'Ook van Kasparov zou ik moeten winnen'

In het Corus schaaktoernooi, dat vandaag begint, speelt Veselin Topalov voor het eerst als wereldkampioen. De Bulgaar wil graag laten zien wat hij waard is. “Ik moet mij tegen de sterkste tegenstanders kunnen bewijzen.“

13-01-2006, Wijk aan Zee. Wereldkampioen schaken Veselin Topalov. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Vrijwel het eerste wat hij uitpakt wanneer hij 's avonds laat in Wijk aan Zee op zijn hotelkamer aankomt, is zijn schaakspel. Drie maanden is Veselin Topalov nu wereldkampioen schaken, maar als er ergens niets van gekomen is in die drie maanden, dan is het wel schaken.

Hij kijkt ernaar uit om eindelijk weer eens helemaal op te gaan in een toernooi. “Voorbereiden, spelen, analyseren, uitrusten. Geen telefoontjes, geen internet en geen televisie.“

Wanneer hij het zo zegt schrikt hij een beetje van zijn woorden, want zó erg was het natuurlijk niet. Hij had er een beetje tegenop gezien om na afloop van het WK naar Bulgarije te gaan en bedolven te worden onder interviews en huldigingen, maar terugkijkend is hij dankbaar voor de warmte en trots waarmee zijn landgenoten hem onthaalden.

Hij hield een rede in het parlement, bezocht president Parvanov en werd overladen met geschenken. Het meest in het oog springen de twee auto's die hij kreeg: een Volvo C40 van een landelijke instelling voor jeugd en sport, en een Land Rover Freelander omdat hij tot sportman van het jaar werd gekozen.

Ook Topalov liet zich van zijn beste kant zien. Zo schonk hij de Land Rover meteen aan de organisatoren van een landelijke campagne om zieke kinderen medische zorg te bieden. De mooie trofee die hij in Argentinië won, een stijlvol beeld van een schaakkoning en koningin ineengevlochten in een tango, gaf hij aan het Nationaal Historisch Museum in Sofia.

En dan was er nog het opmerkelijk cadeau voor de president van zijn land. Hij kreeg de loper waarmee Topalov zijn laatste zet uitvoerde in de partij waarmee hij in San Luis de wereldtitel veilig stelde.

Vergeleken met de ontvangst in zijn geboorteland waren de reacties in Spanje bescheiden. De burgemeester van Salamanca stuurde zijn felicitaties, maar verder gunden de mensen in zijn woonplaats hem de rust en anonimiteit waar hij zo aan hecht.

Landelijk was er meer aandacht. De sportkrant Marca organiseerde een ontmoeting met Martin Petrov, de Bulgaarse aanvaller van Atletico Madrid, die dit seizoen de duurste transfer was in de Spaanse competitie. Ze speelden een korte schaakpartij en schoten twee keer op elkaars doel. Met een brede grijns vertelt hij dat hij er “twee inschoot“ en een penalty van Petrov stopte.

Terwijl Topalov de plichtplegingen van een kampioen afhandelde, hing er voortdurend een vraag in de lucht: is er kans op een match tussen hem en de zich klassieke wereldkampioen noemende Vladimir Kramnik? Die match zou volgens velen de schaakwereld weer herenigen. Een hereniging, overigens, die volgens Topalov overbodig is; de wereldtitel is eigendom van de wereldschaakbond FIDE en die had hem tot inzet gemaakt van het toernooi in San Luis.

Wat niet wil zeggen dat hij géén match tegen Kramnik zou willen spelen. Maar dan wel op zijn voorwaarden: hij als wereldkampioen, Kramnik als uitdager. Dat was dan ook de reden waarom hij de uitdaging van Kramnik, die al binnen enkele weken volgde, van de hand wees.

In een persbericht stelde Topalov dat Kramnik voor hem geen wereldkampioen was. Hij voegde er nog eens fijntjes aan toe dat het voor hem toch ook een beetje raar zou zijn om een match te spelen tegen iemand die inmiddels was afgezakt naar de zevende plaats op de wereldranglijst.

Omdat de match voorlopig van de baan leek, keken velen uit naar de confrontatie tussen Topalov en Kramnik in Wijk aan Zee. Helaas trok de Rus zich vorige week terug met een verklaring die ook als uitleg leek te dienen voor zijn povere resultaten van de laatste paar jaar. Kramnik maakte bekend dat hij in die periode regelmatig geplaagd werd door een vorm van artritis. Omdat hij in toenemende mate last had van deze ziekte, besloot hij zich enkele maanden intensief te laten behandelen.

Topalov zegt dat hij verrast was door het nieuws en dat hij begrijpt dat Kramnik voorrang geeft aan zijn gezondheidsproblemen. Daarnaast hechtte hij zelf in ieder geval niet zoveel waarde aan die ene partij die ze hier zouden spelen. Wat zegt tenslotte één partij?

Inmiddels heeft de FIDE aangekondigd dat iedereen die ooit wereldkampioen was of iedere speler met een rating boven de 2700, de wereldkampioen mag uitdagen mits hij een miljoen dollar prijzengeld voor de kampioen garandeert. Topalov zou zo'n match het liefst dit jaar nog spelen. Een voorkeur voor een tegenstander heeft hij niet. “Als wereldkampioen moet ik altijd bereid zijn om me tegen de sterkste tegenstanders te bewijzen. Als Kasparov morgen weer zou gaan schaken en het geld bij elkaar krijgt dan zou ik ook hém moeten kunnen verslaan. Zo niet, dan zou ik geen wereldkampioen meer zijn.“

Na afloop van San Luis vertelde Topalov dat hij een actieve kampioen wilde zijn. Wie naar zijn schema voor het komende halfjaar kijkt, zou kunnen denken dat hij het bijna overdrijft. In vijf maanden tijd zal hij, klassiek schaak- en rapidschaak bij elkaar, 72 partijen spelen. De tournee begint in Wijk aan Zee.

Het lijkt het hem interessant om te zien of er anders tegen hem gespeeld zal worden nu hij wereldkampioen is. “Het kan zijn dat ze extra voorzichtig gaan spelen, maar het kan ook zijn dat ze blokkeren. Dat zag je bij Kasparov ook vaak; zijn tegenstanders dachten automatisch dat hij toch meer zag dan zij.“ Maar om te beginnen zal moeten blijken hoe hij de afgelopen twee maanden is doorgekomen. “Ik ben niet nerveus, ik maak me alleen zorgen dat ik te ontspannen ben. Ik heb nog steeds dat aangename gevoel en denk misschien dat ze weer beginnen te klappen zodra ik opkom en me weer een prijs geven. Maar ik ben bang dat het anders zal gaan.“

    • Dirk Jan ten Geuzendam