“Ik rook een joint, arresteer mij!'

Het uitblijven van een eenduidig Europees drugsbeleid leidt in Hongarije tot wilde acties “tegen de hypocrisie“. Cannabisgebruikers geven zichzelf bij de politie aan.

Met een in cadeaupapier verpakte hennepplant op schoot wacht de Hongaarse cannabisactivist Péter Juhász in de rechtbank in Boedapest op het vonnis. Juhász' medestanders, actievoerders, hopen op een wonder. Maar na een tumultueus verlopen zitting oordeelt de rechter alsnog streng: “Gebruik van verdovende middelen brengt de samenleving in gevaar.“ Juházs krijgt een boete van 650 euro, bijna tweemaal het gemiddelde maandinkomen in Hongarije.

De enorme aandacht van zowel Hongaarse als buitenlandse media voor de rechtszaak tegen Juhász (34), begin deze week, is het gevolg van een verhit debat over het strenge softdrugsbeleid in Hongarije. Autoriteiten hanteren er “zero tolerance': iederen die softdrugs (marihuana of party drugs) gebruikt is strafbaar. Wie betrapt wordt op het roken van een stickie riskeert maximaal twee jaar gevangenisstraf.

Ondertussen wordt het aantal gebruikers van softdrugs in Hongarije (10 miljoen inwoners) geschat op ruim een half miljoen. Een gedoogbeleid, zoals in Nederland, bestaat niet. Gebruikers moeten zich wenden tot softdrugdealers in het criminele circuit.

“Onder de huidige Hongaarse wetgeving is iedereen die een keer high wil worden meteen een crimineel“, zegt Juhász na de zitting. “Dit beleid strookt niet langer met het beleid in de meeste landen binnen de Europese Unie.“

De herhaalde oproep van de Maastrichtse burgemeester Gerd Leers voor een “gezamenlijk Europees drugsbeleid' klinkt Juhász als muziek in de oren. “Nu komt onze cannabis uit andere landen, zoals Nederland, waarmee je dus indirect de Nederlandse autoriteiten de beheersing van een Europese drugshandel in de schoenen schuift. We moeten de verantwoordelijkheid zélf nemen, door toe te staan om, ook in Hongarije, je eigen hennep thuis te kweken. Ik zeg niet dat dat goed is voor de Hongaarse jeugd, maar je doorbreekt daarmee wel de hypocrisie in de aanpak van een probleem.“

Onder het communisme deed het fenomeen drugsgebruik pas in de jaren zeventig zijn intrede. Vooral hard drugs - opiumthee of zelfgestookte heroïne uit Polen (compote) - zorgden voor een groot probleem onder jongeren, waarop de autoriteiten geen antwoord hadden. Het gebruik van drugs werd eenvoudigweg ontkend; jongeren die met verslavingsproblemen in het ziekenhuis werden opgenomen kregen de verhullende diagnose “niet nader te specificeren klachten'.

Halverwege de jaren negentig, na de omwentelingen, steeg het drugsgebruik explosief, met 250 procent.

De geur van cannabis is in het Hongaarse uitgaansleven inmiddels niet meer te vermijden, maar het politiek-maatschappelijke debat over softdrugs wordt nog altijd gekenmerkt “door ontkenning en repressie“, vinden de actievoerders van de Beweging Burgerlijke Gehoorzaamheid. Onder die geuzennaam startten in maart 2005 Hongaarse cannabisactivisten hun eerste grote protest. Softdrugsgebruikers togen naar een politiebureau in Boedapest om zich daar vrijwillig te laten inrekenen. “Ik rook wel eens een joint, dus: arresteer mij!'

Politie en justitie werden door de ludieke actie in verlegenheid gebracht en gingen slechts in sommige gevallen over tot vervolging. Chaos en willekeur waren troef.

“We willen onze verontwaardiging uiten over hoe in Hongarije iedere roker van een joint tot een staatsgevaarlijk sujet wordt gemaakt“, zegt Péter Sárosi van de Beweging Burgerlijke Gehoorzaamheid.

In de maanden die volgden bleven cannabisgebruikers zich bij de politie melden, onder wie de bekende activiste-schrijfster Julia Lángh. “Ik ben nu 63 en grootmoeder“, zegt Lángh. “Al veertig jaar ben ik een probleemloos en veilig consument van cannabis.“

Hoewel de politie Lángh ongemoeid liet, groeide mede door haar betrokkenheid de Burgerlijke Gehoorzaamheid-actie uit tot een mediahype, en even leek ook het politieke debat geopend. Maar ondanks beloftes van de huidige socialistische regering om hervorming van het drugsbeleid te agenderen, is de situatie onveranderd.

“Ik ben geen crimineel, ik kweek thuis mijn eigen cannabis“, klonk afgelopen maandag voor de rechter de verdediging van Juhász, één van de prominente “burgerlijke gehoorzamen'.

Met zijn voor Hongaarse begrippen milde straf, een geldboete, neemt hij geen genoegen. “Dit is een principiële kwestie.“ Hij gaat in hoger beroep. Drie dagen na zijn rechtszaak deed de politie bij Juhász thuis een inval en nam al zijn hennepplanten, vijf in totaal, in beslag.

Juhász: “Voor die planten heb ik nu een nieuw proces aan mijn broek. Het kan ditmaal wél twee jaar gevangenisstraf worden. Maar ik ben niet bang. Ik werk als zelfstandig adviseur voor bedrijven in de telecommunicatie. Ook al ben ik met mijn kop op tv, ik heb daardoor nog geen opdrachtgever verloren. De meeste Hongaren vinden het een lachwekkende situatie.“

    • Tijn Sadée