'De geopolitiek is terug'

Nederland moet zijn energiebeleid wijzigen, zeggen twee zware adviesraden. Want olie en gas zijn schaars. En machthebbers zetten hun energiebronnen weer meer in als politiek instrument.

International Gas Union President George Verberg speaks at the 18th World Petroleum Congress in Johannesburg, South Africa, Wednesday, September 28, 2005. Photographer: Naashon Zalk/Bloomberg News G. Verberg Foto Bloomberg BLOOMBERG NEWS

Oud-minister F. Korthals Altes is er duidelijk over. Nederland moet nauwere politieke banden aangaan met olie- en gasexporterende landen zoals Rusland, Saoedi-Arabië, Koeweit, Libië, Nigeria. 'Om onze energievoorziening voor de toekomst veilig te stellen', zegt hij op een kamer bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Korthals Altes verwoordt daarmee het belangrijkste advies uit het rapport dat hij, als voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), afgelopen vrijdag heeft aangeboden aan de ministers Bot (Buitenlandse Zaken) en Brinkhorst (Economische Zaken).

Als het advies wordt opgevolgd betekent dat een forse verschuiving van het Nederlandse energiebeleid, dat tot dusver vooral in Europees verband werd vastgesteld. De woordvoerder van Brinkhorst zegt dat de minister de adviezen als een steun in de rug ziet voor zijn huidige beleid.

'De urgentie is groot', zegt G. Verberg, lid van de Algemene Energieraad die ook aan het rapport meewerkte. Verberg was voorzitter van de commissie die het rapport opstelde. 'We moeten nú met het nieuwe beleid beginnen, want het duurt lang voordat het effect heeft', zegt Verberg via de telefoon.

Wat maakt de situatie nu urgent?

Verberg: 'Olie en gas zijn erg schaars geworden en dat blijven ze de komende tien jaar nog wel. De strijd om de toegang tot energievoorraden tussen VS, China, India, Japan en Europa is gestegen en zal naar verwachting verder toenemen. Daarnaast is de geopolitiek terug van weggeweest. Het conflict tussen Rusland en Oekraïne heeft dat aan het licht gebracht.'

Het is dus zaak om op goede voet te staan met de machthebbers van olie- en gasrijke landen. U adviseert bijvoorbeeld om de relatie met Rusland te herformuleren. Hoe?

Verberg: 'Europa is de laatste jaren erg paternalistisch geweest naar Rusland toe. We probeerden Rusland op te leggen dat het zijn energiesector moest liberaliseren, net zoals wij in Europa aan het doen zijn. Maar volgens Rusland biedt de vrije markt weinig voordelen. Het land heeft daarover heel andere ideeën. Dat moet je respecteren. Rusland is een groot en trots land. Ze hebben genoeg van de arrogantie van het westen.'

U adviseert om een én-én-beleid te gaan voeren. Blijven opereren in Europees verband, maar ook snel gaan werken aan bilaterale relaties. Waarom kiest u niet?

Korthals Altes: 'Omdat we niet weten wat de toekomst brengt. Europa vertrouwde er tot voor kort op dat de wereld zich zou ontwikkelen tot één grote vrije markt. Maar nu is de geopolitiek terug, en daar heeft Europa nog geen antwoord op. Lidstaten beginnen daarom hun eigen pad uit te stippelen. Aangezien we niet weten in welke richting de wereld zich zal ontwikkelen, verder gaande geopolitiek of een nieuwe golf van globalisering, kunnen we maar het beste inzetten op allebei.'

Volgens het advies moet energievoorziening een hoofddoel worden van het Nederlandse buitenlandbeleid. Hoe gaat dat in zijn werk?

Verberg: 'Het ministerie van Buitenlandse Zaken kan via zijn ambassadeurs in bijvoorbeeld Koeweit of Saoedi-Arabië laten uitdragen dat bedrijven uit die landen welkom zijn in Nederland. Het ministerie kan ook streven naar een betere samenwerking van Nederland met zo'n land. Dan kijken we wel graag verder dan alleen energie. Zo zijn in Dubai baggeraars van ons actief. Als je in elkaars economie investeert en met elkaar optrekt, vergroot het begrip voor elkaar.'

Korthals Altes: 'Je zou ook kunnen denken aan diplomatieke steun voor oliemaatschappijen, als die ergens op problemen stuiten. Het toeval wil dat een van de grootste multinationals voor de helft Nederlands is. Ik praat natuurlijk over Shell.'

Ontwikkelingshulp zou in de toekomst wellicht gaan verschuiven naar arme landen die over grote olie- en gasvoorraden beschikken. Gaan we zaken doen met landen als Nigeria, Libië, Algerije ?

Verberg: 'Daar doen we al zaken mee. Maar met Soedan bijvoorbeeld niet, en met Birma ook niet. Dat blijft wat mij betreft ook zo, zolang de mensenrechten daar worden geschonden. Let wel, we zeggen in ons advies niet dat energievoorziening allesbepalend moet worden in het buitenlands beleid. We adviseren alleen om het zwaarder mee te wegen dan nu gebeurt. Het moet een hoofddoel worden, maar dan wel naast de acht reeds bestaande zoals vermindering van armoede, versterking van de internationale rechtsorde, en vergroting van de veiligheid en stabiliteit. Hoe de beslissing voor ontwikkelingshulp uiteindelijk uitvalt, is aan de minister.'

Korthals Altes: 'De ontwikkelingshulp gaat bijvoorbeeld niet verschuiven richting het Midden-Oosten. Daar hoopt de rijkdom zich namelijk op. Helaas blijft die beperkt tot enkelen. Er is geen algehele welvaart.'

Er zijn wetenschappers die suggereren dat landen met veel grondstoffen niet democratisch kúnnen zijn. Wilt u daar dan toch hulp aan schenken?

Korthals Altes: 'Volgens mij is dat geen wetmatigheid. Venezuela is op dit moment misschien niet zo'n goed voorbeeld, maar het land heeft de afgelopen decennia goeie periodes van democratie gekend.'

Verberg: 'Over Nigeria hoor je veel slechte dingen, maar er is de laatste twee jaar wel vooruitgang geboekt. Dit zijn ook geen processen van drie jaar en klaar. De strijd tegen corruptie duurt lang.'

Als energievoorziening zwaarder gaat wegen, kan dat dan de discussie over de toetreding van Turkije tot de EU beïnvloeden?

Verberg: 'Ja. Turkije wint aan belang als doorvoerland van olie en gas omdat Europa's energievoorraden slinken en we afhankelijker worden van import uit bijvoorbeeld het Midden-Oosten en de regio rond de Kaspische Zee. Als het gaat om olie- en gasstromen gaat Turkije steeds meer lijken op een wisselemplacement. Dat is precies de reden waarom we Turkije hebben meegenomen in ons rapport.'

Het rapport zegt ook dat Nederland bereid moet zijn om militaire hulp te verlenen aan de beveiliging van internationale transportroutes. Hoe stelt u zich dat voor?

Verberg: 'Dat zal bij voorkeur in NAVO-verband gebeuren, en met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Het is een feit dat er meer olie en met name vloeibaar gas over zee zal worden getransporteerd en dat sommige zeestraten zoals de Bosporus en het Suezkanaal daardoor drukker worden. Piraterij zal naar verwachting toenemen.'

    • Marcel aan de Brugh