Daders en slachtoffers

Politieke correctheid als een vorm van beleefdheid: in een Londense hotelkamer, waar ik een griep lag uit te zieken, was ik via de televisie getuige van de snelle val van Charles Kennedy, de leider van de Liberale Democraten. Kennedy had na veel dwang toegegeven dat hij een drankprobleem had. Hij durfde het nu te zeggen, riep hij opgewekt tegen de camera's, omdat hij het onder ogen had gezien en hulp had gezocht. De nieuwsrubrieken deden er keurig verslag van, maar aan alles kon je merken dat iedereen al jaren wist dat Kennedy een doorgewinterde alcoholist was, die vaak nauwelijks op zijn benen kon staan, niet op vergaderingen kwam opdagen en tijdens andere vergaderingen enkel glazig voor zich uit zat te staren. Kennedy was, luidde de verhulde boodschap, meestal ladderzat. De nieuwszender van de BBC liet steeds opnieuw een fragment zien van de liberale democraat op bezoek in een bejaardenhuis, waar hij met een bowlingbal een stel kegels mocht omgooien. De afstand tussen bal en kegels was op hoogbejaarden afgesteld en bedroeg ongeveer één meter. Kennedy miste ze allemaal.

Maar minstens zo opvallend als de discretie waarmee de ernst van de zaak in het midden werd gelaten, was de taal waarin over Kennedy's drankzucht werd gesproken. Iedereen, zowel Kennedy's partijgenoten, de commentatoren als inbellende kijkers, spraken keurig van een ziekte. “Laten we niet vergeten dat waar Charles Kennedy aan lijdt, een ziekte is“, luidde een typerend commentaar, “een aandoening waar in Groot-Brittannië alleen al honderdduizenden mensen aan lijden.'' Kennedy was een moedig man, ging het verder, omdat hij was uitgekomen voor een ziekte waar anderen zich voor schamen en hulp had gezocht.

Een ziekte - alsof het om een virus ging. Kennedy kon er zelfs niets aan doen dat hij iedere dag opnieuw naar de fles greep, des te bewonderenswaardiger was zijn openhartigheid.

Dat moet de essentie zijn van politieke correctheid: je verklaart iemand met sociale problemen tot slachtoffer als een vorm van bemoediging. Hij heeft het al zo zwaar, dus waarom zou ik het nog erger maken dan het al is - en bovendien, wie ben ik om zo over hem te oordelen? Zo'n houding schept een gevoel van gemeenschap, en als dat gevoel gebaseerd is op leugens, dan zijn het nog altijd leugentjes om bestwil.

Het is een houding die op steeds meer weerstand stuit. In Engeland nog vooral bij eenlingen, zoals de schrijver-arts Theodore Dalrymple, wiens gebundelde kritieken op een samenleving die haar onderklasse gevangen houdt in passiviteit, in eigen land maar geen uitgever vinden - maar in Nederland bepaalt die afkeer inmiddels de toon van ieder debat. Veel mensen die zich als slachtoffers afficheren, zijn in werkelijkheid precies het tegenovergestelde: daders. Politieke correctheid is een scheldwoord dat inmiddels overal op kan worden toegepast - iedereen die er een mening op nahoudt die niet de jouwe is, beschuldig je meteen politieke correctheid - zoals in werkelijk politiek correcte tijden iedereen waar je het niet mee eens was, gewoon een fascist of racist was.

Deze krant bracht deze week een kort verslag van een stekelig debat tussen minister Pechtold van Bestuurlijke Vernieuwing en ex-wethouder Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam. Het ging over de aanhoudende problemen met de Nederlandse Antillen. Pastors beschouwde de Antillen nog hooguit als een “vooruitgeschoven post van een superieur Europa“. Pechtold: “U weet ook dat Antillianen bolletjes slikken omdat wij onze neus vol willen snuiven.'' Pastors: “Sorry hoor, het is weer eens de schuld van de Nederlanders.'' Volgens Pechtold zaait Pastors angst en verdeeldheid in Rotterdam, volgens Pastors verkocht Pechtold “politiek correcte praatjes“.

Afgezien dat het mij nog altijd domweg een kenmerk van beschaving lijkt om jezelf niet superieur te verklaren jegens wie dan ook, en het permanent verongelijkte toontje van Pastors me inmiddels op de zenuwen begint te werken (anderen verwijten dat ze onterecht het slachtoffer uithangen, en vervolgens jezelf en je achterban voortdurend tot slachtoffer uitroepen), zit er een kern van waarheid in zijn beschuldiging aan het adres van Pechtold. Het is onzin om bolletjesslikkers tot louter passieve slachtoffers te verklaren, die tot heroïnesmokkel zouden worden aangezet door behoeftige Nederlanders. Het is onzin om de smokkelaars de morele verantwoordelijkheid voor hun daden te ontzeggen. Drugssmokkel is geen ziekte, net zo min als de drankzucht van Charles Kennedy.

Maar dat wil niet zeggen dat sociale omstandigheden geen rol spelen, net zoals bij Kennedy (op mijn hotelkamer zag ik beelden van de voormalige partijleider als musicerende jongen, geflankeerd door zijn ouders; een blik op het benepen gezicht van zijn moeder achter de piano zei me genoeg). Mensen worden niet zomaar crimineel, net zoals ze niet zomaar alcoholist worden. Het probleem van de oude politieke correctheid was dat iedereen klakkeloos tot slachtoffer werd verklaard en de schuld altijd gelegd werd bij omstandigheden, de erfenis van het kolonialisme, discriminatie, een verkeerd milieu, sociale achterstelling. Het probleem van het huidige klimaat van antipolitieke correctheid is dat de schuld alleen nog maar gelegd wordt bij het individu, alsof er helemaal geen sociale omstandigheden bestaan - laat staan dat wij ons voor die omstandigheden verantwoordelijk hoeven te voelen. Wat betreft de bolletjesslikkers heeft zowel Pastors als Pechtold dus gelijk - het feit dat het sociale klimaat op de Antillen (en in Nederland) aantoonbaar een criminele loopbaan aanmoedigt, wil niet zeggen dat de drugssmokkelaars onschuldige slachtoffers in een verdorven wereld zijn. Je zult dus zowel het individu als de samenleving moeten veranderen - en dat gebeurt niet door er het leger op af te sturen, zoals Pastors voorstelt.

De antieke politieke correctheid en de huidige antipolitieke correctheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. In beide gevallen gaat het om het simplificeren van een complexe werkelijkheid, vanuit een positie van vermeende morele superioriteit. Een criticus als Dalrymple heeft mijn sympathie, omdat zijn boodschap iets anders is dan veel van zijn Nederlandse adepten schijnen te denken - dat mensen hun lot enkel en alleen aan zichzelf te wijten hebben. Dalrymple spreekt mensen aan op hun gevoel van verantwoordelijkheid, maar zonder hun vaak kansarme omstandigheden te negeren. Dat is echt iets anders dan zeggen dat de armen in Nederland niet met geld kunnen omgaan.