In Uruzgan is straks alles mogelijk

Bij Defensie circuleren veel scenario's voor de missie in Uruzgan. Kan Nederland goodwill kweken in een gevaarlijk gebied?

Rotterdam, 16 jan. - Stel, het is juli 2006, en Nederlandse militairen zitten net enkele weken in de gevaarlijke Afghaanse provincie Uruzgan. De Nederlandse commandant ontvangt een alarmerend bericht ontvangt van het ISAF-hoofdkwartier in Kandahar. Amerikaanse spionagevliegtuigen hebben in de noordelijke bergen van Uruzgan een geheim kampement ontdekt. Waarschijnlijk is het de schuilplaats van tien à twintig Talibaanstrijders. Volgens het hoofdkwartier bereidt de groep mogelijk een aanslag voor. De Nederlandse commandant krijgt de opdracht 'datgene te doen wat de operationele omstandigheden op enig moment vereisen'.

Militaire planners houden serieus rekening met dit soort scenario's, zo blijkt uit gesprekken met goed ingevoerden op het departement. Niet voor niets omschreef de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), in een kritisch rapport waarvan de conclusies bekend zijn bij deze krant, Uruzgan als een 'complexe en risicovolle provincie'.

Wat doet de Nederlandse commandant? Valt hij aan? Dat kan. Het mandaat en de Rules of Engagement (de geweldsregels) van de ISAF-missie geven de Nederlanders in Uruzgan ruime bevoegdheden: ruimer dan in Irak, bijvoorbeeld. De inlichtingen over mogelijke dreiging zijn al voldoende voor het gebruik van geweld. Op het vliegveld van Kandahar staan Nederlandse F-16-gevechtsvliegtuigen klaar. De commandant beschikt ook over Apache-gevechtshelikopters, en honderden militairen op de grond, die kunnen worden ingevlogen voor een verrassingsaanval.

De commandant kan ook besluiten de klus over te laten aan de Amerikanen. In Zuid-Afghanistan hebben ISAF-militairen weliswaar de Amerikanen afgelost, maar in het nóg gevaarlijkere grensgebied in het oosten gaat Operatie Enduring Freedom (OEF), de jacht op Al-Qaeda en de Talibaan, gewoon door. Terrorismebestrijding blijft in heel Afghanistan de verantwoordelijkheid van OEF.

Een derde mogelijkheid lijkt het waarschijnlijkst. De Nederlandse commandant laat de Talibaan gewoon met rust. De opdracht van ISAF is de stabilisatie van Zuid-Afghanistan, het vestigen van het centrale gezag in Kabul en het scheppen van de voorwaarden voor wederopbouw. Zonder steun van de bevolking gaat dat niet. Grootschalig militair machtsvertoon is nú niet opportuun, besluit de commandant.

Het gevaar is geen reden om niet te gaan

Zolang de Talibaan in de bergen blijven, kunnen ze geen kwaad, denkt de Nederlandse commandant. Zijn commandotroepen zullen de strijders voorlopig alleen in de gaten houden.

Voorlopig is het nog niet zover. Eerst zal de Tweede Kamer zich moeten buigen over het sturen van 1.400 Nederlandse militairen naar Uruzgan als bijdrage aan de NAVO-stabilisatiemacht ISAF. Tijdens het cruciale Kamerdebat moeten enkele belangrijke vragen worden beantwoord. De afgelopen maanden is de veiligheidssituatie in heel Zuid-Afghanistan verslechterd. Critici van de missie vragen zich af of de Nederlandse militairen onder zulke omstandigheden wel toekomen aan het primaire doel van ISAF: wederopbouw. In hun ogen probeert de NAVO in Zuid-Afghanistan een gevechtsmissie te combineren met humanitaire hulp. Kan dat wel?

De betrokken bewindslieden hebben zich dat eveneens afgevraagd. Minister van Defensie Kamp (VVD) had aanvankelijk twijfels over het positieve advies van zijn hoogste militair, commandant der strijdkrachten, Dick Berlijn. Ook op Buitenlandse Zaken leefde de vraag of de risico's niet té groot waren.

Volgens ingewijden heeft zowel Kamp als minister van Buitenlandse Zaken Bot (CDA) momenten gekend waarop ze de missie niet meer zagen zitten. Extra voorwaarden, die in de wandelgangen bekend staan als de 'zestienpuntenlijst', hebben de risico's verkleind en de kansen op succes van de missie vergroot, vinden de bewindslieden nu. Zo heeft de Afghaanse regering beloofd de corrupte gouverneur van Uruzgan weg te promoveren. Eventuele gevangenen zullen niet worden uitgeleverd aan de VS, maar aan de Afghaanse autoriteiten, die geen doodstraf zullen toepassen. De NAVO heeft beloofd te zorgen voor aflossing én extra troepen, mocht dat nodig zijn. De VS hebben toegezegd af te zien van het terugtrekken van troepen uit de aangrenzende provincie Zabul.

