Hollands dagboek; Bas Vos

Bas Vos is voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Hij had deze week de handen vol aan de “chaos' die door het nieuwe zorgstelsel aan het begin van het nieuwe jaar ontstond bij het elektronisch declareren door huisartsen. Het is LHV versus ZN en VWS. “Afspraak is voor mij afspraak!“ Bas Vos (66) is getrouwd, heeft drie kinderen en woont in Maarssen

LHV-voorzitter Bas Vos: Terwijl je leden roepen dat je te laat reageert, verwijten andere partijen je dat je veel te vroeg aan de bel trekt' FOTO Leo van Velzen Amsterdam, 12/01/06. Bas Vos. (Z-Dagboek) Foto Leo van Velzen/Nrc.Hb. Velzen, Leo van

Woensdag 4 januari

Ik houd er niet zo van om “ik had je toch gewaarschuwd' te roepen, maar zeker na het LHV-persbericht van gisteren is het iedereen nu wel duidelijk dat het elektronisch declareren door huisartsen verzandt in een administratieve chaos. Een chaos die ik al maanden heb voorspeld, maar door Zorgverzekeraars Nederland (ZN) via herhaalde garanties steeds naar het rijk der fabelen is verwezen. Mijn leden weten inmiddels beter.

Toch begint de dag zonder de problemen van huisartsen. Ik adviseer een bedrijf bij een fusie en de besprekingen daarover duren de hele ochtend. Daarna kan ik echter meteen naar het mediapark in Hilversum. In het programma Stand.nl krijg ik een half uur de tijd om de problemen toe te lichten. Uit de publieksreacties hoor ik veel kritiek op zorgverzekeraars, ook kritiek die niets met de declaratieproblemen te maken heeft. Blijkbaar grijpt men de mogelijkheid aan om ook breder zijn ongenoegen te uiten over het nieuwe verzekeringsstelsel.

De kritische vraagstelling door Sjors Fröhlich geeft mij de mogelijkheid duidelijke antwoorden te formuleren. Zijn begrijpelijke vraag of Hans Hoogervorst nu moet opstappen, kan ik niet met ja of nee beantwoorden. Immers, ook de minister is in mijn ogen door de voortdurende garanties van ZN misleid.

De rest van de middag overleg ik met organisaties die declaraties voor huisartsen verzorgen. Zij hebben dezelfde problemen met het indienen van declaraties. Tussendoor een telefoontje van Boereboom, directeur van het ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS). Volgende week kan het spoedoverleg met ZN en VWS eindelijk plaatsvinden. VWS wil dit over het weekend heen tillen om de zorgverzekeraars nog enige tijd te geven orde op zaken te stellen. Het zij zo; ik betwijfel of de situatie dan wezenlijk anders zal zijn.

Als voorzitter van de Groen Links-afdeling in Maarssen hoor ik vanavond het overleg met de fractie bij te wonen. Maar om niet volledig achter te raken werk ik mij in een paar uur door 583 e-mailtjes van LHV-leden heen. Boosheid en verontrusting voeren uiteraard de boventoon. Een deel van de afzenders krijgt antwoord.

Donderdag

Vrijwel de hele dag ren ik van het ene overleg naar het andere om met mijn medebestuursleden en medewerkers van de LHV te onderzoeken welke oplossingen mogelijk zijn om er voor te zorgen dat huisartsen aan het eind van de maand op een normale manier hun declaraties krijgen uitbetaald. Eén ding is duidelijk: de LHV zal niet akkoord gaan met voorschotsystemen waarbij de bewijslast achteraf bij de huisarts komt te liggen. De huisartsen zijn in staat om goed te declareren, dus zullen de verzekeraars die bewijslast op zich moeten nemen. Als voorschotten sowieso de oplossing worden. Maar daar gaan we het volgende week dinsdag over hebben.

Aan het begin van de avond blijkt weer eens dat huisartsen in staat zijn zich ondanks alles nog steeds met de inhoud van het vak bezig te houden. Vanochtend diende het kort geding van huisartsen en patiëntenorganisaties tegen zorgverzekeraar Menzis over het bonussysteem dat Menzis heeft bedacht. Huisartsen krijgen een bonus als zij patiënten nog maar één soort cholesterolverlager of maagzuurremmer voorschrijven. Op de tv hoor ik een betrokken huisarts kort en helder vertellen dat de zorgverzekeraar zich daarmee volstrekt ten onrechte bemoeit met de arts-patiëntrelatie en voorbijgaat aan de standaarden van het Nederlands Huisartsen Genootschap.

