Grote trap

Zo'n honderdvijftig jaar geleden bezocht de grote trap (Otis tarda) ons land zo regelmatig, dat “er in de herfst hele velden mee bedekt waren' staat in oude vogelboeken uit voorbije eeuwen te lezen. Bij strenge vorst wil deze wintergast wel eens in Nederland terechtkomen. De grote trap behoort tot de orde van de kraanvogelachtigen. Het mannetje kan tot een meter hoog worden. De bovenzijde is geelbruin met donkere vlekken, de onderkant is wit. In de vlucht lijken de vleugels hoofdzakelijk licht met lange, zwarte vingers. De vogel is zeer schuw. Zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Duitsland wordt gewerkt aan de herintroductie van de grote trap. In december 2004 namen vogelkenners een vrouwtje waar in Noord-Nederland, afkomstig uit het project bij het Duitse Brandenburg. De vogel is wondermooi in de combinatie van lichtend kastanjebruin en zijdewit.

Illustratie: Rein Stuurman (Zien is Kennen!) Tekst: Kester Freriks; freriks@nrc.nl

    • Kester Freriks