Toch blijven de risico's in Uruzgan aanzienlijk. De militaire inlichtingendienst raamt de totale omvang van de zogeheten Opposing Militant Forces (OMF: Talibaan, Al-Qaeda en andere radicale strijders) op 300 à 350 man. De OMF opereren in groepjes van tien à twintig man rond één commandant. Volgens de MIVD komen de strijders vanuit het 'transitiegebied' Zabul naar Uruzgan. De noordelijke bergen van de provincie bieden de OMF de 'vrijplaatsen' van waaruit ze aanvallen lanceren op de dichterbevolkte provincies Helmand en Kandahar. Daar bevinden zich de 'meeste lonende doelen'. Volgens sommige berichten zouden zich in Noord-Uruzgan al weer trainingskampen bevinden, zij het op kleine schaal. Volgens de MIVD vormen de strijders een 'geduchte tegenstander'.

Nederland stelt daar een enorme overmacht tegenover. Het provinciale reconstructie team (PRT) in Tarin Kowt, dat de wederopbouw in de provincie onder handen neemt, zal worden beschermd door een bataljon van de Luchtmobiele Brigade (zo'n zeshonderd militairen). De Britten in Helmand en de Canadezen in Kandahar beschikken over vergelijkbare eenheden. Ook de Amerikanen, die een PRT in Zabul bemannen, houden gevechtstroepen paraat. Om het zekere voor het onzekere te nemen, stuurt Nederland F-16's en Apache-gevechtshelikopters. Op de bases in Uruzgan staan mortieren en YPR-pantserwagens met snelvuurkanon. De zware M109-houwitsers van de landmacht in Nederland zijn in verhoogde staat van paraatheid. 'Uruzgan' zou daarmee de zwaarst bewapende vredesmacht zijn die Nederland ooit heeft uitgestuurd.

Dit betekent vooral niet dat de Nederlanders willen vechten in Uruzgan. Het uitzonderlijke arsenaal is bedoeld als 'verzekeringspolis', mocht de situatie uit de hand lopen. Het belangrijkste wapen voor de Nederlanders is echter goodwill. 'De invloed van de Talibaan', zo heeft de MIVD geconstateerd, ,,kan alleen worden geëlimineerd wanneer de steun van de bevolking kan worden gewonnen.' De MIVD noemt dit draagvlak 'essentieel' voor het succes van de missie. Door te zorgen voor betere levensomstandigheden, veiligheid op straat en een beter Afghaans bestuur moeten de 'hard core' Talibaan worden losgeweekt van hun nog steeds omvangrijke achterban. Een 'gedegen campagne voor de hearts and minds in combinatie met robuust optreden is noodzakelijk', aldus de inlichtingendienst.

Vriendelijk, maar 'robuust': de Nederlandse militairen hebben volgens Defensie inmiddels een ruime ervaring opgebouwd met die manier van werken. De 'Dutch approach' is succesvol gebleken in Zuid-Irak, maar óók bij de inzet van Nederlandse special forces voor Enduring Freedom. Het klassieke onderscheid tussen vredesmissies en geweldsoperaties is weinig relevant gebleken in de harde leerschool van Srebrenica en de Iraakse provincie Al-Muthanna. Generaal Berlijn noemde dat onderscheid vorige week zelfs een academische kwestie: 'Een commandant wil alleen weten: wat is mijn opdracht, wat zijn mijn middelen en wat is mijn mandaat', zei hij in NRC Handelsblad.

Bovendien is er geen alternatief voor de ISAF-missie in Zuid-Afghanistan. De afgelopen jaren heeft de NAVO haar gezag van de hoofdstad Kabul geleidelijk uitgebreid over het relatief veilige noorden en westen van het land. Maar wil Afghanistan niet opnieuw wegzakken in chaos en geweld, dan zal ook het onrustige zuiden en oosten moeten worden gepacificeerd. Bij de NAVO is men tot de conclusie gekomen dat de Amerikanen dit met hun war on terror niet voor elkaar krijgen. Binnenskamers leveren topmilitairen van de NAVO felle kritiek op het keiharde optreden van de Amerikanen in Afghanistan. De operatie Enduring Freedom, zo is de communis opinio, biedt geen oplossing, maar is deel van het probleem geworden.

Weggaan uit Afghanistan is geen optie, vinden de diplomaten en militairen. Voor Buitenlandse Zaken is Afghanistan een topprioriteit. Sinds de aanslagen van 2001 in de VS heeft alleen Nederland al 260 miljoen euro ontwikkelingshulp in Afghanistan gespendeerd. Nu niet meedoen, zou een breuk zijn met die politiek. Daarvoor zullen de bondgenoten weinig begrip hebben.

Niet meedoen zou ook een einde maken aan de groei die de krijgsmacht de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Minister Kamp benadrukt voortdurend dat het in stand houden van een moderne krijgsmacht alleen zin heeft als Nederland bereid is die ook daadwerkelijk in te zetten. In de ogen van Defensie is Uruzgan de logische consequentie.

Achter de schermen heeft Defensie veel tijd gestoken in het creëren van 'draagvlak' voor de gevaarlijkste missie sinds Srebrenica. Commandant der strijdkrachten Berlijn heeft gedetailleerde achtergrond-briefings gegeven aan de hoofdrolspelers in de Tweede Kamer. In het debat van de komende weken zullen details hieruit telkens opduiken, - bij voor- én tegenstanders van de missie.