Loonstijging onder inflatie

De stijging van de CAO-lonen bedroeg in 2005 minder dan de inflatie. De lonen stegen met 0,8 procent. De inflatie lag ruim twee keer zo hoog op 1,7 procent. De stijging van de loonkosten (inclusief sociale premies) voor werkgevers halveerde bijna ten opzichte van 2004. Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag heeft bekendgemaakt.

De stijging van de lonen is in twintig jaar niet zo laag geweest. Het dieptepunt lag in april van vorig jaar: toen bedroeg de loonstijging 0,5 procent. Daarna nam de loonstijging weer toe. In het laatste kwartaal van 2005 was deze gestegen tot 1,1 procent. In 2004 was de stijging van de lonen nog 1,3 procent.

In het Najaarsoverleg van 2004 tussen vakbonden, kabinet en werkgevers werd een nullijn afgesproken: bij alle CAO-onderhandelingen in 2005 zou een loonstop gehanteerd worden. De vakcentrales hebben voor de onderhandelingen van dit jaar al looneisen van 2 procent en hoger aangekondigd.

Volgens het CBS hoeven de cijfers niet per se te betekenen dat werknemers er ook echt in koopkracht op achteruit zijn gegaan in 2005. Het negatieve verschil tussen de loonstijging en de inflatie zou gecompenseerd kunnen worden door 'veranderingen in de werknemerspremies voor de sociale lasten, loonheffing en persoonlijke omstandigheden'. Het Centraal Planbureau berekende echter voor 2005 een koopkrachtdaling van gemiddeld 1,5 procent voor huishoudens.

Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de stijging van de lonen bij de overheid vorig jaar het laagst was met 0,4 procent. De loonkosten stegen met 1,7 procent in de overheidssector het hardst. Volgens het CBS werd dit vooral veroorzaakt door hogere werkgeverspremies voor pensioen. In de particuliere sector stegen de loonkosten beduidend minder, met 1,3 procent.