Gaten in de evolutie 5

Gegeven de kopteksten lijkt Sander Voormolen flinke kritiek te hebben op de evolutietheorie (W&O 31 dec). In het stuk wordt de soep echter wat minder heet gegeten dan hij wordt opgediend: de vier `gaten` blijken tamelijk klein. Gezien zijn opzet gaat Voormolen er kennelijk vanuit dat de evolutietheorie pas volledig geaccepteerd kan worden als elk onderdeel in de ontstaansgeschiedenis van het leven is verklaard, van elke levensvorm die ooit op Aarde heeft bestaan een fossiel is gevonden, de soortenboom die daaruit kan worden afgeleid exact overeen komt met de soortenboom die wordt afgeleid uit DNA sequenties, en bovendien nog een acceptabele theorie wordt gepresenteerd voor het ontstaan van het leven, een facet dat buiten de evolutietheorie valt.

Mijns inziens is de evolutietheorie een van de Grote Theorieën, peilers van het fundamentele wetenschappelijke beeld van de wereld: de Algemene Relativiteitstheorie, de Kwantummechanica en de Evolutietheorie. Geen van deze theorieën is bewezen. Wetenschap is daartoe niet in staat. Als u een steen duizend maal loslaat, valt hij evenzovaak naar beneden. Dat bewijst echter niet dat het altijd zo zal gaan, of is gegaan. Een wetenschappelijke theorie is niet meer dan een model dat uitgaat van onveranderlijke wetmatigheden en consistent is met de waarnemingen. Extrapolatie dus, maar desalniettemin zeer succesvol. Hoewel geen ervan is bewezen, zijn deze theorieën ijzersterk. Dat komt o.a. doordat ze alle drie zwaar op de proef zijn gesteld, en bovendien consistent bleken te zijn met waarnemingen die ondenkbaar waren op het moment dat de theorie werd gepubliceerd. Minstens even belangrijk is dat er geen alternatieven voorhanden zijn van theorieën met vergelijkbare verklarende kracht.

Ondanks de bizarre consequenties volgens de relativiteitstheorie, wordt de lichtsnelheid alom geaccepteerd als universele constante. Hoewel het is bevestigd in vele experimenten, is daarmee niet aangetoond dat het altijd waar is en geweest zal zijn. Daarbij kunnen we door middel van directe metingen nooit vaststellen dat deze wetmatigheid ook elders in het heelal opgaat. Vergelijkbare omstandigheden gelden ook voor de kwantummechanica, waarvan de consequenties voor ons mensen even verstrekkend, maar zo mogelijk nog onbegrijpelijker zijn. Toch wordt ook aan deze theorie niet serieus getwijfeld. Zijn dit `gaten`? Neen: het is domweg wat wetenschap bedoelt te doen: de beperkte waarnemingen in een groter kader plaatsen om daaruit een breder en dieper begrip af te leiden.

Hoewel er ook veel (leken-)sceptici zijn op het gebied van de relativiteitstheorie, krijgen die zelden de aandacht die `sceptici` van de evolutietheorie krijgen. Misschien komt het doordat de evolutietheorie veel toegankelijker is, minder is ingebed in zwaar wiskundig formalisme, zodat ook de leek, en erger, de getrainde en doelbewuste `scepticus`, zijn mening kwijt kan. Je zou kunnen zeggen dat de relativiteitstheorie en de kwantummechanica beschermd worden door hun wiskundig formalisme. Daardoor worden altijd eerst echte deskundigen geraadpleegd, alvorens de kritiek serieus wordt genomen. Ik zou het toejuichen als men op het gebied van de evolutietheorie hetzelfde zou doen. Kritiek zoals hier geleverd, zonder enig redelijk alternatief model, is waardeloos! En kom nu niet aan met de schepping als alternatief, want als je evolutietheorie verwerpt omdat de abiogenese nog niet is opgelost, moet je ook schepping verwerpen zolang je geen idee hebt waar die schepper vandaan komt.

    • René van der Heijden Nijmegen