Lieve Maria

Het is bemoedigend dat studenten actie voeren voor beter wiskunde-onderwijs op de middelbare school. In het hoger onderwijs kwamen zij tot de ontdekking dat hun wiskunde-kennis ontoereikend is voor het volgen van een bètastudie, zodat ze vaak een bijspijkercursus moeten volgen. Vóór de invoering van het studiehuis in de Tweede Fase van het middelbaar onderwijs was deze bijspijkercursus niet nodig. Het ontbreekt ook aan rekenvaardigheid. Zelfs voor het optellen van eenvoudige breuken hebben studiehuisleerlingen een forse zakjapanner nodig. Maar in plaats van het wiskunde-onderwijs weer terug te brengen naar het niveau van voor het studiehuis wil minister Maria van der Hoeven (Onderwijs Cultuur en Wetenschap, CDA) het aantal uren voor de in de bètarichtingen gegeven wiskunde juist reduceren. Op hun site lievemaria.nl protesteren studieverenigingen van de exacte vakken uit het hele land daar terecht tegen.

Het grote aantal vakken in de Tweede Fase van de havo en het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs behoeft wel enige stroomlijning. Maar de studielast wordt ook veroorzaakt door de vele overbodige werkstukken die in het studiehuis moeten worden geproduceerd. Direct leren draagt meer bij aan kennisverwerving dan leren leren.

Ondanks de slechte ervaringen van universiteiten en hogescholen met de resultaten, gaat het studiehuis (leren leren, zelf opzoeken) in veel scholen gewoon door. Het studiehuis is weliswaar niet verplicht voor scholen, maar de opgelegde zelfwerkzaamheid van leerlingen spaart docenten, dus ook geld. Goede wiskundeleraren zijn steeds moeilijker te krijgen. Bij het beroepsonderwijs is het tekort aan wiskundeleraren nog ernstiger, maar een onbevoegde docent kan altijd nog namens een bevoegde docent tussen de lescomputers gaan staan.

De Tweede Kamer zou nota moeten nemen van de studentenprotesten als ze volgende week de voorstellen van Van der Hoeven behandelt. Het gaat hier om een kwestie die niet zomaar met een aanpassinkje is op te lossen. De crisis in het wiskunde-onderwijs begint al bij de basisschool, waar veel onderwijzers zelf niet meer goed kunnen rekenen, laat staan dat ze er goed onderwijs in kunnen geven. Goede wiskundeleraren zijn bij alle opleidingen nodig. De Tweede Kamer moet nadenken over maatregelen tegen het groeiende tekort aan wiskundeleraren in plaats van het onderwijsniveau verder te verlagen.

In haar nieuwe voorstel tot verlichting van het vak wiskunde schuift de minister taken van het middelbare onderwijs naar de universiteiten en de hogescholen, die dan minder toe komen aan hun eigenlijke onderwijstaak. Dat is niet de oplossing van dit onderwijs-deficiet. Gelukkig zijn de studenten daar ook achter. Zij pleiten terecht voor zodanige verbeteringen dat de studenten aan de universiteit en de hogeschool weer zonder bijspijkercursus aan de slag kunnen, zoals voorheen. Er zijn nog genoeg andere reden voor bezorgdheid van studenten, want ook aan het onderwijs op universiteiten en hogescholen schort nog veel, lieve Maria.