Missie dichterbij na woordenspel kabinet

Niet een besluit, niet een voornemen, maar een besluit tot bereidheid'. Het kabinet sprak zich gisteren opnieuw uit voor een missie naar Afghanistan. Parlementaire instemming ligt nu in het verschiet.

Den Haag:13.1.6 Kabinetsberaad over militaire missie naar de Afghaanse provincie Uruzgan. foto NRC Handelsblad, Roel Rozenburg NRC Handelsblad, Roel Rozenburg

Als sneeuw voor de zon verdwenen ze, de procedurele bezwaren van de meerderheid van de Tweede Kamer tegen de ambivalente wijze, waarop de regering vorige maand nog het voornemen' aan de Tweede Kamer had voorgelegd om maximaal 1400 Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan te sturen. Terwijl het toch sterk de vraag was, of de premier gisteren wel echt iets nieuws zei, toen hij goochelend met begrippen als beslissing', overeenstemming', intentie', bereidheid' en besluit tot bereidheid' alsnog probeerde om Kamer en openbaarheid van de ernst van de kabinetsplannen te overtuigen.

Volgens de PvdA was het dat in ieder geval niet - iets nieuws. Oude wijn in nieuwe zakken, meent het Kamerlid Koenders. Maar ook de grootste oppositiepartij schaart zich onder diegenen in de Kamer die menen dat het toch maar moet komen tot inhoudelijke parlementaire beoordeling van de kabinetsplannen. We moeten wel. De zaak is te belangrijk, zegt Koenders. De Kamer neemt nu zelf het heft in handen.

Zodat het kabinet alsnog zijn zin van vorige maand lijkt te krijgen: de Kamer gaat zich, na een ronde hoorzittingen, vertrouwelijke briefings met geheime militaire informatie en diverse vragenrondes, alsnog uitspreken over de kabinetsplannen, als betrof het hier een formeel kabinetsbesluit. Toch heeft het parlement iets gewonnen. De concessie staat in de laatste regels van de aanvullende kabinetsbrief over Uruzgan van gisteren, die verder grotendeels gewijd is aan tot weinig verplichtende opmerkingen over de rol van de Europese Unie bij de wederopbouw in Afghanistan. Na de oordeelsvorming door uw Kamer [...] zal de regering bezien welke gevolgen moeten worden verbonden aan dat parlementaire oordeel. Dat klinkt anders dan de eerdere brieven van de regering, die de indruk wekten dat het kabinet de Kamer tot een vrijblijvende discussieavond uitnodigde, alvorens definitief niet of wel tot de inzet te besluiten.

PvdA en VVD - die eerder al gezamenlijk optrokken bij de procedurele bezwaren - lijken het in de huidige fase opnieuw eens: wanneer de Kamer zich straks uitspreekt vóór de inzet in Uruzgan, dan moet de regering zich daaraan conformeren en gáán de Nederlandse soldaten. Hetzelfde geldt voor bijkomende voorwaarden die de Kamer mogelijk aan de uitzending verbindt - zwaardere bewapening, bijvoorbeeld, of de stationering van een waarnemer van de EU op het hoofdkwartier in Kandahar.

De grote prijs van de komende parlementaire behandeling is, gerekend vanuit de voorstanders van de missie, een mogelijke instemming van de grootste oppositiepartij, de PvdA. Zonder die steun is een Kamermeerderheid wel denkbaar: CDA, VVD, ChristenUnie en SGP, en mogelijk de LPF. Maar zo'n kleine meerderheid laat toch veel ongemakkelijkheid bestaan, vooral gezien de grote risico's voor de Nederlandse militairen.

De PvdA liet gisteren, voor het eerst, duidelijk weten dat er met haar te praten valt, door aan Uruzgan' drie precieze voorwaarden te verbinden. Ten eerste verlangt de PvdA dat het kabinet straks het oordeel van de Kamer getrouw uitvoert - ook de D66-ministers. Dat laatste lijdt weinig twijfel, gezien de geestdriftige wijze waarop zowel Brinkhorst als Pechtold zich gisteren achter de kabinetsplannen schaarde.

De grootste oppositiepartij meent verder dat er een strikte scheiding moet zijn tussen de vechtmissie' Enduring Freedom, die voornamelijk gekenmerkt wordt het jagen op gewapende groeperingen, en de op civiele wederopbouw gebaseerde Navo-operatie ISAF-3, waarvan Uruzgan' deel uit maakt. Tegen Enduring Freedom heeft de PvdA grote bezwaren, vanwege de gebrekkige naleving van de mensenrechten door de Amerikanen. Zo'n strikte scheiding druist in tegen de wens van de Amerikanen en secretaris-generaal van de NAVO De Hoop Scheffer, om juist tot integratie van Operation Enduring Freedom (OEF) en ISAF te komen. Maar het lijkt niet ondenkbaar dat aan dit verlangen tegemoet kan worden gekomen, door duidelijke afspraken over bevelslijnen. Al blijven de Nederlanders als het misgaat in belangrijke mate afhankelijk van tot OEF behorende Amerikaanse troepen.

Het lastigste voor de regering is de derde voorwaarde van de PvdA: dat in Uruzgan daadwerkelijk aan civiele wederopbouw kan worden gedaan, en het er niet zó gewelddadig en onrustig is, dat de militairen niets anders overblijft dan vechten. De toekomst voorspellen is nu eenmaal moeilijk. Dat er grote risico's zijn in Uruzgan is op zichzelf niet een argument, zegt PvdA'er Koenders, maar die risico's dienen wél in verhouding te staan tot de kansen op wederopbouw.

Die laatste voorwaarde van de PvdA is ook het argument waarmee de Kamerfractie van de kleinste coalitiepartij, D66, heeft laten weten voor altijd en eeuwig tegen de missie te zijn. Eigenlijk had D66 zichzelf de glansrol in het komende Kamerdebat toebedacht, maar met dat streven gaat het niet zo goed: D66-fractieleider Dittrich slikte gisteren zijn dreigement van een kabinetscrisis in, omdat hij zich - aldus een D66-woordvoerder - realiseert dat de houding van D66 wel eens een kabinet mét de PvdA en zonder D66 aan de macht kan brengen. En de D66-ministers hebben zich, door hun steun aan het kabinetsbeleid inzake Uruzgan, gisteren duidelijk van het fractiebeleid afgewend. In de Haagse politiek zijn aan onwrikbare standpunten, zoals de D66-fractie die nu heeft ingenomen, meestal weinig politiek-tactisch gewin verbonden. Maar heel anders ligt dat misschien wel in maart aan de stembus van de gemeenteraadsverkiezingen.

    • Raymond van den Boogaard