Lessen Irak moeten beleid tegenover Iran bepalen

Iran is na Israël de meest westersgezinde samenleving in het Midden-Oosten. In reactie op de nucleaire plannen van Teheran moet het Westen zich daarom niet alleen op het regime richten, maar ook op de samenleving.

Het Westen staat voor een nieuwe grote vuurproef: na Irak, Iran. Terwijl het islamitische revolutionaire regime de internationale zegels op zijn nucleaire installaties verbreekt, en zich opmaakt om zijn bekwaamheid in het verrijken van uranium - die het land binnen enkele jaren in staat zou kunnen stellen kernwapens te produceren - te verfijnen, moeten wij, Europeanen en Noord-Amerikanen, iets doen. Maar hoe? Als wij dit verknoeien, kan dat ons op het randje van weer een militaire confrontatie brengen én het Westen in een nieuwe crisis storten.

Het Europese beleid van onderhandelen en indammen, wantrouwig gesteund door de Verenigde Staten en op dubbelzinnige wijze begeleid door Rusland, is mislukt. Het was het proberen waard, maar voldoende was het niet. De Europeanen hadden niet genoeg geloofwaardige stokken achter de deur en de Amerikanen hadden te weinig verlokkingen te bieden om de theocraten in Teheran te vermurwen. Geen van de twee helften van het oude transatlantische Westen wist het naar olie snakkende China en het energierijke Rusland te bewegen om in het diplomatieke spel duidelijk genoeg onze kant te kiezen.

De nieuwe Iraanse president Mohammed Ahmadinejad, die niet goed snik lijkt, zou een kosten-batenanalyse waarschijnlijk beschouwen als een bedenksel van de Grote Satan. Allah, zou hij zeggen, is geen boekhouder. Maar als bedachtzamer figuren op de achtergrond wél een kosten-batenanalyse maken, zouden zij nog altijd tot de conclusie kunnen komen dat dit risico de moeite waard is. De mollahs dobberen op een oceaan van olie-inkomsten - vorig jaar naar schatting 36 miljard dollar. Met dat geld kan materiële onvrede in eigen land worden afgekocht. Zij weten dat de Verenigde Staten muurvast zitten in het buurland Irak, waar de Iraniërs steeds meer te vertellen hebben in het shi'itische zuiden en zij de Amerikaanse troepen vrijwel naar believen het leven zuur kunnen maken. Teheran heeft Washington - zoals George Bush het in kleine kring zou kunnen zeggen - bij de <i>cojones</i>, de ballen. Zij weten ook dat China - dat een belangrijke overeenkomst met Iran heeft over energieleverantie - en Rusland heel andere belangen hebben dan Europa en de Verenigde Staten; en zij weten dat landen als Duitsland en Italië hun lucratieve handel met Iran zeer ongaarne door sancties zullen laten inperken. Dat is een sterke hand.

Over de volgende stap lijkt iedereen het eens: het geval-Iran zou aan de Veiligheidsraad van de VN moeten worden voorgelegd. Zelfs voor de regering-Bush, die tijdens de crisis in Irak geen goed woord over had voor de VN, is dit nu plan B. En dan? De Veiligheidsraad tikt Teheran op de vingers. President Ahmadinejad zegt: “Je kunt barsten.“ De Veiligheidsraad reageert met sancties, maar met beperkingen wegens de geopolitieke en energiebelangen van China en Rusland en de economische belangen van Duitsland, Italië en Frankrijk. Iran gaat - al dan niet openlijk - door met het verrijken van uranium, terwijl de sancties in het land een toenemende blokkadestemming doen ontstaan. Het regime zal de bevolking voorhouden dat zij onrechtvaardig en huichelachtig wordt gestraft door het Westen, enkel en alleen omdat Iran kernenergie ontwikkelt voor vreedzame doeleinden, wat onder het non-proliferatieverdrag is toegestaan. Moet je kijken hoe de Verenigde Staten omgaan met kernmacht India! Velen zullen geloof hechten aan die propaganda, die, zoals alle goede propaganda, een kern van waarheid bevat. Druk van buitenaf in deze vorm zou het regime dus eerder sterker dan zwakker maken.

Wat dan? Wat is ons plan C? Voor de haviken in Washington en Tel Aviv zou plan C zijn: bommen op welgekozen Iraanse nucleaire installaties, om zo Irans reis naar de bom te vertragen. Ondanks de befaamde precisie van de Amerikaanse hightechbommen mogen wij gerust aannemen dat daarbij onschuldige burgers zouden sneuvelen - of althans mensen van wie de Iraanse televisie geloofwaardig zal kunnen maken dat het onschuldige burgers waren. Toen ik onlangs een bezoek bracht aan Iran zijn mij twee dingen duidelijk geworden: er is een substantiële mate van regimevijandige, westersgezinde gevoelens in Iran, die echter door bombardementen van de ene dag op de andere zouden kunnen vervliegen. Ze zouden vrijwel zeker plaatsmaken voor een golf van nationalistische solidariteit met het regime. Op dit moment speelt de extremist Mohammed Ahmadinejad de westerse neoconservatieve extremisten in de kaart; met bommen zouden de westerse extremisten Mohammed Ahmadinejad in de kaart spelen.

