Gaten in de evolutie 4

Het zijn interessante gaten, die Voormolen laat zien in de evolutie, of beter, in de evolutietheorie: het ontstaan van leven in de `oersoep` is niet opgelost, de `Cambrische explosie` toont niets van een geleidelijke evolutie in een fossiele stamboom, overgangsvormen ontbreken en zelfs de DNA-stambomen blijken verraderlijk. Een belangrijk gat in de theorie laat Voormolen onvermeld, namelijk de wijze waarop de genetische informatie in het DNA zou moeten toenemen bij een ontwikkeling van een oercel tot de rijkgeschakeerde natuur, waarin wij thans leven (W&O 31 dec).

Elke informaticus weet dat ongeplande informatieverandering verstoring van het programma ten gevolge heeft; een eeuw onderzoek naar mutaties bij microben en bij lagere en hogere planten en dieren heeft dan ook geen duidelijke winstmutaties aan het licht gebracht (ook het optreden van resistentie tegen ziekteverwekkers, of tegen bestrijdingsmiddelen bij deze pathogenen berust, voor zover geanalyseerd, op het verlies van de factor waarop de gevoeligheid voor het pathogeen of het bestrijdingsmiddel berust). Waar beide evolutiemechanismen, mutatie en selectie, in het algemeen de genetische informatie slechts negatief beïnvloeden, is de soortsvorming door beide, welke sinds Darwin bij zowel planten als dieren lijkt aangetoond, qua informatierijkdom negatief, `down-hill`. Deze vorming op soortsniveau wordt dan ook wel als micro-evolutie onderscheiden van de `up-hill` macro-evolutie `van amoebe tot mens`, die een gigantische informatieverrijking zou vergen waarvoor mutatie en selectie als averechtse middelen onbruikbaar blijken.

Als wij al deze gaten in de evolutietheorie overzien, is het de vraag wat er dan nog van die theorie overblijft, behalve de door Darwin ontdekte micro-evolutie. Dat hij dit proces ten onrechte generaliseerde tot de macro-evolutie van oercel tot de huidige levende natuur, is hem niet kwalijk te nemen: genetica, biochemie en informatica kwamen pas in de afgelopen eeuw tot ontwikkeling. Maar thans, na anderhalve eeuw in de ban te zijn geweest van Darwin`s fenomenale ontdekking, lijkt de tijd gekomen dat biologen en andere wetenschappers zich opnieuw beraden en zich in hun onderzoek aan de fossiele en de levende natuur onbevangen gaan afvragen, hoe het leven op aarde zich tot haar huidige overweldigende rijkdom heeft kunnen ontwikkelen.