In de virtuele bus naar het Rietveld Schröderhuis

Websites die een levensecht museum voorspiegelen, zijn populair. Maar houden ze de bezoeker niet weg uit het echte museum?

Het is de ideale manier om blockbusters te bezoeken, heerlijk rustig en overzichtelijk bovendien; vanuit je huiskamer langs de topstukken in diverse musea dwalen, al dan niet met een hoofdtelefoon op voor uitleg.

Museumwebsites worden niet alleen informatiever en uitgebreider, ze worden vooral interactiever. En het aantal bezoekers dat zo'n website bezoekt, stijgt. Zo noteerde de site van het Van Gogh Museum 2.972 bezoekers per dag in 2004, en in 2005 waren dat er 3.931. In heel 2005 brachten ruim anderhalf miljoen mensen een bezoek aan de website.

Bezoekers blijven ongeveer zes minuten rondkijken op een site - de meeste musea vinden dat te kort. Door verschillende diensten aan te bieden (te downloaden kleurplaten voor kinderen, complete naslagwerken of digitaal te raadplegen collecties) proberen ze méér bezoekers te trekken die ook langer op de site blijven. Het Rietveld Schröderhuis biedt een spectaculaire, virtuele tour aan.

Maar spectaculaire sites leveren niet per definitie meer bezoekers op. Dat ervoer het Groninger Museum. In 2002 presenteerde het museum zijn eerste, uitgebreide site. “Vanaf dat moment stegen de bezoekcijfers met vijftig procent“, aldus een woordvoerder van het museum. De site zelf won diverse prijzen. “Maar bij nader inzien bleek de vormgeving veel bezoekers toch af te schrikken.“ In december 2004 presenteerde het museum daarom een publieksvriendelijker website, waar ook rekening werd gehouden met slechtzienden. “Sinds die tijd stijgt het aantal bezoekers weer. De bezoekers blijven bovendien langer op de site, gemiddeld 8 pagina's per bezoek.“ Alleen als er een nieuwe tentoonstelling wordt geopend, ligt het aantal bezoekers en de duur van hun bezoek hoger.

De website die een levensecht museum voorspiegelt en die toegang geeft tot complete bibliotheken en collecties, lijkt het populairst. Veel musea zijn daarom op dit moment bezig hun sites te vernieuwen. Want het uiterlijk van hun huidige sites blijkt een levensduur van slechts zo'n drie jaar te hebben; daarna gelden ze als verouderd. Ook de musea zijn zich daar van bewust. Zo wil het Joods Historisch Museum meer geluid en bewegend beeld aan zijn huidige, klassiek vormgegeven site toevoegen en zet het Groninger Museum binnenkort zijn complete bibliotheek op het net en een audiotour van de grote tentoonstellingen. Het Van Gogh Museum is van plan een “levendiger, minder kil vormgegeven site' te maken met een speciale kinderpagina.

Maar houden de mooie en soms spectaculair vormgegeven websites de bezoeker niet weg uit het echte museum? Waarom zou je nog van de bank overeind komen als je vanaf diezelfde bank ook naar de collecties kunt kijken?

Cijfers logenstraffen die opvatting. Het “echte' Van Gogh Museum vestigde met 1,4 miljoen bezoekers vorig jaar bijna een record; alleen in 2002 kwamen er meer mensen. Museum Boijmans Van Beuningen trok 255.000 bezoekers, 70.000 meer dan in 2004. Buiten de hoofdstad noteerden het Noordbrabants Museum (250.000) en het Teylers Museum (145.000) meer bezoekers dan ooit tevoren.

Zelfs het gedeeltelijk gesloten Rijksmuseum trok toch nog altijd 840.000 bezoekers. En wie niet wil of kan komen, kan de verbouwing via de site van het museum volgen - een site die maar liefst drie internationale prijzen kreeg. Hier zijn video-interviews te beluisteren en is een driedimensionale draaibare maquette te zien. Helm niet verplicht.

    • Viola Lindner