Kopstoten op het groene laken

De wereldkampioen kunststoten is voor het eerst in vijftien jaar weer een Nederlander. De pas 32-jarige Sander Jonen was voor iedereen te sterk. Sterallures heeft hij niet. 'Maandag gewoon weer aan het werk in mijn vloerenwinkel.'

amsterdam wk biljart artistique foto rien zilvold Het wereldkampioenschap biljart artistique in Amsterdam. Bij sommige figuren wordt een 'kegeltje' neergezet. (Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold) Kunststoten Zilvold, Rien

Kleinschaligheid heeft ook zijn leuke kanten. Een tafel met huishoudelijke artikelen die bij de loterij zijn te winnen, aangeboden door de plaatselijke keukenspecialist. Een diner dansant tussen twee speelrondes in en enkele tientallen toeschouwers die zonder uitzondering bereid zijn de spelregels aan nieuwkomers uit te leggen.

Welkom bij het wereldkampioenschap biljart artistique dat tot en met afgelopen zaterdag in Amsterdam Osdorp werd gehouden. In de volksmond gewoon kunststoten, het meest artistieke maar ook het minst bekende biljartspel.

'Het is helaas geen televisiesport, daarvoor is het gewoon te complex', zegt organisator Frans van Schaik van het WK. Biljartspelen als pool en snooker groeien als kool, het kunststoten lijkt eerder op de weg terug. 'Er zijn momenteel negentien spelers die in Nederland op wedstrijdniveau spelen.' Vroeger werd het dubbele aantal met gemak gehaald en klonken namen van kampioenen als Jean Bessems en Raymond Steylaerts bekend in de oren.

Topspeler Rob Scholtes weet wel waar het gebrekkige animo van dit moment vandaan komt. 'Bij elke biljartvorm zijn wel prijzen te verdienen die beschikbaar worden gesteld door de biljartbond. Ik speel zelf ook driebanden en daar kan je wel eens een geldprijsje winnen. Kunststoten kost alleen maar geld', aldus de 42-jarige Scholtes die een van de drie Nederlandse deelnemers was aan het WK.

Het gebrek aan erkenning is onterecht vinden de spelers, want zelfs een leek kan zien dat kunststoten razend ingewikkeld is. 'Nog veel meer dan bij driebanden of snooker wordt de geringste afwijking afgestraft', zegt Ruud de Vos, achtvoudig Nederlands kampioen. De 45-jarige installateur kan om financiële redenen niet meer zoveel tijd aan zijn sport besteden. 'Vier dagen in de week trainen en dan steeds drie à vier uur. Dat is nodig. Maar dat lukt me de laatste tijd niet meer. Er is nu eenmaal nauwelijks een sponsor te vinden die geld steekt in deze sport.'

Sander Jonen, de kersverse wereldkampioen, is elk jaar weer tienduizenden euro's kwijt. Aan reis-, verblijf- en materiaalkosten. 'Op enkele uitzonderingen na moeten wij zelf alles betalen. Aan mijn titel verdien ik nu 3.000 euro. Dat is mooi, maar verder verandert er weinig. Maandag ben ik gewoon weer aan het werk in mijn eigen vloerenwinkel. '

Deelname aan internationale toernooien kost natuurlijk veel geld. 'Als je alles bij elkaar op telt, geef je heel veel geld uit. Dat lukt me niet meer', zegt De Vos die in de kwartfinale werd uitgeschakeld. Als kunststoter zal hij daarom na het WK minder te zien zijn.

Juist vanwege de kosten komt het WK in eigen land de Nederlanders uitstekend uit. In de Amsterdamse biljartzaal in Osdorp staat normaal één tafel die geschikt is voor kunststoten. 'In de rest van Nederland zijn er denk ik nog twee andere te vinden', zo schat eigenaar Van Schaik van de Amsterdamse biljartzaak.

Alleen al om die reden was het wereldkampioenschap een unieke zaak voor Nederland: van dinsdag tot en met zaterdag stonden maar liefst vier tafels opgesteld, voorzien van een vers laken, met daarop 200 lijnen getekend. 'In totaal bestaan er honderd figuren die gemaakt moeten worden. En dan zijn er figuren voor rechtshandigen en voor linkshandigen. Een uurtje of drie werk', zo spreekt Van Schaik uit eigen ervaring.

