Poolse romantiek voor een Nederlandse film

Zbigniew Preisner, componist van Kieslowski, schreef de muziek voor de Nederlandse film “Sportman van de eeuw'. “Dit is mijn meest optimistische werk.“

06.01.2006 Warszawa, ul.Woronicza, Studio S1, Zbigniew Preisner nagranie muzyki do filmu 'Sportsman of the century' rez. Mischa Alexander Fot. Anna Wloch Zbigniew Preisner (staand) en Mischa Alexander (zittend, rechts) in Warschau ( Foto Anna Wloch WLOCH, ANNA

Uit de luidsprekers klinkt valse lucht. Een hoboïst, onzichtbaar verstopt in een apart opnamehok, worstelt met zijn toonaanzet. “Nee, nee, nee“, bromt Zbigniew Preisner vanachter de mengtafel. “Opnieuw.“ Tussen zijn kaken knapt een druif.

De Poolse componist legt op een koude zaterdag de laatste hand aan de muziekopnames voor Sportman van de eeuw, een film van de Nederlandse cineast Mischa Alexander. Preisner voert zijn muzikanten aan als een generaal. De film van 2,5 miljoen euro over een Friese paalzitter komt in april uit. Haast is geboden.

Eerst zou Ennio Morricone de muziek voor de film maken, een primeur in Nederland, hetgeen in 2003 met veel poeha werd bekendgemaakt. De Italiaan, bekend van zijn muziek voor westerns, was enthousiast, maar te duur. Medio vorig jaar was er alsnog genoeg geld, maar toen had Morricone geen tijd meer.

Preisner (50) is niet zo bekend als Morricone, maar zeker geen kleine jongen. Hij was de huiscomponist van landgenoot Krzysztof Kieslowski. Hij maakte onder meer de muziek voor La double vie de Véronique (1991) en het drieluik Trois couleurs: Bleu, Blanc, Rouge (1993/1994). “Preisner werd mij aangeraden door onze Duitse coproducent, een groot fan“, fluistert Mischa Alexander (44), die naar Warschau is gekomen om de opnames bij te wonen. “Preisner heeft een eigen bakje bij platenzaak Concerto in Amsterdam, en dat hebben maar weinig componisten.“ Recentelijk schreef de Poolse grootmeester alle orkestraties voor het nieuwe solo-album van David Gilmour (Pink Floyd). Alexander: “Preisner heeft zelf bijna alleen maar rock in zijn kast staan. Klassieke muziek vindt hij saai.“

Een jongeman - trendy kapsel, hippe bril, spijkerbroek - loopt de studio binnen. Het is de pianist van het orkest, Leszek Mozdzer, in Polen een gevestigde naam. Nog maar kort geleden was hij in Londen met Preisner om de muziek voor Gilmour op te nemen. Nu is hij terug in Warschau voor een Nederlandse film, over Friesland. Hij vindt het allemaal prachtig. “Is dat in Nederland“, vraagt hij, terwijl de Afsluitdijk op het tv-scherm boven de mengtafel voorbij komt.

Muzikanten als Mozdzer zijn volgens Preisner nog maar moeilijk te vinden. “Voor de val van het communisme mocht niemand weg, dus het talent bleef. Net als met voetbal: het Poolse voetbal bereikte zijn hoogtepunt in de jaren zeventig. Nu voetballen al die jongens in het buitenland.“

Mozdzer neemt plaats achter de Steinway. Preisners intens romantische melodieën hebben meestal een zwaarmoedige ondertoon. In zekere zin héél Pools. Mischa Alexander twijfelde eerst of dat wel zou passen bij een Nederlandse film. “Na een gesprek was ik overtuigd“, zegt Alexander. “Deze man keert zich naar de film toe. De muziek is prachtig geworden.“ Preisner: “Dit is een van mijn meest optimistische werken.“

Voor Alexander geldt eigenlijk het omgekeerde. Dit is zijn meest serieuze film. Alexander is vooral bekend om zijn scenario's voor populaire films als All Stars (1997) en Volle Maan (2002). Sportman van de eeuw is zijn regiedebuut. De film gaat over Taeke Jongsma, die het wereldrecord paalzitten wil breken en daarbij alles op het spel zet, zelfs zijn grote liefde. Terwijl hij op de paal zit, komt zijn hele leven voorbij, de geschiedenis van een eeuw.

“Het resultaat is een stuk serieuzer geworden“, zegt Alexander. De regisseur voelt zich daar ongemakkelijk over. Als Preisner hem “een Ingmar Bergman in de dop“ noemt, kijkt hij verschrikt op. “Bergman? Laat niemand het horen.“ Alexander associeert de Zweedse regisseur met saaiheid. Maar Preisner is zich van geen kwaad bewust. Hij heeft de Nederlander naar eer en geweten een groot compliment gegeven.

De culturele kloof wordt die middag nog een paar keer zichtbaar. Volgens Preisner gaat de film simpelweg over “passie“. Volgens Alexander over “escapisme“. “Taeke zoekt naar een manier om niet meer te hoeven te werken en komt uit bij het paalzitten.“ Preisner begrijpt sommige grappen ook niet. Aan het begin van de film wordt gezegd dat paalzitter Jongsma al als jongen talent had voor zittenblijven, op school. “Ik kan niet lachen om kinderen die blijven zitten“, zegt de Poolse componist.

Aan het einde van de tweede opnamedag komt het alsnog tot een kleine botsing tussen de Nederlander en de Pool. In de film wordt verwezen naar de Elfstedentocht. Alexander wil dat de muziek van Preisner dan “positiever“ klinkt, omdat de Elfstedentocht voor de doorsnee Nederlander een extra emotionele lading heeft. Preisner vindt dat onzin. Hij laat Mozdzer nog wel wat extra vrolijke riedeltjes inspelen, maar zet er al snel een punt achter. “Ik hou er niet van als momenten in een film te zeer worden onderstreeptt“, zegt hij. “Goede filmmuziek is bloed. Belangrijk, maar onzichtbaar.“

    • Stéphane Alonso