Parallelle koopjes

Wie wil weten hoe het leven in de beruchte Franse banlieue is als de auto's niet meer branden, huurt er een flat. Bericht uit Les Minguettes, nabij Lyon.

In de banlieue kan men maar beter niet vragen wat iemand doet. Je riskeert de ander er mee in verlegenheid te brengen. “Wat ik doe?“, antwoordt Djamel: “Behalve niks wil je zeggen?“ Niet dat Djamel niets doet: hij bezorgt cannabis aan huis in Les Minguettes. Maar het is geen beroep met veel doorgroeimogelijkheden. “Het is waar: ik zou er beter aan doen wat minder jointjes te roken en een echte job te zoeken“, zegt hij half ernstig.

De volgende dag bega ik opnieuw een misstap. We zijn uitgenodigd bij de familie Mouchmouche om er Aid El-Kebir mee te vieren. Het islamitische offerfeest is in de banlieue aan een heropmars bezig, ten nadele van het kerstfeest. Behalve de 33-jarige dochter Ouahiba zijn er de ouders, de grootmoeder, en drie van haar broers. Wat hij doet, vraag ik aan een van de broers. “Cantonnier“, antwoordt hij. En wat wil dat precies zeggen? “Straatveger'. Daar is natuurlijk niets tegen, maar het is niet voor niets dat men er het iets chiquere woord voor wegwerker voor geleend heeft.

Er zijn in Frankrijk wel meer van die fraaie termen die hun werkelijke lading moeten verdoezelen. “Employée de la collectivité', werkneemster van de gemeenschap, bijvoorbeeld, is een mooi woord voor poetsvrouw. Het is wat Ouahiba deze week doet. Ouahiba is eigenlijk verpleegster van beroep maar zij heeft even geen zin om te werken. Om een vriendin uit de nood te helpen heeft ze wel tijdelijk haar shift in de schoonmaakploeg van het winkelcentrum van Villeurbanne overgenomen. Dat wil zeggen dat ze elke dag om vijf uur 's ochtends de bus moet nemen in Les Minguettes om van zes tot acht uur de vloer te schrobben in een andere buitenwijk van Lyon. Twee uur onderweg voor twee uur werk tegen het SMIC-tarief (het minimumloon van zo'n acht euro per uur). Men zou voor meer thuisblijven.

Bij zo'n winkelcentrum in de banlieue moet men zich niet veel voorstellen. Dat van Les Minguettes, “Venissy', houdt zo'n beetje het midden tussen een Algerijnse souk en een warenhuis uit het Sovjettijdperk. Binnenkort gaat het dicht voor renovatiewerken. In het nieuwe winkelcentrum zullen er alleen nog aan de buitenkant winkels zijn, kwestie van de hangjongeren te ontmoedigen voor wie Venissy een van de laatste ontmoetingsplekken in de wijk is.

Heel Frankrijk is deze week in de ban van de uitverkoop, maar in Venissy zijn er geen koopjes. De betere handelszaken zijn hier al lang geleden weggetrokken en vervangen door goedkope winkels die sowieso al de allerlaagste winstmarge hanteren. Maar de banlieue heeft zijn eigen, parallelle economie en daar zijn het hele jaar door koopjes te vinden. “Als het jullie interesseert: deze week mobiele telefoons en parfum“, zegt Ouahiba.

De parallelle markt wordt geheel bepaald door wat “van de vrachtwagen is gevallen'. Maar de tijden zijn veranderd, betreurt Ouahiba. Ze herinnert zich uit haar kindertijd hoe een stel jongeren eens een vrachtwagen vol Danone-yoghurt had gestolen. “Ze hadden hem tussen de torens geparkeerd en de hele buurt uitgenodigd. Ik zag het gebeuren vanuit mijn raam en ben onmiddellijk naar beneden gerend met een lepeltje.“ De oplawaaier die ze na afloop van haar vader kreeg, nam ze voor lief.

Dat eerlijke delen maak je niet meer mee, zegt Ouahiba. “Het is nu ieder voor zich.“