Uruzgan wordt steeds gevaarlijker

Als de Nederlandse militairen naar Uruzgan gaan, zullen ze het moeilijk krijgen bij de wederopbouw van deze Afghaanse provincie. Buiten de stad Tarin Kowt zijn de Talibaan er de baas.

Ook al is er een kans dat de missie niet doorgaat, de mogelijke uitzending van 1200 Nederlandse militairen naar de provincie Uruzgan heeft nu al zeker één slachtoffer geëist. Gouverneur Jan Mohammad Khan, krijgsheer en hoofd van een lokaal imperium dat tientallen militieleden, honderden papavervelden en naar verluidt ten minste zes schandknapen omvat, is zijn baan kwijt. President Hamid Karzai heeft de drugsdealende gouverneur een plaats aangeboden in de senaat in Kabul, ver weg van zijn machtsbasis in Uruzgan. Zo manoeuvreert men in Afghanistan iemand op een zijspoor.

Het ontslag van Khan is het werk van minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot. Aanvankelijk wilde Karzai er niet van horen de gouverneur te lozen. Khan behoort tot dezelfde Pashtun-stam als Karzai: de Popolzai. “Khan is een goede vechter tegen de Talibaan“, zei de Afhgaanse president, wiens familie uit Uruzgan afkomstig is, dit najaar tegen minister van Buitenlandse Zaken Bot. Maar Nederland bleef onverbiddelijk. De corrupte onderdrukker Khan zou en moest weg, anders zouden Nederlandse troepen niet naar het gevaarlijke zuiden van Afghanistan komen.

Karzai's beslissing druist in tegen de Afghaanse cultuur. Voor de Pashtun, een zelfbewust volk dat sinds het begin van de achttiende eeuw, toen zij het koninkrijk Kandahar stichtten, Afghanistan heeft gedomineerd draait alles om de bescherming van hun qaun, hun uitgebreide gemeenschap van familieleden. Als de Nederlanders daadwerkelijk in Uruzgan ingezet worden, krijgen ze te maken met een ingewikkeld patroon van clans, stammen en “stamconfederaties'. Bij gebrek aan centraal gezag zoeken de Pashtun alle veiligheid binnen de eigen groep. In Afghanistan, maar zeker in het Zuiden, concurreert iedereen met iedereen.

Behalve dan als er een gemeenschappelijke vijand van buiten is - zoals de Amerikaanse militairen die in Uruzgan de Talibaan proberen uit te schakelen. De Sovjetbezetting in de jaren zeventig, en later de overheersing door de mujahedeen en wéér later de Talibaan, hebben de Pashtun extreem xenofoob gemaakt. De inwoners van Uruzgan zullen de Nederlandse nieuwkomers waarschijnlijk zeer achterdochtig tegemoet treden. De Nederlandse troepen zullen eerder op een vooruitgeschoven pion stuiten dan met de werkelijke leider van doen krijgen. Die zal zich afzijdig houden, zodat hij zich ook niet gedwongen kan voelen om toezeggingen te doen.

De Nederlanders zullen het dus moeilijk krijgen bij het wederopbouwen van de provincie. En op hulp bij het optreden tegen Talibaanstrijders hoeven de militairen al helemaal niet te rekenen.

[Vervolg op pagina 38]

Clancultuur hindert contact

[vervolg van pagina 37]

Gevolg van de trouw aan de quan is dat Talibaanstrijders die zich in Uruzgan schuilhouden weinig moeite zullen hebben bescherming te krijgen van de lokale bevolking. Zelfs een rechtstreeks uit Pakistan afkomstige Talib zal grote kans hebben een beroep te kunnen doen op verre familieleden in Uruzgan, en die zullen hem geen onderdak kunnen weigeren, ook al zouden ze het volstrekt oneens zijn met zijn gedachtengoed.

Niet dat er geen sympathie zou bestaan voor het moslimextremisme van de “islamitische studenten'. Jongemannen die hebben gezien hoe Amerikaanse commando's hun deur intrappen, tegen de tradities in met legerlaarzen naar binnen stampen en hun zwaar gesluierde moeder fouilleren, kunnen zich wel eens aangetrokken voelen tot de Talibaan .

Voor de NAVO ligt Uruzgan, met een grootte van ongeveer tweederde van Nederland en naar de beste schatting 300.000 inwoners, in het “zuiden'. De geografische werkelijkheid is dat Uruzgan midden in Afghanistan ligt, rondom de laatste toppen van de Hindu Kush, die vanuit het Himalaya-gebergte Afghanistan diagonaal doormidden snijdt. In het zuiden liggen de provinciehoofdstad Tarin Kowt en de andere “grote' plaats, Der Rawood. Buiten die steden zijn alleen kleine dorpen, waar boeren bestaan van kleinschalige akkerbouw, wat veeteelt en - vooral - papaverteelt. Industrie is zo goed als afwezig. Uruzgan is straatarm.

In de tweede helft van het afgelopen jaar is de veiligheid in het Zuiden van Afghanistan steeds verder verslechterd. Een reeks zelfmoordaanslagen die sinds juni vorig jaar in Kabul, maar met name in het zuiden van het land plaatshad, lijkt beïnvloed door de strijd van Al Qaeda in Irak. In de macho-cultuur van Afghanistan was het ongebruikelijk om jezelf op te blazen. Sterven deed je in de strijd. Het is onduidelijk of de zelfmoordterroristen in Irak opgeleide Afghanen, of naar Afghanistan afgereisde Irakezen zijn. In de strijd tegen de Russen kozen de Afghanen niet voor dit soort martelaarschap.

Vorige week vond de eerste zelfmoordaanslag in Uruzgan plaats. Op een drukke markt kwamen tien burgers om en raakten er vijftig gewond. Een woordvoerder van de Talibaan liet hierna weten dat zich inmiddels tweehonderd mannen hebben “geregistreerd' voor het martelaarschap. Maar de martelaars lijken de techniek nog verre van feilloos te beheersen. Van de dertien zelfmoordaanslagen in Kabul, Helmand, Uruzgan en vooral Kandahar, werd in zeven gevallen alleen de zelfmoordenaar gedood. Zo ontploften de bommen van de zelfmoordterrorist vorige week in Uruzgan honderden meters voor hij zijn doel, de Amerikaanse ambassadeur, had bereikt.

Een andere veelgebruikte tactiek is om een auto volgeladen met explosieven in te rijden op een konvooi of patrouille van westerse militairen. Ook krijgen de militairen in Zuid-Afghanistan in toenemende mate te maken met bommen langs de weg, meestal landmijnen of geïmproviseerde explosieven. De Nederlandse militairen die in Uruzgan veel de weg op zullen moeten, krijgen hier zeker mee te maken. Volgens de Australische fotograaf Ash Sweeting, die vorige maand in Uruzgan was, durven ook Afghaanse vrachtwagenchauffeurs er de weg niet meer op. Volgens hem heeft gouverneur Jan Mohammad alleen controle over Tarin Kowt. Daarbuiten zijn de Talibaan de baas.

In Uruzgan, geboortestreek van de voortvluchtige Talibaan-oprichter mullah Omar (hij zou zich in Uruzgan of omgeving ophouden), is het geweld dan ook niet alleen gericht tegen westerse militairen. De Talibaan vallen ook doelgericht Afghanen aan. Aan de Nederlanders de Pashtun ervan te doordringen dat beiden in dat opzicht wél belangen delen.