Nat-in-nat schilderen zegt niets over tijdsduur

Ernst van de Wetering, (emeritus hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en Rembrandt-expert; oudste lid van het Rembrandt Research Project; zojuist verscheen deel IV van A corpus of Rembrandt Paintings) een geweldige man, met een geweldige gedrevenheid, bevlogen duikt hij in het oeuvre van Rembrandt, bezielt volgt hij zijn penseel en verklaart plotsklaps dat Paulus de apostel, Rembrandts zelfportret, in één dag geschilderd is; ja want het is helemaal nat-in-nat geschilderd!

Verbijsterend, het feit dat het nat-in-nat geschilderd is zegt niets over hoe lang Rembrandt met dit doek geworsteld heeft. Het is bekend dat Van de Wetering zelf schildert. Als schilder en van collegae weet ik dat de verf op een doek eindeloos nat kan blijven, zeker in de winter opgeslagen in een onverwarmde kamer. Zomers breng je het doek in een koele ruimte zoals een kelder, om nat-in-nat te kunnen blijven werken. Weken blijft de verf van dezelfde consistentie als net opgebracht. Dan trekt bij de onderste lagen langzaam de olie weg en stijft de verf op, waardoor je nog net, nog steeds nat-in-nat, een volgende laag kan opbrengen, om dikte te verkrijgen. Trek je de nieuwe laag verf door de iets drogere onderlaag dan komt deze naar boven. Zo zijn op de tulband streken in een gebaar getrokken, maar duidt de dikte op een opbouw, net als de rulle plek op het voorhoofd.

    • Christine Koenigs Amsterdam