Die honderd figuren, verdeeld over tien sets, staan centraal bij het spel. Alleen weten de spelers pas bij het begin van het spel om welke set het gaat, want voorafgaand aan elke ronde vindt er een loting plaats die bepaalt welke trekstoten, doorschietstoten of zweepslagtrekstoten er moeten worden gemaakt. 'Als je van te voren precies zou weten welke figuren je moet maken, zou je op een beperkt aantal stoten kunnen trainen. Nu moet je dus het hele arsenaal beheersen', aldus Van Schaik.

Dat valt niet mee, zegt Scholtes die tweemaal nationaal kampioen werd in de jaren negentig toen er nog met ivoren ballen werd gespeeld. 'In die tijd kenden we ook nog maar 68 figuren. Nu vraag ik me bij sommige punten af hoe ik het voor elkaar heb gekregen. Tien of twaalf figuren heb ik bij die plastic ballen nog niet eens onder de knie', zegt de Voorschotenaar. Scholtes, in het dagelijks leven koerier, werd aan het begin van het hoofdtoernooi uitgeschakeld.

Wereldkampioen Jonen had na vier weken van 25 uur training alle figuren goed onder controle. 'Maar dan is het zo dat sommige sets je beter liggen. Tegen Xavier Fonellosa (oud-wereldkampioen, red.) raakte ik donderdag bijvoorbeeld geen bal. En tijdens de finale had ik als voordeel dat ik dezelfde sets moest spelen als in de halve finale.'

Zaterdag liet hij zijn Belgische tegenstander Walter Bax met 3-0 volslagen kansloos. Natuurlijk was de entourage in Jonens voordeel, zeker omdat de finale op zijn vaste tafel in Osdorp werd gespeeld. 'En de steun van de misschien wel driehonderd toeschouwers was natuurlijk ook in mijn voordeel.'

Jonen gelooft niet dat zijn sport ooit de populariteit van bijvoorbeeld darts of poolen krijgt. 'Daar is het te complex voor, maar ik ben ervan overtuigd dat je het spel mooi in beeld kan krijgen op televisie. Het is spectaculair om te zien.' Voor pessimisme over de toekomst van zijn sport is volgens Jonen geen reden. 'Toen de Nederlander Belderos in 1991 wereldkampioen werd, is dat door de media helemaal niet genoemd. Mij wisten de kranten en televisie de afgelopen dagen wel te vinden.'

Misschien heeft de geringe populariteit wel te maken met de spelvorm: in tegenstelling tot bijvoorbeeld driebanden nemen de twee kunststoters het indirect tegen elkaar op. De figuren zijn immers voorgeschreven en je kan dus geen moeilijke ballen voor je tegenstanders achter laten. 'Voor de spelers kan dan het nadeel zijn dat je niet echt in een ritme raakt', zegt De Vos. 'Je probeert in maximaal drie pogingen een figuur te maken en daarna ga je weer zitten en legt de scheidsrechter de ballen klaar voor je tegenstander. Mentaal is dat ook slopend.'

Om het Nederlandse biljarten extra impulsen te geven denkt biljartbond KNBB na over nieuwe formats. 'Dat valt niet mee, want in de biljartwereld is niet altijd de flexibiliteit aanwezig om regels te veranderen. Soms duren wedstrijden te lang voor televisie, maar als je het wilt veranderen bots je toch op tradities', zegt Anton Rebisz van de bond. Bij kunststoten neemt een wedstrijd minimaal anderhalf uur in beslag.

Het populaire poolspel komt als eerste voor een nieuw format in aanmerking. 'We denken dan net als bij darten aan een mooie entree, met een ring announcer. Daaris echt een markt voor', aldus Rebisz.

Op revolutionaire veranderingen in het kunststoten rekent voorlopig niemand. De vraag waar liefhebbers zich mee bezighouden is vooral wanneer en waar het volgende, 27ste, WK wordt gehouden. Na 1987 werd het WK tot en met 1993 georganiseerd, vervolgens vielen er gaten van twee tot vijf jaar. Het toernooi werd de afgelopen dagen in Amsterdam gehouden naar aanleiding van het 75-jarige jubileum van de biljartclub Excelsior.

'De bedoeling is dat het elke twee jaar wordt gehouden, maar ik weet niet of dat gaat lukken', aldus Jonen over het WK dat voor het eerst in 1937 werd gehouden.

De Mexicaanse titelhouder Roberto Rojas ontbrak in Amsterdam: een onderscheiding die de internationale bond hem had toegezegd, was nooit in Mexico aangekomen. 'Ik hoop wél dat ik mijn titel zelf kan verdedigen', zegt Jonen. 'Dit was pas mijn eerste WK-toernooi.'

    • Erik van der Walle