Dus wat moeten de Europeanen en de Amerikanen doen op de rand van deze Perzische afgrond? Om te beginnen een paar tips. De Europeanen mogen allereerst niet het gevaar onderschatten van een onberekenbaar, verdeeld islamitisch revolutionair regime dat kernwapens in handen krijgt. De Europeanen hebben in de jaren tachtig de beweging tegen de kernwapenescalatie van de supermogendheden geleid; het huidige gevaar van proliferatie van kernwapens is waarschijnlijk groter. De Amerikanen mogen van hun kant de Europese waarschuwingen om voorzichtig te werk te gaan, niet verwarren met lafheid, euroslapjanusserij en al die andere gebreken van “defaitistische kaasvretende apen“ die ons door anti-Europese Amerikaanse macho's worden aangewreven.

In de tweede plaats moeten wij alle informatie met elkaar delen. Condoleezza Rice, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, heeft opgemerkt dat Iran een uitzonderingspositie inneemt onder de landen van de wereld, in de zin dat de Verenigde Staten er zo weinig rechtstreeks contact mee hebben. De VS hebben er geen diplomaten gehad sinds het einde van de ambassadegijzelingscrisis een kwart eeuw geleden. Er zitten heel weinig Amerikaanse zakenlui of journalisten. En als wij het boek van New York Times-reporter James Risen mogen geloven, heeft de CIA het klaargespeeld om zijn hele netwerk van agenten in Iran aan de Iraanse autoriteiten uit te leveren door per ongeluk een lijst van hen naar een dubbelspion te sturen. Dus misschien hebben zij er zelfs geen spionnen. De Europeanen daarentegen hebben volop diplomaten, zakenlui, journalisten en misschien ook spionnen in Iran, en zullen dus beter op de hoogte zijn.

Wij moeten al die informatie met elkaar delen en tot een gezamenlijke analyse komen. Voordat we dan ook maar één stap zetten moeten wij ons twee dingen afvragen: welke gevolgen zal dit hebben voor het Iraanse regime, en welke gevolgen zal het hebben voor de Iraanse samenleving?

Het regime zit ingewikkeld in elkaar. Ahmadinejad is president, maar de echte baas is hij niet. De baas van dit theocratische regime is de opperste leider, ayatollah Khamenei. Zonder zijn toestemming waren de nucleaire zegels niet verbroken. Maar hij moet zelf weer rekening houden met sterke belangengroepen, zoals de revolutionaire garde, en met andere ayatollahs, zoals ayatollah Mohammed Taghi Mesbah-Yazdi, de fundamentalistische goeroe van de president.

Niet minder belangrijk is de dynamiek in de Iraanse samenleving. Ik voel me uiterst onbehaaglijk wanneer ik de Amerikaanse neoconservatief Frank Gaffney in BBC's Today een oproep hoor doen tot een “revolutie' in Iran. Wat dapper van hem om andermans levens te wagen! Laten de Iraniërs vooral bedenken hoe het hun shi'itische geloofsgenoten in het zuiden van Irak is vergaan toen aan het einde van de Golfoorlog de vorige president Bush hen aanspoorde om in opstand te komen. Maar de Amerikanen hebben wél gelijk als ze stellen dat het Iraanse volk potentieel onze grootste bondgenoot is. Sterker nog: buiten Israël is dit waarschijnlijk de meest westersgezinde samenleving in het Midden-Oosten. Wij zouden veel meer moeten doen om ons beleid uiteen te zetten en de mensen te helpen die zichzelf willen helpen.

Zo zouden wij bijvoorbeeld satelliettelevisie moeten hebben die 24 uur per dag uitzendt in het Farsi. (Op dit moment is er alleen twee uur per dag de Voice of America.) Wij moeten creatiever gebruikmaken van internet. Wij moeten het maatschappelijk middenveld in Iran ondersteunen, en vooral de dappere studentenactivisten - met alle mogelijke middelen, maar zonder hun levens in gevaar te brengen. In iedere fase dienen wij een tweesporenstrategie te volgen, gericht op het regime én op de samenleving.

Drie jaar geleden heeft het Westen een ontzaglijke puinhoop gemaakt van het Irakbeleid. Daar betalen wij nu nog de prijs voor, in bloed. Laten wij het met Iran beter aanpakken.

Historicus, schrijver, journalist en fellow van Anthony's College, Oxford. Hij schreef “Free World' (2004) en “The History of the Present' (2000).