Lijfrentepolis zonder lijf

De Tweede-Kamerleden Staf Depla (PvdA) en Bibi de Vries (VVD) hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend (zie www.stafdepla.nl, www.bibidevries.nl en het digitale archief van NRC Handelsblad) om de belastingwet te wijzigen. Mensen zijn dan niet langer verplicht om bij een verzekeraar fiscaal vriendelijk te sparen voor later, via een lijfrentepolis, maar kunnen dat ook doen via hun bank, met een op de lijfrentepolis lijkende beleggings- of spaarrekening.

Een (ingegane) lijfrente is een van het leven afhankelijke periodieke uitkering. Ondernemers, freelancers en andere losse werkkrachten die in box 1 onder de inkomstenbelasting vallen, kunnen met een lijfrentepolis een voorziening treffen voor hun oude dag en/of hun nabestaanden. Net als werknemers met een tekort om zo hun pensioen aan te vullen.

Met een lijfrentepolis bouw je een kapitaal op dat op de einddatum omgezet moet worden in een lijfrente, de voornoemde periodieke uitkering op het leven van de verzekerde. Zo'n polis lijkt een tweetrapsraket: de opbouwfase en daarna de tijdelijke of levenslange uitkeringsfase. De overheid heeft voor dit fenomeen een aantrekkelijke fiscale regeling getroffen om te stimuleren dat mensen sparen voor voldoende inkomen op hun oude dag.

Die aantrekkelijkheid leidt helaas tot een oerwoud vol regels en beperkingen, waar geen mens de weg in kent. De fiscus geeft immers niets cadeau en sluit alle sluipwegen af. Zo'n polis is een fiscaal korset voor het leven.

Op dit moment zijn mensen die fiscaal ondersteund sparen voor later volgens Depla en De Vries gedwongen dit bij een verzekeraar te doen. De uitvoeringskosten hiervan zijn hoog en ondoorzichtig. Met hun voorstel willen de Kamerleden de oudedagsparaplu uitbreiden met een tegemoetkoming om via een geblokkeerde spaarrekening of een beleggingsrecht bij een bank individueel een (aanvullende) oudedagsvoorziening op te bouwen.

Tegelijkertijd leidt het voorstel via een vergroting van de markt tot meer concurrentie bij financiële aanbieders en levert zo een bijdrage aan een grotere transparantie in de kostenstructuren van financiële producten. Dit is om meerdere redenen geen goed voorstel. Twee voorbeelden.

Bij de verzekeringspolis profiteren de verzekerden die blijven leven indirect van het heengaan van hun medestrijders. De zwakken zijn solidair met de sterken. Bij de overlijdensrisicoverzekering, even terzijde, ligt dat anders. Daar profiteren de zwakken juist van de sterken, want de nabestaanden van de overledenen ontvangen de afgesproken uitkering, terwijl de overlevers op de einddatum van hun polis geen cent krijgen. Bij de voorgestelde bankpolis bestaat geen solidariteit tussen sterk en zwak. Het is ieder voor zich, waar overigens niets op tegen is. Voordelige sterfte speelt hier geen rol. Het is een lijfrentepolis zonder lijf.

Bedenkelijk in de beoogde opzet is het nieuwe oerwoud aan regels en beperkingen dat de bankpolis met zich meebrengt. De overheid en de politiek zijn immers creatief in het bedenken van ingewikkelde regelingen. In dit geval, net als bij de lijfrentepolis, staan de belangen van de fiscus voorop. Men verleent onder meer een belastingaftrek in box 1, maar haalt die later terug in de uitkeringsfase. Dat is de omkeerregel: nu vrij van belasting, straks belast.

De initiatiefnemers beperken zich tot het pensioenbegrip waar men in Den Haag altijd over praat. Daar wil men alle problemen aflossen via fiscaal vriendelijke, ingewikkelde regelingen, terwijl er vele wegen naar een goede oude dag leiden.

Op het moment dat je (bijna) helemaal stopt met werken, moet je over voldoende inkomen en/of vermogen beschikken om zonder zorgen de eindstreep van je leven te halen. Daarvoor moet je zelf zorgen. Direct of indirect, bijvoorbeeld door te werken in loondienst en zo een pensioen op te bouwen.

Dat vermogen kan zitten in aandelen, huizen, de eigen zaak, een deelname in bedrijven van anderen, spaargeld, obligaties, erfenissen etcetera. En ook de fiscale oudedagsreserve. Er is keus genoeg. Wie wil er dan nog een nieuw fiscaal korset?

    • Adriaan Hiele