Met gelijke munt

Eensgezindheid is het belangrijkste wapen in de woordenoorlog om de nucleaire status van Iran. Het land heropende vorige week een verrijkingsfabriek van uranium, waarmee het ostentatief de diplomatie hierover als irrelevant terzijde schoof. De drie Europese landen die met Iran over zijn nucleaire plannen praatten, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland, zeiden geen heil meer te zien in verdere onderhandelingen. Ze willen dat de nucleaire toezichthouder van de Verenigde Naties, het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), de zaak voorlegt aan de Veiligheidsraad van de VN. Die zou op zijn beurt sancties aan Iran kunnen opleggen. Het reactionaire bewind in Teheran gaf, passend in de traditie, geen krimp; deed er daarentegen nog een schepje bovenop met dreigementen over de olieprijs en het stopzetten van de samenwerking met het IAEA. Kortom, een diplomatieke impasse bij toenemende kans op nucleaire proliferatie.

Uit Washington en Moskou - in dit geval minstens zo belangrijk - kwamen reacties die erop duidden dat de wereld niet van plan is zich door Iran te laten intimideren. De Amerikaanse president Bush en de Duitse bondslanselier Merkel, die eind vorige week een officieel bezoek aan de VS bracht, lijken op één lijn te zitten. Bush zei voorlopig de voorkeur te geven aan een diplomatieke oplossing. Dat wil Merkel ook, maar ze is strenger dan haar voorganger Schröder. In een toespraak in Washington zei ze: 'We werken eraan Iran te tonen dat de wereldgemeenschap zich niet laat provoceren'. Moskou, dat zijn economische en diplomatieke banden met Iran meestal koestert, gaf aan dat het geduld begint op te raken.

De rijen sluiten zich, al is het misschien tijdelijk. Dat is een goed teken. Een gezamenlijke aanpak van Irans nucleaire ambities is de beste remedie om deze crisis te bezweren. Het land mag best kernenergie voor vreedzame doelen gebruiken, maar dient zich verre te houden van het ontwikkelen van een atoombom. Als het bewind daarover niet wenst te praten, zal het de gevolgen van diplomatieke isolatie en uiteindelijk sancties voor lief moeten nemen.

Iran heeft een paar belangrijke troeven: olie en gas. En bondgenoten die, ook al zijn ze kritisch, toch altijd weer om die redenen bereid zijn water bij de wijn te doen. Naast Rusland is dat China en tegenwooordig ook India, dat met zijn groeiende economie steeds meer energie nodig heeft. Rusland en China zijn permanente leden van de Veiligheidsraad. Het is geen uitgemaakte zaak dat zij sancties tegen Irak zullen goedkeuren. In die zin zou het nu al inschakelen van de VN-Veiligheidsraad voorbarig zijn. De diplomatieke middelen zijn nog niet uitgeput.

De Iraanse bluf en de zelfverzekerdheid waarmee het bewind in deze kwestie om zich heen mept, kunnen het best met gelijke munt worden terugbetaald. Teheran heeft het zaaien van verdeeldheid tot kunst verheven. Eendracht in diplomatie en een mentale hardheid die past bij de ernst van het dossier zijn adequate reacties. Ze verdienen voorlopig de voorkeur boven het sanctiewapen.