Neef chimp

'Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding“ zeiden wij vroeger en niemand vond dat gek. Een aap als ding, een lelijk ding nog wel, was toen kennelijk vanzelfsprekend. Nu kan ik mij niet meer voorstellen dat ik die uitdrukking ooit gebruikt heb. Dat heeft de biologische wetenschap toch maar weten te bereiken, al dan niet met hulp van de TV. We zijn kennelijk minder antropocentrisch geworden, minder de mens als maat der dingen (beesten) nemend. De waardering voor de elegantie en doeltreffendheid van apen in hun natuurlijke omgeving is toegenomen.

De gapende kloof tussen aap en mens, waar ik nog mee ben opgegroeid, is in 50 jaar dichtgeslibt. Zo stond er vorig jaar een leuk stuk in Current Biology over gromcommunicatie bij chimpansees. Het ging daarbij niet om het aanmoedigend gehum van de psychotherapeut, het laatdunkend gesnuif van de examinator, of de geïrriteerde grauw van de echtgenoot die gestoord wordt bij zijn lievelings-TV-programma, maar om meer informatief gegrom. Voor appels hebben chimps een andere grom dan voor brood, zoals Schotse onderzoekers met een playback van gromgeluiden hebben aangetoond. Bij playbacken denk ik eerder aan kleine meisjes op TV die Tina Turner nadoen, maar je kunt er ook mee onderzoeken hoe chimps elkaar informatie toespelen. Of chimps echt “appels' en “brood' kunnen grommen, of “lekker' versus “matig' eten, moeten de Schotten nog verder uitzoeken, maar dat die grom informatie bevat, staat vast.

Was het 50 jaar geleden nog mogelijk om het unieke van de mens te omschrijven als het vermogen om instrumenten te maken, inmiddels weten we dat chimps dat ook kunnen. Jezelf herkennen in een spiegel, bondgenootschappen sluiten, vlees eten, beperkt taalgebruik, al die typisch menselijke trekken delen we met de chimp.Wij kunnen echter de basenvolgorde van het chimp DNA bepalen en dat kan de chimp niet zelf. Al lang was bekend dat het verschil tussen mens en chimp minimaal was, zo'n 1-5%. Met de publicatie van de basenvolgorde van het chimpanseegenoom in Nature van 1 sept. 2005 weten we dat verschil precies: bij 30% van alle eiwitten is het nul. Eiwitten zijn de werkers in onze cellen, de moleculen die de chemische reacties in ons lichaam katalyseren, die de stevigheid aan onze weefsels geven, die de signalen van buiten opvangen. Bijna 1 op de 3 eiwitten identiek bij mens en chimp, daar stond ik van te kijken.

Verschillen zijn er ook. Terwijl twee willekeurige mensen op 1 miljoen plaatsen in hun DNA verschillen, loopt dat op tot zo'n 100 miljoen bij mens versus chimpansee. Op een totaal van 3 miljard DNA-bouwstenen is dat nog steeds maar 2-3%, maar absoluut is het veel. Dat maakt ook dat er voorlopig geen simpele conclusies te trekken zijn over de genetische verschillen die maken dat wij toch iets anders zijn dan chimps. Het leeuwendeel van de verschillen zijn immers toevallige, die niets bijdragen aan onze spraak of verstand. Het ligt voor de hand om speciaal te kijken naar genen die actief zijn in de hersenen, maar dat heeft nog geen echt aha-erlebnis opgeleverd.

Twee typen genen staan in de belangstelling: genen betrokken bij spraak en bij hersenomvang. Een spraakstoornis komt voor in families met mutaties in het FOXP2 gen en dat laat zien dat FOXP2 essentieel is voor de menselijke spraak. Het FOXP2 eiwit is nauwelijks veranderd in de evolutie tussen muis en mens, maar tijdens de ontwikkeling van de primaten zijn er twee veranderingen in dit eiwit ontstaan, die alleen bij mensen worden gevonden. Die veranderingen zullen wel een kleine stap hebben bijgedragen op de lange weg van appelgegrom naar Hamlet. Dat is echter makkelijker gepostuleerd dan bewezen.

