Idealistische jongeren

Het meest irritante aan mijn generatie is dat ze ontzettend kan snoeven over het eigen falen. Zo van: als het ons niet is gelukt, zal het niemand lukken. Neem nou de discussie die op het ogenblik woedt in NRC Handelsblad en de Volkskrant tussen ouderen en jongeren over de vraag waarom en hoe je de wereld zou moeten verbeteren (zie www.nrc.nl/opinie voor de bijdragen van verschillende auteurs over dit onderwerp).

Het begon een paar jaar geleden met een studentenclub die onder de titel 'coolpolitics' feestelijke debatten organiseerde over politieke onderwerpen en een boek van Natasja van den Berg en Sophie Koers met als titel: Praktisch Idealisme. Geen doorwrochte politiek-wetenschappelijke verhandeling, maar zoals de ondertitel luidt: 'een handboek voor de beginnende wereldverbeteraar'.

Mensen van mijn generatie, ik ben van 1958, reageerden knorrig. De suggestie zou namelijk zijn dat wij ouderen, in onze hoedanigheid van 'gevorderde wereldverbeteraars', onpraktische idealen hadden gekoesterd en dat die daarom niets hadden opgeleverd. Als wereldverbeteraars zijn we mislukt, want zie hoeveel ellende er nog is.

In plaats van blij te zijn dat jongeren het nog eens probeerden, maakten we smalende opmerkingen over wereldverbeteraars met iPods en nikes en diesel-jeans, die op feesten de muziek drie minuten zachter zetten om te luisteren naar een praatje over vluchtelingen, en daarna weer dansen. Alleen het eigen schuldgevoel probeerden de jongeren te temperen.

Het grappige is dat de jongeren helemaal geen geheim maken van de behoefte om zichzelf prettiger te voelen. Ze zeggen juist dat zij de wereld niet willen verbeteren uit schuldgevoel, maar uit verantwoordelijkheid. Help de armen, redt het milieu uit menselijkheid, uit meevoelendheid, uit naastenliefde.

Vooral die diepchristelijke ondertoon van naastenliefde ergerde ons, alsof schuldgevoel minder diepchristelijk is. En dat ze zo oppervlakkig waren en alleen naar hiphop luisterden en naar muziekclips keken en van die dunne gidsjes lazen, alsof wij oudere wereldverbeteraars vroeger allemaal de Grundrisse der Kritik der Politischen -konomie van Marx aan het uitpluizen waren.

Maar terug naar de kernvragen: waarom je de wereld wilt verbeteren en of het nut heeft daartoe een poging te wagen. Is het waar dat wij oudere wereldverbeteraars het alleen maar deden voor de verworpenen der aarde en daarbij grote persoonlijke offers brachten? Onze vergaderingen waren een stuk minder gezellig, dat is zo, we waren het ontzettend met elkaar eens en we moesten toch uren luisteren naar de betogen van onze mede-actievoerders, om daarna te besluiten tot een speldje voor op de wollen trui.

De jongeren van tegenwoordig zijn misschien meer consumenten dan activisten en wij ouderen kunnen nu makkelijk zeggen dat ze dat geld beter kunnen overmaken aan de armen, alsof wij dat ook gedaan hebben. Dat hebben wij niet, in de eerste plaats omdat wij zelf toen minder te besteden hadden, maar vooral omdat er, zeker in de jaren zeventig, goede mogelijkheden waren om bij de overheid subsidie aan te vragen: bijna alle actiecomités werden gesubsidieerd door de toenmalige Nationale Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking.

Nogmaals, we vergaderden urenlang en we plakten posters in de stad en we voelden ons daar verschrikkelijk fijn bij, alleen zeiden we het nooit hardop. Later werd de stelling geponeerd dat het juist in je eigen belang is om de wereld te verbeteren. Armen zijn een bedreiging voor onze levensstijl en voor de wereldvrede, daarom is het praktisch en verstandig om armoede te bestrijden. Dat was voor ons een hele opluchting: hoefden wij ons niet meer zo schuldig te voelen over het feit dat wij het zelf prettig vonden als we een keer flink actie hadden gevoerd tegen het grootkapitaal en het militair-industrieel complex.

De tweede vraag is die van het nut van het willen verbeteren van de wereld, en hier treedt pas echt de arrogantie van mijn generatie aan het licht. Wij roepen het hardst dat al onze moeite voor niets is geweest, dat ontwikkelingshulp in een bodemloze put terechtkwam, dat wij allerlei onderwerpen zoals handelsbarrières en de schuldenproblematiek over het hoofd zagen.

Het is een hardnekkige mythe en wij ouderen geloven daar gretig in, maar is het waar dat in de afgelopen dertig jaar niets is bereikt op het gebied van armoede en milieu? Je kunt net zo goed het tegendeel beweren en zeggen dat alles wat door de gevorderde wereldverbeteraars geprobeerd is, min of meer is gelukt. Je kunt dan lukraak de verminderde nucleaire dreiging noemen tussen Oost en West, de beeïndiging van de Vietnamoorlog, de afschaffing van de apartheid en de economische groei van India, die als geen ander heeft geprofiteerd van de Groene Revolutie, van nieuwe landbouwtechnieken die door westerse wereldverbeteraars waren ontwikkeld.

Trouwens, hoe zou het komen dat ondernemers tegenwoordig zo veel socialer zijn, dat multinationals zo veel minder vervuilend zijn, dat er zoiets is ontstaan als maatschappelijk verantwoord ondernemen, dat er een Kyoto-verdrag is, dat er millenniumdoelen zijn en dat walvissen en olifanten nog bestaan? Komt het niet door het eindeloos aan de kaak stellen van het wangedrag van het grootkapitaal en het wijzen van consumenten op het feit dat hun voetballen waren genaaid door kinderhandjes?

Het publiekelijk tonen van wangedrag is nu nog veel makkelijker dan vroeger, nu we het internet hebben. De beginnende wereldverbeteraars moeten daar hun voordeel mee doen, maar ze moeten niet komen met de gedachte dat zij de wereld beter zullen verbeteren dan de ouderen dat hebben gekund.

Je kunt het nog scherper zeggen: de beginnende wereldverbeteraars hebben nu zelfs de extra opdracht om het verbeteren van de wereld niet te zien als een monopolie van het Westen. Jongeren in de Derde Wereld laten nu ook van zich horen, ze zijn niet meer met bloedige revoluties bezig, ze zijn ook praktische idealisten geworden. Ze willen ook dvd's en mobieltjes, zoals de jongeren hier, ze willen een prettig leven en ze willen zich fijn voelen. Ik denk dat het een formidabele beweging oplevert als de praktische idealisten aller landen zich verenigen.

Mijn advies aan beginnende wereldverbeteraars is: begin maar. Luister niet naar de knorrige opmerkingen van de gevorderde wereldverbeteraars. De wereld valt te verbeteren, dat moeten jullie blijven geloven. Hoe zeer wij ouderen ook denken beter te weten.

ramdas@nrc.nl

    • Anil Ramdas