Vrijdag

Voor het overleg van volgende week met VWS en ZN valt even niets voor te bereiden. Tijd om de inzendingen op de e-maildiscussielijst weer bij te werken. Ik besluit om, net als in de actieperiode van vorig jaar, in een lange e-mail alle deelnemers bij te praten over de stand van zaken. Deze besloten discussie biedt de leden alle vrijheid om met elkaar van gedachten te wisselen. Daarbij wordt forse taal, ook richting het bestuur, niet geschuwd. Ik ga in mijn e-mail dan ook nadrukkelijk in op de kritiek dat de LHV veel te laat aan de bel heeft getrokken over de administratieve chaos. Wij hebben het ministerie eind december al in een brandbrief om spoedoverleg gevraagd. Toen werd ons, vooral door de bijdragen aan de discussielijst, al duidelijk dat deze chaos aan het ontstaan was. Alleen hebben we die brandbrief nooit aan onze leden gemeld. Stom, volgende keer toch beter op letten. En terwijl je leden roepen dat je te laat reageert, verwijten andere partijen je dat je veel te vroeg aan de bel trekt en verzekeraars de kans moet geven hun zaakjes op orde te krijgen. Tja, daar hebben we juist maandenlang voor gewaarschuwd en nu we constateren dat ze te laat zijn, krijgen wij de verwijten over ons heen. Zo werkt het toch niet, dacht ik.

's Avonds kan ik tijdens een heerlijke rijsttafel met mijn vrouw even van alles afstand nemen. Zulke momenten zijn goud waard, maar tegelijkertijd realiseer ik mij dat ze slechts een minimale compensatie voor mijn regelmatige afwezigheid zijn.

Zaterdag

De ochtend begint zeer ontspannen. Ik lees uitvoerig de kranten. Omdat ik tijdens mijn studententijd in Amsterdam mede-eigenaar geweest ben van een taxi, krijgt een Volkskrantartikel mijn speciale aandacht. Als gevolg van de nieuwe regelgeving lijkt de “taxi-penoze' zich uit de hoofdstad terug te trekken. Ik ben benieuwd hoe lang de Amsterdamse taxi-wereld werkelijk rustig zal blijven. Is ze het ooit geweest? Ten behoeve van de fusiebesprekingen maak ik een aantal ingewikkelde berekeningen voor de bepaling van de marktpositie.

Al even ontspannen doe ik met mijn vrouw boodschappen. Ik koop ook een nieuwe telefoonbeantwoorder. De vorige heeft na een kort, maar zeer arbeidzaam leven de geest gegeven.

Zondag

Ik installeer mijn nieuwe telefoonbeantwoorder aan de hand van de instructies in de handleiding. Als alle handelingen zijn voltooid, blijft de display hardnekkig steken op de mededeling “error'. Van voren af aan dus maar. Dit tafereel herhaalt zich enkele malen. Vlak voor ik de neiging moet onderdrukken het apparaat in de Vecht te gooien, lees ik dat het bestemd is voor ISDN-aansluitingen. Ik realiseer mij dat de plek waar ik het aan wil sluiten een analoge is. Slim gedaan, Vos; kan je 'm weer gaan omruilen.

Vanavond een uitvoerig gesprek met een van mijn kinderen. Hij wil een eigen bedrijf beginnen en maakt graag gebruik van papa's ervaring en deskundigheid op dit gebied. Al pratend bekruipt mij toch de nodige vaderlijke trots. Het ondernemerschap komt hem misschien wat later aanwaaien dan zijn vader, maar hij geeft er toch blijk van zijn zaakjes terdege voorbereid te hebben.

Maandag

Met ICT-deskundigen van de LHV neem ik nog eens het hele declaratieproces door. Ik wil klip en klaar weten of er aan onze kant iets over het hoofd is gezien in de voorbereiding van onze leden op het nieuwe proces. Het is duidelijk dat dit niet het geval is.

