Drama's voorkomen door meer hulp bij opvoeding

Beverwijk, Dommelen; een week met vermoorde kinderen. Ondanks het ruime aanbod aan hulpverlening zijn drama's niet te voorkomen. “Soms komt extreem geweld uit de lucht vallen. Je kunt kinderen niet 24 uur bewaken.“

Toen afgelopen woensdag een zesjarig meisje dood werd gevonden in de woning van haar moeder in Dommelen, dacht Gert van Harten, hoofd van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling in Gelderland: “Het lijkt wel een golf van bizarre kindermoorden.“

Kort daarvoor waren drie babylijkjes gevonden in en om een huis in Beverwijk. En een paar weken terug, met kerst, vond de politie in Middelburg de lichamen van een man en zijn twee dochtertjes van drie en vierenhalf jaar oud.

De moeder van het zesjarige meisje uit Dommelen, die de politie later aanhield en die hoofdverdachte is in de zaak, lag in een scheiding en had een relatie met een vrouw. Maar het gezin stond niet bekend als problematisch. De moeder van de dode baby's in Beverwijk leefde teruggetrokken. Niemand had ooit gemerkt dat ze zwanger was, ook haar eigen partner niet. Zijn de kindermoorden, als ze zo onverwachts plaatsvinden, te voorkomen?

Niet altijd, zegt Bart Groeneweg, directeur van Bureau Jeugdzorg Haaglanden/Zuid-Holland. Hij wordt een beetje moe van de beschuldigingen aan het adres van de Bureaus Jeugdzorg als er een drama is voorgevallen. “De samenleving accepteert geen mislukkingen meer. Maar er zijn drama's die de hulpverlening niet kan voorkomen. Soms komt extreem geweld uit de lucht vallen. Als je alle mislukkingen wilt voorkomen, moet de jeugd onder curatele. Vierentwintig uur per etmaal.“

Wat niet wegneemt, zegt Groeneweg, dat individuele jeugdhulpverleners soms inschattingsfouten maken. Hij erkent dat de consequenties daarvan dramatisch kunnen zijn. Het meisje Savanna, dat in 2001 overleed na zware mishandeling door haar moeder en haar stiefvader, was omringd door hulpverleners. “Het is evident“ , zegt hij, “dat de jeugdzorg daar steken heeft laten vallen.“

Herman Baartman, emeritus hoogleraar preventie en hulpverlening inzake kindermishandeling aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, gelooft niet in een plotselinge toename. “Denk alleen maar aan de tijd dat jonge meisjes dienstjes hadden bij rijke families. Als die bezwangerd werden door de heer des huizes, er waren nog geen voorbehoedsmiddelen, eindigden die baby's regelmatig in de gracht, vrees ik.“

In de literatuur worden vijf motieven voor kindermoord door ouders onderscheiden, zegt Baartman. Ouders kunnen zich van een kind ontdoen omdat ze er “geen plek' voor hebben. Baartman: “Dat lijkt het geval in Beverwijk.“ Een kind kan overlijden na grof geweld, waarbij de ouders niet de bedoeling hadden om het kind te doden. Er zijn ouders die het kind doden omdat ze denken dat het geen leven heeft in deze wereld. Baartman: “Uit een soort altruïsme.“

Een van de ouders kan de kinderen ombrengen om wraak te nemen op de andere ouder. Baartman: “Het is de ultieme wraak omdat je de ander raakt in wat hem het meest dierbaar is. Dat was waarschijnlijk het motief van de vader in Middelburg.“ En het komt voor dat een vrouw haar kinderen doodt in een vlaag van waanzin, bijvoorbeeld omdat ze denkt dat de duivel bezit van het kind heeft genomen.

Gezien de diversiteit aan situaties, is het lastig anticiperen, zegt Herman Baartman. Net als Groeneweg denkt hij dat kindermoord nooit helemaal is uit te sluiten. “Een vrouw die haar zwangerschappen verborgen houdt en waar verder niets mee is, wie moet die nou hulp gaan bieden?“

Een aantal gevallen kan worden voorkomen als de ouders tijdig bij de opvoeding worden geholpen, zegt Baartman. Nederland heeft wat dat betreft geen traditie. “Wij redeneren vanuit de rechten van ouders. Ingrijpen betekent dat die rechten worden aangetast. Het zou stigmatiseren. Dat doe je alleen in uiterste nood. Maar we zouden beter vanuit de rechten van kinderen kunnen redeneren. Die hebben recht op bescherming.“

Baartman ziet het denken over vroegtijdige ondersteuning van ouders bij de opvoeding langzaam veranderen. Hij ziet steeds meer pogingen jeugdhulp dicht bij de gezinnen in de wijk te organiseren. De hulpverleners wachten idealiter niet achter hun bureau tot er een ouder komt met een hulpvraag - “dat zijn meestal de mensen die het het minste nodig hebben“ - maar gaan naar de probleemgezinnen toe.

“Hulp bij de opvoeding hoeft helemaal niet stigmatiserend te zijn, als je ervan uitgaat dat het een enorm lastige klus is“, zegt Herman Baartman. “Het is eigenlijk een wonder dat het gros van de ouders het redelijk voor elkaar krijgt.“ Als je een tienermoeder met twee kinderen vraagt: “red je het?, heb je hulp nodig', dan is dat geen bemoeienis maar zorg.“

Ook de omgeving (familie, vrienden, buren) kan alerter zijn, vindt Gert van Harten. “Als je mensen op straat vraagt of ze vermoedens van kindermishandeling zouden melden, zeggen ze allemaal “ja'. Maar dat is een sociaal-wenselijk antwoord. In de praktijk durven ze het lang niet altijd aan. Maar dat moet wel. We zijn als samenleving verantwoordelijk voor de kinderen.“