De schavuit van Schotelcity

Welke boeken zijn aanraders voor beginnende en geoefende lezers? Welke leeslijstklassiekers hebben de “literaire X-factor'? Een tweewekelijks rondje langs de eeuwige jachtvelden van de wereldfictie brengt Pieter Steinz bij De oesters van Nam Kee van Kees van Beijnum.

Kees van Beijnum FOTO: Vincent Mentzel Mentzel, Vincent

Volgens Berry Kooijman, de hoofdpersoon van De oesters van Nam Kee, heeft de beschaving drie pijlers: Homerus, The Kinks en Jan Wolkers. Van de eerste twee merk je niet veel in de vijfde roman van Kees van Beijnum, maar de geest van Wolkers is vaardig over de 320 pagina's van deze moderne Hollandse klassieker. De oesters van Nam Kee is in veel opzichten een herschrijving van het dertig jaar oudere Turks fruit, niet zozeer omdat de 18-jarige verteller geen blad voor zijn mond neemt en aanstekelijk zijn seksuele capriolen met de mooie Thera beschrijft, maar vooral omdat de roman gaat over een liefde die blijft doorbranden als een van de geliefden er allang genoeg van heeft.

Berry en Thera lijken voor elkaar gemaakt. Híj is een gymnasiumjochie dat uit rebellie terecht is gekomen in het “parallelle universum' van kruimelcriminelen in de grote stad; zíj is een stijlvolle “wiebeldanseres' op de Wallen die zweert bij de gestoomde oesters van Nam Kee op de Amsterdamse Zeedijk. Thera brengt het beste in Berry naar boven, van eerlijkheid tot trouw en van passie tot compassie. Maar als ze na een zware epileptische aanval in het ziekenhuis belandt en vervolgens niets meer van hem wil weten, slaat zijn liefde om in wanhoop en obsessief gedrag. Berry blijft Thera achtervolgen en draait uiteindelijk door.

Berry is een schoffie, een moderne Huckleberry Finn; hij doet zijn verhaal vanuit de Bijlmerbajes, waar hij zit voor een misdaad die heel lang geheim blijft, en als er één ding duidelijk wordt, dan is het dat zijn bestaan van leugens aan elkaar heeft gehangen. Voor zijn allochtone vrienden, de bewoners van het Slotermeer waar Berry is opgegroeid (“Schotelcity', zoals hij het noemt), hield hij zijn middenklasseverleden verborgen; zijn alleenstaande moeder spiegelde hij voor dat hij zijn school had afgemaakt en aan een studie was begonnen. Geen eenvoudige opgave, constateert Berry: “Wat ik aan liegen haat, los van het feit dat je zo verdomd goed moet onthouden wat je verteld hebt, is dat de eerste leugen altijd een hele keten van nieuwe leugens oproept. Voor je er erg in hebt ben je zo ver dat je je kapotschrikt als je jezelf betrapt op het vertellen van de waarheid.'

Niet dat Berry zich bekommert over een leugentje meer of minder. Hij lijkt de moraal voorbij, en hij heeft ook geen enkele boodschap aan de sekte van hulpverleners die hem (en zijn collega-criminelen) probeert te duiden en te stichten: “Waar ik (...) de grootste moeite mee heb zijn de mensen die het goed met me voorhebben. Luister naar ons, zeggen ze. Wij zijn er voor jou. Wij willen alleen maar hélpen. Het ergste van alles is die priesterlijke blik in hun ogen, dat lichtgewonde timbre van hun stem.

Het is mooi.

Het is belangrijk.

Het is goed voor je.

CJP, VPRO, Vrij Nederland, Cultureel Supplement (..) de grote Mondriaan-tentoonstelling, Boccaccio, Ovidius, voel je prettig, voel je thuis, de nieuwe catalogus is uit.

Het is mooi.

Het is belangrijk.

Het is goed voor je.'

Dat je Berry sympathiek blijft vinden, komt doordat hij zo aanstekelijk en geestig zijn verhaal doet. Zonder blikken of blozen schakelt hij van gespierde straattaal naar strak geformuleerde levenswijsheden. Hij karakteriseert een stel dronken Engelse toeristen als “van die hompen dood vlees met tatoeages tot aan hun keel en een vierkante kop met Madame Tussaud-blik', en een pokdalig meisje in de disco “alsof ze gratis zwemles had gehad in Fast Eddies frituurbad'. Maar als hij in de ogen van Thera kijkt wanneer zij hem na weken van ontwijkend gedrag weer eens te woord staat, dan ziet hij “de schuld en de schaamte, die in haar lichtgevende irissen een goed heenkomen zochten.'

Dat is mooi, veel mooier dan zelfs een verfilming met Katja Schuurman kan zijn.

Reacties: steinz@nrc.nl

    • Pieter Steinz