Een andere genfamilie draagt bij aan ons grote brein. Mutaties in die genen leiden tot microcephalie, een klein brein. Twee van die genen zijn actief in gebieden met sterke celdeling in de vroege hersenontwikkeling, zoals te verwachten is van genen die bijdragen aan breinomvang. Die genen zijn substantieel veranderd in de menselijke lijn en die veranderingen zouden dus kunnen hebben bijgedragen aan het ontstaan van ons superieure verstand. Misschien. Bewijs het maar eens. Bruce Lahn gaat in twee stukken in Science van 9 september nog een stap verder. Hij laat zien dat er ook in de menselijke populatie nog selectie plaats vindt op nieuwe varianten van deze “microcephalie' genen (eigenlijk genen voor hersenontwikkeling). Misschien worden wij nog steeds grootbreiniger en slimmer. Niet onredelijk, maar het blijven aardige hypothesen, die niet simpel te bewijzen zijn.

Een andere weg om kaf van koren te scheiden is verder vergelijkend DNA-onderzoek bij apen. Verschillen tussen mens en chimp (5-7 miljoen jaar), die ook bestaan tussen mens en gorilla (7-8 miljoen jaar) en mens en orang-oetan (12 miljoen jaar) maken meer kans om bij te dragen aan onze typisch menselijke eigenschappen dan verschillen die chimp-specifiek zijn. Aan het genoom van gorilla en orang-oetan wordt gewerkt, evenals het genoom van minder verwante apen (rhesus, marmoset). Voor wie wil weten hoe wij in de evolutie zijn ontstaan, komen er spannende jaren aan.

Het nummer van Nature, waarin de chimp DNA-sequentie staat, bevat een hoop andere apenverhalen. De onafwendbare uitroeiing van onze naaste verwanten, chimp, bonobo, gorilla en orang-utan komt uitvoerig aan bod. Hun leefgebieden verdwijnen in hoog tempo en zelf eindigen ze als bosvlees in locale pannen. Toevallig zijn dit jaar ook de eerste fossiele chimpanseetanden gevonden, zo'n 500.000 jaar oud. In het oerwoud blijft er weinig over van een skelet, maar nu is er in Oost-Afrika, waar ook de meeste menselijke fossielen vandaan komen, toch ook iets van een chimpanseevoorouder gevonden, de tanden. Hopelijk is dit het begin van een betere reconstructie van de evolutie van neef chimp uit onze gezamenlijk voorouder.

Frans de Waal, één van de uitgeweken Nederlandse steronderzoekers, beschrijft pakkend in Nature hoe het complexe gedrag van chimp en bonobo (nauw verwant aan de chimp, maar sociaal anders georganiseerd) in de afgelopen 100 jaar in kaart is gebracht. Er is trouwens een nieuw boek van De Waal: Our inner ape (in Nederlandse vertaling: “De aap in ons', net uitgekomen bij Uitgeverij Contact). Hierin laat hij zien hoeveel typisch menselijke karaktertrekken ook bij chimp en bonobo zijn terug te vinden: Niet alleen agressie, bazigheid, rancune, politieke manoeuvres, maar ook generositeit, altruïsme, empathie, gevoel voor fair play en subtiele sociale mechanismen om competitie binnen de groep niet ten koste te laten gaan van de groepscohesie. Het meesterlijk geschreven boek van De Waal leest als een familieroman, echte wetenschap in feestverpakking. Warm aanbevolen, vooral voor alle mensen die nog steeds denken dat er zonder godsdienst geen moraal is. De chimp en de bonobo, die schitterende beesten, kunnen de mens, dat lelijk arrogante ding, nog wel een lesje leren over moraal.

    • Piet Borst