Groengrijs, diepbruin en inktzwart

De leerlooierijen in Xinji laten de schaduwzijde zien van China's snelle economische expansie. Groei en banen hebben de prioriteit, maar dat gaat ten koste van het milieu. Voorlopig zullen er nog geen vissen zwemmen in de Haihe.

Smoke and dust spew out of chimneys at a factory in Shizuishan, northwest China's Ningxia Hui Autonomous Region in this June 5, 2005 file photo. Six of the world's top polluters meet in Sydney this week to promote clean energy technology as a way to tackle climate change without sacrificing economic growth. The United States, Japan, China, India, Australia and South Korea will hold the first meeting of the Asia-Pacific Partnership for Clean Development and Climate -- a pact they say will complement, not rival, the Kyoto Protocol on greenhouse gases. CHINA OUT REUTERS/China Newsphoto/Files REUTERS

Vermiljoen, groengrijs, diepbruin en inktzwart is het water dat borrelend door de afvoergoten langs de leerlooierijen van de Chinese stad Xinji loopt. Het naar rotte eieren stinkende water komt terecht in de gifgroen geschilderde bassins van een klein waterzuiveringsbedrijf, waar mannen ijzersulfaat bij het water gooien om de ernstigste vervuiling te verwijderen.

Het water stroomt na de zuivering terug in het kanaal dat Xinji, een plaats zo'n 300 kilometer ten zuidwesten van de Chinese hoofdstad Peking, met de rivier de Haihe verbindt.

Echt schoon is het water dat Xinji dumpt dan nog niet. “Het blijft te zout om te drinken, ook voor vissen is het te vervuild. Je kunt het wel gebruiken om het land mee te bevloeien“, zegt de opzichter van de waterzuiveringsinstallatie optimistisch. De Haihe geldt als de meest vervuilde rivier van China.

Niet alleen de Haihe, maar vijf van China's zeven grootste rivieren zijn ernstig vervuild. Hetzelfde geldt ook voor ruim 90 procent van het grondwater in China's steden, zo maakte het ministerie van Milieu onlangs bekend. Bijna een kwart van China's 1,3 miljard inwoners heeft geen toegang tot veilig drinkwater. China, met 22 procent van de wereldbevolking, heeft in theorie slechts 8 procent van de zoetwatervoorraad op aarde tot zijn beschikking. Een hoge overheidsambtenaar sprak onlangs dan ook van een “watercrisis' die ernstiger en actueler is dan in welk ander land ter wereld ook.

De regering probeert daar wel iets aan te doen, maar stelt beperkte middelen ter beschikking. Ze hoopt niet al te veel geld kwijt te zijn aan milieumaatregelen door privé-ondernemers uit te dagen afval om te zetten in geld.

In Xinji heeft dat nog niet tot de gewenste resultaten geleid. “Zet afval om in winst“, staat er weliswaar groot op de muur bij de stedelijke waterzuivering, maar dat is de privé-ondernemer die het bedrijf uitbaat tot nu toe niet gelukt. Toen hij vorig jaar september de elektriciteitsrekeningen niet meer kon voldoen, sloot de gemeente de stroom af. Daarmee kwam de waterzuivering drie maanden stil te liggen. De installaties werden pas weer in werking gesteld nadat de protesterende bevolking de zaak herhaaldelijk bij het gerecht en in de pers had aangekaart.

“Nu loopt het weer, maar ik weet niet voor hoe lang“, zegt de ingenieur die in zijn eentje toezicht houdt op de installaties. Hij kijkt uit over het kanaal, dat vrijwel helemaal droog staat. Ondanks de kou is de zwarte drab in de diepte niet bevroren, daarvoor is het dampende water te vervuild.

De omgeving van Xinji telt meer dan 100 leerlooierijen, zowel kleine familiebedrijven als grote ondernemingen. Het leer gaat deels naar de bloeiende schoenen- en tassenindustrie in het zuiden van het land, waar de leerlooierijen zelf door de plaatselijke overheden worden geweerd. De sterk vervuilende bedrijven zitten in het arme Chinese binnenland, waar de bevolking allang blij is dat er iets van werkgelegenheid is.

Het bedrijf van Wei Tongxi is niet groot, maar voor hem winstgevend genoeg om er een een luxe zwarte Audi op na te houden. Die auto is meteen ook het mooiste dat er op het hele bedrijf te vinden is. Het bedrijf is gevestigd in een oude boerenschuur, en staat midden tussen de andere huizen van het boerendorp.

Binnen knielt Zhang, een jongen van zestien, in een glibberige plas chemicaliën bij een paardenhuid, waar hij met een mes de haren vanaf schraapt. Door het bad met chemische stoffen waarin de huiden eerder zijn gedompeld, laten de haren makkelijk los. Zhang draagt geen handschoenen, en ook zijn oudere collega beschermt zich op geen enkele manier tegen de chemicaliën of tegen de stinkende damp die in de donkere ruimte hangt.

Ondernemer Wei is trots op zijn bedrijf. Hij heeft het bedrijf in pacht gekregen van de plaatselijke overheid. Die kon de leerlooierij niet winstgevend maken. Wei is daarin wel geslaagd. Hij levert inmiddels aan een Zuid-Koreaanse onderneming die van zijn leer elders in China handschoenen voor de export laat maken. Hij exploiteert ook zijn eigen kleine waterzuiveringsbedrijf, dat hij naar eigen inzicht kan beheren.

Xinji ligt op zo'n 70 kilometer afstand van Hebeis provinciehoofdstad Shijiazhuang, en onderweg dringt het hele scala van China's vervuiling zich aan de bezoeker op. Langs de weg liggen de cement-, papier-, kunstmest- en staalfabrieken naast de failliete tractorfabrieken, met daar tussendoor vuilstortplaatsen en maïsveldjes. Overal walmen de fabrieksschoorstenen, en er valt vooral veel te ruiken. De weeïge geur van de farmaceutische fabriek, de kolendampen van een hele serie kleine, kolengestookte elektriciteitscentrales en de diesellucht van het zware vrachtvervoer.

Zo is de provincie Hebei niet alleen het toonbeeld van China's aansprekende bedrijvigheid, maar ook van de tomeloze milieuvervuiling die daarmee gepaard gaat. Recente rampen, zoals de benzeenstroom in de rivier de Songhua waardoor de miljoenenstad Harbin vorig maand zonder drinkwater kwam te zitten, onderstrepen dat China's economische groei levensgevaarlijke bijwerkingen kent.

Maar de regering staat voor een duivels dilemma. Als ze scherper gaat toezien op de naleving van de op papier wel degelijk strenge milieumaatregelen, zal dat de economische groei van het land de komende jaren aantasten en China's internationale concurrentiepositie schaden. En als de economische groei het huidige hoge tempo niet vasthoudt, worden er te weinig nieuwe banen geschapen om China's enorme arbeidsreserve aan boeren op te vangen. En als er onvoldoende werk is voor de miljoenen boerenmigranten, ontstaat er sociale instabiliteit.

Dat laatste vooruitzicht is voor de communistische machthebbers zeker zo'n groot schrikbeeld als een toenemende hoeveelheid milieurampen. Daarom zullen de talloze fabriekspijpen in Hebei voorlopig nog hun vervuilende rook en de ozonlaag aantastende gassen blijven uitbraken. En daarom zullen ook de leerlooierijen in Xinji nog naar rotte eieren blijven ruiken.