Lelijke vergissing

Een op de twintig mensen bij de dermatoloog heeft meer aan een psychiater.

Bart Meijer van Putten

Michael Jackson verlaat de rechtbank tijdens de rechtszaak over zijn vermeende kindermisbruik. Niet alleen volgens onderzoeker Damiaan Denys lijdt Jackson aan body dismorphic disorder: de aandoening wordt wel 'Michael Jackson syndroom' genoemd. foto afp (FILES) Dated 13 May 2005 file photo shows singer Michael Jackson leaves the Santa Barbara County Courthouse in Santa Maria, California. Jackson has moved from his sprawling retreat dubbed Neverland to take up residence in Bahrain, according to a published report. Justin Sullivan/Getty Images/AFP =FOR NEWSPAPER AND TV USE ONLY= AFP

Er zijn mensen die er van overtuigd zijn dat ze een misvormd lichaamsdeel hebben. Hun neus, kin, borsten bijvoorbeeld, of ook wel hun penis - terwijl er in de ogen van anderen niets mis is. Deze patiënten lijden aan body dysmorphic disorder.

Hoe veel patiënten er in Nederland zijn met deze afwijking, wist tot nu toe niemand. Want hoewel behandeling door een psychiater het enige is dat deze mensen echt helpt, komen zij daar niet vaak terecht. Wie patiënten met body dysmorphic disorder (BDD) wil opsporen, moet zoeken bij de dermatoloog of plastisch chirurg, zo blijkt uit een onderzoek door het Universitair Medisch Centrum in Utrecht (UMCU) dat vandaag gepubliceerd is in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Popidool Michael Jackson is wel het mooiste voorbeeld van iemand met body dysmorphic disorder, omdat iedereen kan zien dat een preoccupatie met het uiterlijk tot heel slechte resultaten leidt, slechter dan je zou verwachten“, vertelt de Utrechtse psychiater dr. Damiaan Denys. Samen met Nienke Vulink inventariseerde hij in zijn ziekenhuis hoeveel BDD-patiënten binnenkwamen op de afdelingen dermatologie en plastische chirurgie. Circa één op de twintig mensen die er met klachten aanklopte, had de aandoening. De meeste patiënten waren vrouw.

Denys: Het is psychiatrisch een heel ernstig ziektebeeld, omdat de patiënten helemaal geen weet hebben van het pathologische karakter van hun klacht. Iemand met een depressie voelt zich terneergeslagen en is daarom geneigd om hulp te zoeken, maar bij een obsessie over het eigen uiterlijk gaat het om een waanachtig idee. Deze mensen zijn overtuigd van hun gelijk, al houdt hun hele omgeving vol dat er niets met hun uiterlijk aan de hand is. Ze lopen allerlei specialisten af: de KNO-arts, de dermatoloog en de plastisch chirurg. Maar een verwijzing naar een psychiater vinden ze een belediging.“

Denys houdt zich voornamelijk bezig met patiënten die obsessief compulsieve stoornissen hebben: mensen met dwanggedachten, dwanghandelingen en een ziekelijke drang naar perfectionisme. Hij behandelt skin picking, waarbij patiënten niet van hun eigen huid af kunnen blijven, en trichillomanie, waarbij men de eigen haren uittrekt.

dwangklachten

Het idee voor het onderzoek naar body dysmorphic disorder ontstond toen bleek dat verschillende jonge mensen met dwangklachten geobsedeerd waren door hun uiterlijk. Wij hebben daarom gepolst bij plastische chirurgie en dermatologie of zij dergelijke patiënten tegenkomen en hoe de arts daarmee omgaat. “

Vijf maanden lang, van januari tot juni 2004, kregen alle nieuwe patiënten bij dermatologie en plastische chirurgie een lijst voorgelegd met vragen over of ze zich zorgen maakten over hun uiterlijk. Het ging om een Nederlandse versie van de Body Dysmorphic Disorder Questionnaire, die de Amerikaanse psychiater Katharine Phillips ontwikkelde. Een patiënt kreeg de diagnose BDD als uit de antwoorden op de vragenlijst bleek dat iemand zich erge zorgen maakte over zijn uiterlijk, terwijl de expert een heel andere score gaf: géén tot minimale afwijkingen.

Op de afdeling dermatologie beantwoordden 530 van de 534 nieuwe patiënten de vragenlijst. Praktisch iedereen deed dus mee. 45 patiënten (8,5 procent) bleken aan body dysmorphic disorder te lijden, voor driekwart vrouwen. Ze hadden klachten over eczeem, haaruitval, acne of rode vlekken in gezicht, terwijl de dermatoloog weinig of niets kon ontdekken.

Bij plastische chirurgie was de deelname beduidend lager, 465 van 635 nieuwe patiënten (75 procent) en het aantal met body dysmorphic disorder was ook veel lager: 15 patiënten (3,2 procent), waarvan 13 vrouwen.

Denys: Body dysmorphic disorder is een weinig herkend probleem, maar komt dus veel voor. Het gaat niet alleen om een preoccupatie met het uiterlijk; de hele persoon wordt daartoe herleid. Zo was er bijvoorbeeld een jonge man die van mening was dat zijn oren niet schuin genoeg stonden. Die schreef het feit dat hij geen relatie had, dat zijn carrière niet van de grond kwam en zijn moeizame contacten allemaal toe aan de stand van zijn oren. Van die kleinigheid hing zijn hele leven af. Onder deze patiënten komen veel suïcidepogingen voor.“

spreekuur

Van de opgespoorde patiënten waren er maar enkelen die een psychiatrische behandeling accepteerden, terwijl de ziekte goed te behandelen is met een combinatie van antidepressieve medicijnen en gedragstherapie. Denys: “In de toekomst gaan wij voor uitgeselecteerde patiënten maandelijks een spreekuur houden. We willen dan de nadruk leggen op stemmingsproblemen, waar psychiatrisch iets aan te doen is, zonder directe toespeling op het lichamelijke probleem.”

    • Bart Meijer van Putten