Met schone lucht en kalk is de redding voor de hei nabij

De luchtvervuiling boven Nederland is de laatste 25 jaar zo verminderd en zo van karakter veranderd dat zij niet langer een zware bedreiging is voor de heideflora. Als de luchtkwaliteit nog verder verbetert, ontstaat uitzicht op blijvend heideherstel. Dat kan door licht plaggen (het verwijderen van de heidestruiken mèt de voedselrijke toplaag van de bodem) en een éénmalige bekalking worden bereikt.

Wil Meinderts, Foto Natura, Flowering heath in national park the Veluwezoom at Loenermark FOTO NATURA Heide hei heideflora Natura

Dat concludeert het proefschrift Species-rich heathland degraded by atmospheric N deposition, perspectives for restoration waarop bioloog Leon van den Berg afgelopen week in Nijmegen promoveerde. De studie levert een bijdrage aan het onderzoek naar de achteruitgang van de heideflora en die van verwante droge soortenrijke graslanden.

De traditionele heide en de daarbij behorende bijzondere planten floreren alleen op voedselarme grond. Tot eind negentiende eeuw hield begrazing door schapen (die 's nachts op stal gingen) in combinatie met plaggen de heide voedselarm. Met de komst van kunstmest en het verdwijnen van de schapenteelt stortte dit beheer in. Het aanbod van zwavel en stikstof uit de zware luchtvervuiling van na de oorlog verergerde de zaak: het leidde tot verzuring en vermesting. Prompt werden de oorspronkelijke plantensoorten verdrongen door soorten die op de rijkere bodem sneller groeiden. De heide, althans de fractie die van het oude areaal over was, vergraste.

Maar de zwavel-uitstoot door fabrieken en centrales is sterk verminderd en in de stikstofaanvoer is het aandeel ammonium (gereduceerde stikstof, voornamelijk afkomstig uit de landbouw) eveneens afgenomen. Vijfentwintig jaar geleden was het aandeel ammonium in de stikstofaanvoer nog negentig procent, inmiddels is het nog maar zestig procent. De rest bestaat uit nitraat (geoxideerde stikstof).

Van den Berg heeft experimenteel kunnen aantonen dat juist ammonium een gevaar is voor de bedreigde plantensoorten in de hei. De ammoniumconcentratie in de bodem kan makkelijk oplopen, omdat bij de opname van ammonium (door planten) of de omzetting naar nitraat (door bacteriën) zuur vrijkomt. In een slecht gebufferde bodem leidt dat tot een pH-daling die op zijn beurt de bacteriële omzetting (nitrificatie) remt. Met behulp van bekalking is de pH te herstellen en de nitrificatie weer op gang te brengen.

Een onthutsende uitkomst van de studie is dat “plaggen' zónder bekalking een gevaarlijke vorm van beheer is die, afhankelijk van de omstandigheden veel kwaad kan aanrichten. Bij het plaggen (bedoeld om de bodem voedselarmer te maken ) wordt makkelijk het zuur-bufferend vermogen van de bodem aangetast. Omdat tegelijk ook veel nuttige, nitrificerende bacteriën worden verwijderd, kan ook dit leiden tot sterke ammoniumophoping. Karel Knip