Grafstemming in het verkiezingshoofdkwartier

De Palestijnse parlementsverkiezingen naderen, maar president Abbas' Fatah sombert. In de peilingen staat de beweging er slecht voor. “We marketen ons niet goed genoeg.'

Palestinian Fatah supporters attend a Fatah party election rally in Gaza City, Friday, Jan. 13, 2006. Polls show the Islamic Hamas, running on a platform of clean government, posing a strong challenge to the ruling Fatah Party in the upcoming Jan. 25 Palestinian legislative elections.(AP Photo/Adel Hana) Associated Press

Shadid Tafish is oprecht verbaasd over de vraag waarom hij een nieuw automatisch geweer, een M-16, één blauwe en één rode handgranaat, een pistool en drie patroonhouders heeft meegenomen naar de eerste grote verkiezingsmanifestatie in Gazastad van Fatah, de 41 jaar oude beweging van wijlen de Palestijnse leider Yasser Arafat.

“Wie beschermt ons als we aangevallen worden? Wie?“ vraagt hij. Door wie zouden jullie aangevallen kunnen worden? “Al onze concurrenten en vijanden, natuurlijk.“ En heeft jullie president Abbas niet aan iedereen gevraagd geen automatische wapens in het openbaar te dragen? Geen antwoord.

Waarom marcheren Fatah-aanhangers met hun wapens rond terwijl de Hamasaanhangers alleen met groene petjes en sjaals komen en er op Hamasmanifestaties geen schot wordt gelost? Is het verwonderlijk dat iedereen zich van jullie afkeert? Tafish trekt zijn camouflagebroek omhoog en lost een salvo. Een regen van lege hulzen valt op de directe omstanders, de meesten lachen hard. Met duizenden anderen wachten zij op de speeches van de kandidaten voor het Palestijnse parlement. Een elektriciteitsdraad blijkt aan flarden geschoten te zijn. “Dit is een teken dat we blij zijn dat de campagne is begonnen“, bromt hij.

Groepjes mannen en jongens in groene windjacks arriveren marcherend in los verband onder gele vlaggen. Het zijn de Aqsabrigades uit Zeitoun, Jabalya, Shati en andere buurten en vluchtelingenkampen in en rondom Gazastad. De aankomst wordt aangekondigd met salvo's uit de kalasjnikovs. Dat is een bekend verschijnsel in de Palestijnse gebieden, maar in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 25 januari speelt ook vrees voor een openlijk en gewapend conflict met Hamas een grote rol.

De locatie in een afgezette, niet al te brede straat is zo gekozen dat de ongeveer 3.000 bezoekers door het oog van de tv-camera's een grote, langgerekte menigte vormen. Fatah wil hier laten zien nog altijd een massabeweging te zijn. We zien gezichten die eerder op de middag bij een wegens lage opkomst vroegtijdig gestaakte Fatahmanifestatie in de wijk Al-Gifara. Een buschauffeur vertelt urenlang te hebben rondgereden door Gazastad om overal mensen op te halen.

Vanaf affiches en beschilderde vlaggen kijken Yasser Arafat en Marwan Barghouti over de menigte uit. Arafat is dood, Barghouti zit vijf levenslange gevangenisstraffen uit in een gevangenis bij Haifa. Andere posters herinneren aan de stichters van Fatah en aan de zogeheten martelaren. President Abbas en zijn ministers ontbreken volledig in de op muren en auto's geplakte eregalerij.

Dat is geen toeval, want de Fatahkandidaten in de Gazastrook weten hoe impopulair de president en de ministers van de Palestijnse Autoriteit zijn. “Het is een corrupte bende. Nu hebben ze Arafat en Barghouti opeens weer nodig“, zegt Abu al-Aibid, een politieofficier, die met zijn zoon en diens vrienden naar de manifestatie is gekomen. Zoon en vrienden vormen een cel van de Aqsabrigades in Jabalya, het grootste vluchtelingenkamp van de Gazastrook. Al-Aibid, een vijftiger: “Ik ben hier uit belangstelling, maar ik zal niet op ze stemmen. Ik stem op een onafhankelijke kandidaat. En ik begrijp de mensen die op Hamas gaan stemmen heel goed.“ Hij voorspelt dat Fatah een grote nederlaag zal lijden. “De Fatahcampagne begint nu pas. Hamas is al bezig sinds de Israëliërs de nederzettingen ontruimden.“

Een voor één komen de kandidaten aan woord. De lange, versterkte speeches gaan over de heldendaden van Abu Ammar (Arafat) en Abu Jihad (de in Tunis door de Mossad geliquideerde Khalil al-Wazir) en over de opofferingsgezindheid van de Fatahmartelaren, en natuurlijk over de Israëlische bezetting. De zogeheten nationale doelen (Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad), vrijlating van gevangenen, terugkeer van vluchtelingen (van 1948) worden retorisch afgevinkt. Geen woord over de toekomst, geen woord over noodzakelijke compromissen met Israël, geen woord over de kleine wapenwedloop in Gaza. Het is de politiek van symbolen en oude slogans. Nafis al-Kahlout, een taxichauffeur uit Jabalya, ergert zich mateloos. “Fuck Fatah. Fuck al die wapens. Dat willen we niet meer, we willen geen kalasjnikovs, we willen kebab, we willen iedere dag kip.“

Op het hoofdkwartier van de Fatahcampagne in de Gazastrook, dat gevestigd is in het Jabalyakamp, heerst na het invallen van de duisternis een grafstemming. De laatste opiniepeilingen voorspellen dat Hamas 46 en Fatah nog geen 30 procent van de stemmen zal behalen. “Het wordt een catastrofe“, erkent minister van Gevangeniszaken Sufian Abu-Zaida, sombertjes kettingrokend.

“We marketen onszelf niet goed genoeg. Iedereen vergeet wat wij 40 jaar lang voor het Palestijnse volk hebben gedaan. Iedereen vergeet dat wij de Palestijnse zaak hebben opgebouwd, dat wij hebben geofferd en weten hoe we met de Israëliërs moeten omgaan. En wie heeft er voor democratie gezorgd?“

Twee gepensioneerde generaals knikken, de campagnestaf luistert mee en voegt toe dat Fatah zorgt voor tienduizenden banen, scholen, artsen, klinieken. De minister: “Hamas heeft geen politiek programma. Wie gaat met de Israëliërs onderhandelen? Ik heb vandaag een drie uur durende vergadering gehad met Israëlische ambtenaren over bezoekrechten aan gevangenen. Gaat Hamas dat doen?“ Een van de ex-generaals mompelt: “Het is unfair.“ Als de term corruptie valt, reageert minister Abu-Zaida getergd. “Het is waar, er is niet hard genoeg opgetreden tegen de rotte appels. Maar het is net als een groot wit doek met een klein zwart stipje. Iedereen kijkt nu opeens naar dat vlekje.“

Als de toekomst ter sprake komt zuchten minister, de ex-generaals en de campagnestaf, en zwijgen.

    • Oscar Garschagen