Die Schöne Müllerin

Het hoort natuurlijk niet echt, Schuberts liedcyclus Die schöne Müllerin gezongen door een diepe bas-bariton als Thomas Quasthoff. Al had hij geen bezwaren tegen uitvoeringen door een bariton, Schubert componeerde zijn cyclus op Wilhelm Müllers gedichten over de liefde van een molenaarsleerling voor de molenaarsdochter niet voor niets voor tenor.

Quasthoff klinkt inderdaad eerder vaderlijk dan knapenachtig. Maar uiteindelijk gaat het vooral om zijn muzikale aanpak; bariton Matthias Goerne deed immers ook alle toonhoogtekritiek verstommen met zijn Müllerin, uit 2003.

De vergelijking met Goerne valt in Quasthoffs nadeel uit. Quasthoff tekent - eigenzinnig, sensitief en waar nodig nijdig of alarmerend bijgestaan door pianist Justus Zeyen - voor een aanpak waarin welluidendheid soms voor drama gaat. Zijn timbre is prachtig: donker, warm, rond, aaibaar. Dat zorgt in de bedachtzame liederen voor oorstrelende momenten. Maar waar blijft de schrijnende kracht van een lied als Am Feierabend? Quasthoffs vocale imitaties van de ijlgevooisde molenaarsdochter en haar charismatisch bassende vader zijn overtuigend, maar als poëtisch-ik blijft hij wat op de vlakte. Die ingetogenheid werkt soms ook juist wél, zoals in Der Müller und der Bach. Maar de langzaam via hoop naar wanhoop afglijdende tragiek van de cyclus als geheel mist hier uiteindelijk de letterlijk adembenemende werking die Goerne wél haarfijn wist bloot te leggen.

Die schöne Müllerin (00289 474 2182)

    • Mischa Spel