Aquaduct moet toerist naar Friesland teruglokken

In Friesland worden vijf nieuwe aquaducten gebouwd. Schepen kunnen zo met staande mast de autoweg kruisen. De provincie moet meer vaartoeristen trekken.

06012006. Sneek. Nederland. Aquaduct Houkesloot op de rondweg van Sneek. Foto Karel Zwaneveld Karel Zwaneveld Photograpy

Ook Friesland heeft een fileprobleem. Niet op de weg, maar op het water. In het Friese Merengebied is filevorming in de zomermaanden een bekend fenomeen. Bij Jeltesloot bijvoorbeeld, het grootste watersportknelpunt van de provincie. Op deze druk bevaren recreatieve vaarroute tussen Stavoren en het Prinses Margrietkanaal, liggen tientallen motorkruisers en plezierjachten soms wel drie kwartier te wachten voor de Jelteslootbrug opengaat. Jaarlijks passeren hier 80.000 schepen de brugwachter.

Ook op de weg staan 's zomers lange rijen auto's te wachten voor de brug. In Waterpoortstad Sneek passeren in het hoogseizoen 120.000 schepen de stad. Bij de brug over de regionale weg bij Galamadammen (Koudum), die het Johan Frisokanaal doorkruist, zijn dat er ongeveer 100.000. Aantallen die nergens in Nederland voorkomen, aldus Jan Doornbos, provinciaal projectmanager aquaducten.

Om het fileprobleem op zowel water als weg op te lossen worden er de komende twee jaar daarom nieuwe aquaducten in Friesland gebouwd. Waarom een aquaduct en geen brug? Doornbos: “We wilden een route waarbij schippers hun masten niet hoeven te strijken. De doorvaarhoogte onder een vaste brug zou 30 meter zijn. Zulke hoge bruggen bestaan niet in ons land en zijn veel te duur.“ Een aquaduct betekent het einde van lange wachttijden voor water- en wegverkeer. De bouw van de vijf (bij Woudsend, Galamadammen bij Koudum, Jeltesloot bij Hommerts en twee bij Sneek, waarvan de ene Houkesloot in de noordoostelijke rondweg in 2003 openging) is onderdeel van het Friese Merenproject. Dit omvat behalve de aanleg van aquaducten, tevens het verdiepen en verbreden van 500 kilometer vaarwater, de aanleg van nieuwe vaarwegen, het verhogen van 50 bruggen, de aanleg van nieuwe fiets- en wandelpaden, het vernieuwen van 13.000 hectare kades en oevers en de bouw van 2.000 nieuwe aanlegplaatsen. De 's zomers druk bevaren open-zeilbootroutes worden onderling verbonden en boten met een masthoogte tot 30 meter hoeven in principe geen bruggen meer te passeren.

Met de investering van 100 miljoen euro voor vijf aquaducten hoopt de provincie meer watersporters naar het Friese Merengebied te trekken. Want de laatste tien jaar is een dalende trend zichtbaar, stelt Doornbos. De lange wachttijden doen de reputatie van Friesland als watersportprovincie geen goed, weet hij. “Duitsers bijvoorbeeld gaan sinds de hereniging vaker naar watersportgebieden in eigen land. Maar als je het aantal bevaarbare kilometers vergroot, kun je de teruggang stoppen.“ In Leeuwarden wordt volgend jaar een aquaduct gebouwd op een nieuwe recreatieve vaarweg tussen de Friese hoofdstad en Grou.

Niet overal betekent de bouw van een aquaduct overigens het verdwijnen van de bestaande brug. In watersportplaats Woudsend bijvoorbeeld blijft de beweegbare brug in de dorpskern dienst doen. Maar het provinciale autoverkeer, dat zich nu nog dwars door de dorpskern perst, is verleden tijd dankzij de aanleg van een rondweg om het dorp. Daarin komt een aquaduct. Het vaarverkeer krijgt bovendien een verbrede alternatieve vaarroute voor het Prinses Margrietkanaal, dat druk bevaren wordt door beroepsvaart.

Het aquaduct van Woudsend is architectonisch bijzonder, vertelt Doornbos. Het is een groen aquaduct, met een schuinaflopend grastalud, zonder rechtopstaande betonnen wanden, waardoor de automobilist geen tunneleffect ervaart. “Groene aquaducten passen bovendien beter in het landschap“. Bovendien is de betonnen bak bekleed met een dun laagje Cortenstaal. “Onder invloed van het weer gaat die bak roesten en krijgt die een roestbruine kleur. Zo wilde de architect de associatie met een stalen schip en water leggen“, licht Doornbos toe.

Voor het ontwerp voor een aquaduct bij Woudsend schreef de provincie een prijsvraag uit. De opdracht luidde om een goedkoop en innovatief aquaduct te ontwerpen.

En dat is gelukt, aldus een enthousiaste Doornbos. “Het aquaduct kost slechts 4 miljoen euro en daar kun je geen brug voor bouwen.“ Ontwerper DHV maakt gebruik van de op 20 meter diepte liggende waterdichte kleilagen, waardoor er geen waterdichte betonnen- of folievloer hoeft te worden aangelegd. Het is voor het eerst dat dit procédé bij de bouw van een aquaduct in ons land is toegepast.

    • Karin de Mik