Morgen vindt het spoedoverleg met ZN en VWS plaats. Met het presidium en de directeur van de LHV bereid ik dit overleg uitvoerig voor. Alle mogelijke scenario's en standpunten laten we de revue passeren. Voor elke situatie nemen wij de reactie van de LHV daarop door. Er is volgens ons echter maar één eindconclusie aanvaardbaar. Alle eerder gemaakte afspraken over declaratiewijze en betalingstermijnen moeten onverkort nagekomen worden.

Die eis lees ik ook terug in de niet aflatende stroom e-mails van huisartsen over dit onderwerp. Men roept ons nadrukkelijk op geen concessies te doen. Aan het eind van de dag werk ik mij door zo'n driehonderd van deze berichten heen. Sommige daarvan beantwoord ik. 's Avonds rangschik ik de documenten die ik morgen naar Den Haag moet meenemen. Ik merk dat de spanning bij mij licht stijgt.

Dinsdag

Weer zo'n typisch “overleg met nasleep'. Eerst verklaart ZN dat men zich op de omvang van de operatie heeft verkeken. Vervolgens lange discussies over eerdere afspraken, maar we komen uiteindelijk toch tot zaken. Huisartsen kunnen gewoon doorgaan met elektronisch declareren; de zorgverzekeraars zullen uiterlijk eind januari betalen.

En als je dan denkt er uit te zijn, dreigt alles weer op losse schroeven te worden gezet. Zoals altijd maken een paar aanwezigen aansluitend op de vergadering een kort verslag van het overleg. Terwijl de overige aanwezigen stuk voor stuk vertrekken, blijven mijn medebestuursleden en ik nog even wachten. Dat is maar goed ook, want via het verslag tracht ZN de gemaakte afspraken direct aan te passen. Voor een deelprobleem is afgesproken dat ZN hiervoor déze week met VWS een oplossing bedenkt. Via het verslag wil men dat zo wijzigen dat men “binnen één week met een oplossingsrichting zal komen'. En “betaling uiterlijk eind januari' wordt en passant opgerekt tot “betaling rond 31 januari'. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Waarom probeert men toch altijd via de verslaglegging terug te komen op keiharde afspraken? Het heeft zo'n negatieve invloed op het onderhandelingsproces. Het geeft je het gevoel dat je voortdurend over je schouder moet kijken. En dat wil ik niet. Afspraak is voor mij afspraak!

Begin van de avond naar huis. Onderweg nog even een stop op het LHV-bureau om een aantal medewerkers bij te praten. Thuis besluit ik via de e-mail de achterban over de uitkomsten te informeren.

Woensdag 11 januari

Weinig aandacht in de media voor het overleg van gisteren. Des te meer aandacht voor de opening van Trouw. Op basis van een maanden oude publicatie in Medisch Contact en een interpretatie van nog niet bekendgemaakte KNMG-gegevens kopt men dat steeds meer huisartsen zwaar overspannen thuis zitten. Ik ben meer zorgvuldigheid van deze krant gewend, maar als ik om 07.00 uur op weg ben naar een privé-afspraak belt de eerste journalist mij al op in de auto. Nadere informatie via het LHV-bureau leert mij dat ik hier verder niet op in moet gaan.

Het overleg van gisteren krijgt een staartje. Terwijl ik dit dagboek zit bij te werken, stelt ZN telefonisch opnieuw de uitbetaling in januari ter discussie. Ik ben het dan echt even zat; eind januari is voor mij uiterlijk de 31ste. Ik beëindig het gesprek met de mededeling dat ik hieraan vasthoud en dat ik, desnoods vanmiddag de pers opzoek. Binnen het uur volgt een verontrust telefoontje van VWS.

In de bestuursvergadering van vanmiddag evalueren we dit roerige begin van 2006.

Daarna heb ik nog een gesprek met een directeur van een factureringsmaatschappij over de declaratieproblemen. Gelukkig overleggen we in een hotel, zodat ik tegelijkertijd ook nog aan eten toekom. Uitvoerig telefonisch overleg met VWS zorgt er voor dat de hernieuwde afspraak met de Groen Links-fractie opnieuw vervalt. Op weg naar huis schiet mij te binnen dat ik mijn antwoordapparaat nog moet omruilen.

    • Bas Vos