Leonhardt leidt streng wensconcert met Purcell

Concert: Orchestra of the Age of Enlightenment/Cappella Amsterdam o.l.v. Gustav Leonhardt. Gehoord: 11/1 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 14/1 MC Enschede; 16/1 De Doelen, Rotterdam; 21/1 CC De Oosterpoort, Groningen. Radio 4: 18/1, 13 u. Inl. www.oae.co.uk

Nestor van de authentieke uitvoeringspraktijk, in deze krant omarmd als “Bachs gezant in Nederland'. 76 jaar is klavecinist/organist/dirigent Gustav Leonhardt inmiddels. Hij geeft jaarlijks nog zo'n honderd recitals en al is hij als dirigent niet meer elke week actief, er bestond al tijden nog wel een grote wens: Purcell.

Leonhardt is altijd verfrissend kloek in zijn uitspraken over de componisten. Nu ook weer, in een interview met het Concertgebouwblad Preludium. Romantisch repertoire? Pubermuziek. Franse barok? Charmant, maar van een andere orde dan Leonhardts favorieten, zoals Bach en Sweelinck. En dan heb je nog Henry Purcell; subtiele muziek voor kenners.

Deze week komt Leonhardts wens uit. Met het Britse Orchestra of the Age of Enlightenment begon hij woensdagavond in het Concertgebouw aan een indrukwekkende marathontournee van negen puur Purcell-concerten in elf dagen, in Nederland, België en Spanje. Met orkest, koor en vijf solisten brengt Leonhardt een programma met twee verschillende Odes for St. Cecilia's Day en de Birthday Ode for Queen Mary II - werken die hij desgevraagd oormerkt als Purcells grootste, veel te weinig bekende meesterwerken.

Historisch was het inderdaad interessant te horen hoe verschillend - ingetogen versus feestelijk - de twee odes aan St. Cecilia klonken. Maar vanuit toehoordersperspectief bleef het erg jammer dat de in deze muziek excellerende sopraan Johannette Zomer zo'n marginaal aandeel had.

Uiterlijk is Leonhardt van een tijdloze vormelijkheid. Zijn liefde voor deze muziek blijkt duidelijk in de benadering van de dansante ritmiek, of uit het voetlicht op interessante wendingen. Maar als geheel was Leonhardts benadering wel wel zeer zorgvuldig, beheerst en ritmisch strak, waardoor alle noten de juiste plek kregen, maar ontroering of fysieke opwinding er veelal niet in slaagden over de academische drempel heen te stappen.

De afwerking van het spel van het Orchestra of the Age of Enlightenment liet zeker nog ruimte voor verbetering, maar de feestelijke ode Hail, bright Cecilia! bevatte intieme en verrassende momenten, met het houtblazersterzet in Thou tun'st the World als een van de hoogtepunten. Opmerkelijk was hier echter vooral het aandeel van Cappella Amsterdam, dat in de homogeniteit, elasticiteit en helderheid van klank zo langzamerhand een ongeëvenaard topniveau heeft bereikt.

Naast de zonnestraalachtige stemkracht en -pracht van sopraan Johannette Zomer en de iets minder krachtige maar nog steeds elegante countertenor Michael Chance, maakte Maarten Koningsberger indruk met warme souplesse indruk in With that sublime Celestial Lay. De grootste ontdekking was echter tenor Charles Daniels. In een vocaal ronduit atletisch imitatieduet met de trompet maakte hij duidelijk wat “instrumentaal' zingen voor ademloos stemmend verschijnsel kan zijn.