand wordt afgeroomd: mensen die in principe meer in hun mars hebben, komen terecht op banen die daardoor niet meer beschikbaar zijn voor mensen die daarop juist zijn aangewezen. Dit staat haaks op de belangrijkste voorwaarde voor duurzame economische groei: de ontwikkeling van het kennis- en opleidingsniveau van de beroepsbevolking.

Reïntegratie kan veel beter worden gekoppeld aan kwalificerend beroepsonderwijs - dit is extra urgent omdat de tweedeling op de arbeidsmarkt zich dreigt te voltrekken langs etnische lijnen.

Met een kleine 9000 gesubsidieerde werkers is Rotterdam de hoofdstad van de gesubsidieerde arbeid. Omdat hun salarissen het grootste deel van het reïntegratiebudget opslokken, wil de stad 3000 Melketiers kwijt. Een sociaal akkoord met de vakbonden regelt dat zij twee jaar krijgen om een reguliere baan te vinden. De gemeente wil dat versnellen door deze groep langs de kortste weg naar werk te brengen. Scholing speelt daarbij een ondergeschikte rol.

De Rotterdamse ROC's en de vakbonden, gesteund door een groep werkgevers, pleiten voor de slimste weg naar werk in plaats van de kortste. Door koppeling aan beroepsonderwijs worden de capaciteiten van de ID'ers (In- en doorstromers) maximaal benut: wie dat kan wordt opgeleid op MBO 3 of 4 of zelfs HBO-niveau. Verder wordt de gesubsidieerde baan omgebouwd van een 'parkeerplaats' tot een leerwerkplaats, waar opleiding en doorstroming het hoofddoel zijn. Bovendien kan het opleidingstraject worden bekort door gebruik te maken van de werk- en levenservaring van de deelnemers - vaak moeders.

De ervaringen in Rotterdam, met enkele honderden ID'ers, spreken voor zich: in twee jaar haalde 60 procent van de deelnemers het diploma op MBO-niveau 3 of 4; een redelijk aantal stroomde door naar een HBO-opleiding; slechts 20 procent is uitgevallen, de overige 20 procent doet langer over het behalen van het diploma. Bijna alle deelnemers zijn allochtone vrouwen, vaak moeders van kleine kinderen, en 75 procent was op grond van hun diploma's niet toelaatbaar op MBO 3 en 4-opleidingen. Hieruit blijkt dat 'de bijstand' geen homogene groep is van mensen die niets doen en niets kunnen.

Volgens het gemeentebestuur zijn de trajecten te duur en is de uitstroom onzeker. Maar als de deelnemers aan de trajecten aan het werk komen, zijn de kosten snel terugverdiend, zeker in vergelijking met de povere resultaten van de reguliere trajecten. Wij zijn positief over de uitstroomkansen: alle arbeidsmarktprognoses wijzen op tekorten in het midden- en hogere segment van de Rotterdamse arbeidsmarkt, terwijl in de lagere regionen overschotten ontstaan.

Bovendien hebben bonden en ROC's eind vorig jaar een 'Herenakkoord' gesloten met een groep Rotterdamse werkgevers in verschillende sectoren die toezeggen duizend kandidaten in opleiding te nemen met uitzicht op een baan. Recente adviezen op het terrein van arbeidsmarkt, onderwijs en inburgering (SER, RWI, Taskforce Inburgering) wijzen bovendien allemaal in dezelfde richting.

De tijd dringt. Voorkomen moet worden dat de talenten onder de huidige Melketiers het slachtoffer worden van de saneringsoperatie die duizenden niet alleen hun baan kost, maar ook de kans op een op hun ervaring toegesneden opleiding en baan.

Het gaat om meer dan sociale en inkomensaspecten. Het gaat om het opleiden van gedifferentieerd en goed kader, om de economische ontwikkeling en de leefbaarheid van stad en regio. En om gelijke behandeling en voorkoming van achterstelling. Vanuit deze drie perspectieven - economische ontwikkeling, leefbaarheid en inburgering - pleiten wij voor een radicale omslag in het reïntegratiebeleid.

Debat

Het werkgelegenheidsbeleid is inzet van een debat dat NRC Handelsblad en de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur morgen organiseren in Zaal de Unie, Mauritsweg 35, Rotterdam. Aanvang 20u. Abonnees hebben gratis toegang met de bon uit de krant. Reserveren rrkc@rrkc.nl of 010-433 35 34.

Marlieze Warnaar werkt voor de Algemene Onderwijsbond (AOB). Xander van de Scheur voor Abvakabo/FNV ; Herman van der Wind is bestuurder CNV Publieke Zaak.

    • Xander van de Scheur
    • Marlieze Warnaar
    • Herman van der Wind