Barok bloeit in de Eeuwige Stad

Als een feniks herrees Rome eind zestiende eeuw als hoofdstad van de katholieke wereld. De pausen Julius II en Leo X hadden de stad in de eerste decennia van die eeuw tot een centrum van renaissancekunst en -cultuur opgestoten, maar aan die bloei kwam snel een einde toen Rome in 1527 werd ingenomen en geplunderd door troepen van keizer Karel V. In de jaren zeventig hernam de Eeuwige Stad zich, en transformeerde tot het zelfverzekerde centrum van de contra-reformatie. Kunst, architectuur en wetenschap kwamen tot bloei op de resten van het oude Rome, het vroege christendom, Middeleeuwen en Renaissance.

P. da Cortona: portret van Urbanus VIII. Pinacoteca Capitolina, Rome

Een mooi beeld daarvan biedt de renovatie van de Sint Pieter, die het graf van Petrus markeert. Al eerder waren plannen gemaakt om de vierde-eeuwse basiliek te moderniseren, maar het zou tot in de zeventiende eeuw duren voor de nieuwbouw gereed was. Tekeningen en prenten uit de jaren zeventig en tachtig van de zestiende eeuw tonen dus nog een groot gedeelte van de oorspronkelijke kerk. Daarachter verheft zich majestueus het ronde bouwwerk, waarop later de koepel geplaatst werd die het uiterlijk van de pauselijke hoofdkerk nog steeds bepaalt. Een blikvanger in de tentoonstelling over de kunst en cultuur van de late Renaissance en de barok in Rome die nu in Bonn is ingericht, is een vijf meter hoog, houten model voor de koepel. De maquette is ontworpen door Michelangelo in 1558-61, later aangepast door Giacomo della Porta (ca. 1585) en de achttiende-eeuwse architect Luigi Vanvittelli.

De werkzaamheden aan en in de Sint Pieter lopen als rode draad door de expositie. Het enorme nieuwe gebouw moest worden gedecoreerd met beeldhouwwerk, mozaïeken en altaarstukken, waarvan nu een aantal te zien is.

Een meer dan drie meter hoog schilderij dat de Franse meester Nicolas Poussin maakte van het martelaarschap van de heilige Erasmus, toont hoe diens darmen uit zijn buik worden getrokken en op een spoel gewonden. Niet minder luguber is een retabel met het wonder van heilige Valeria van Limoges, van een schilder bijgenaamd 'lo Spadarino'. Dat werk toont hoe de vroeg-christelijke heilige die om haar geloof was onthoofd, met het afgehakte lichaamsdeel in haar handen knielt voor een altaar. Ze was daar in haar beklagenswaardige staat naar toe gekomen om alsnog de laatste communie te ontvangen, die voor haar executie was onthouden. Spadarino's altaarstuk is een mooi voorbeeld van een schilderij dat later bekritiseerd zou worden vanwege een opvallend laag gezichtspunt, maar dat in de ontstaanstijd goed aansloot bij de behoefte aan duidelijkheid en empathie in religieuze voorstellingen.

Je zou de nieuwe Sint Pieter een hoofdpersoon kunnen noemen in de tentoonstelling, naast de belangrijkste pausen, zoals Sixtus V (1585-1590) en Urbanus VIII (1623-1644), wier personen en werken deze grote, aantrekkelijke expositie structuur geven. Zij waren opdrachtgevers en beschermheren van wetenschappers als de oudheidkundige Athanasius Kirchner en kunstenaars als Gianlorenzo Bernini, de bekendste en misschien wel de belangrijkste kunstenaar van de Romeinse zeventiende eeuw. Bernini, wiens architectuur en beeldhouwwerken het aanzicht van het Rome nog altijd bepalen, duikt dan ook regelmatig op. Terracotta modellen van sculpturen als de beroemde Extase van de heilige Teresa (1647) getuigen van zijn onmatige kunstenaarschap. Maar ook is er een vitrine met het gevest van Bernini's degen, dat in 1931 werd aangetroffen toen het graf van de kunstenaar in de Romeinse kerk van Santa Maria Maggiore werd geopend. Het groen uitgeslagen en beschadigde object is van een ontroerende eenvoud, te midden van al het intellectuele en artistieke geweld van het Rome van de barok.

Tentoonstelling: Barock im Vatikan; 1572-1676. KAH der BRD, Bonn. T/m 19/3. Cat. 536 blz., 29,00. Inl: 0049-022891710 www.kah-bonn.de

    • Bram de Klerck