Vaderlijke gevoelens

Zijn bijnaam is flitsender dan zijn uiterlijk. Eerlijk gezegd maakt de aanblik van dit veelbesproken talent het tegendeel in mij wakker van wat hij en zijn groeiende schare fans zullen hopen. Vaderlijke gevoelens. Klaas-Jan, zul je goed uitkijken bij het oversteken? Heb je je bammetjes bij je? Ik zie een hoofd onder piekhaar dat gemaakt lijkt voor een blauwe overall, lekker klooi'n op het erf; daarin een glimlach die niet zozeer verlegen alswel een tikkeltje wereldvreemd aandoet. Het spleetje tussen zijn tanden vraagt in het boerenland waar hij vandaan komt waarschijnlijk minder luidruchtig om correcties dan op het Leidseplein. Bij het betrekkelijk gemoedelijke PSV mislukt omdat hij een schoppie nodig had: Klaas-Jan Huntelaar uit Hummelo, redder van Ajax.

Woensdag werden mijn vaderlijke gevoelens er tijdens een oefenpotje in Haarlem niet minder op. Daar liep hij nu, voor het eerst met die wereldberoemde rode baan op zijn shirt. Tweeëntwintig jaar en volgens mensen die hem kennen veel sterker geworden dan vroeger. Klaas-Jan heeft zich de laatste jaren goed ontwikkeld. Na PSV keerde hij terug naar zijn vertrouwde Achterhoek, naar de Superboeren van De Graafschap. Hij knokte zich via AGOVV (eerste divisie) naar SC Heerenveen. Daar maakte hij eerst in een heel seizoen zeventien competitiedoelpunten en daarna in een half seizoen zeventien: over ontwikkeling gesproken. Gebrek aan startsnelheid en “passeervermogen' compenseerde hij door tijdens de aanvalsopbouw de juiste kant op te lopen en door te voldoen aan het magisch criterium “op de juiste plek staan'. Klaas-Jan stond dermate vaak op de goede plek en scoorde met een almaar aanzwellende bravoure zoveel mooie en belangrijke doelpunten dat Ajax rond de jaarwisseling pardoes negen miljoen euro overmaakte.

De man van negen miljoen toonde in Haarlem wat hij ondanks alle progressie nog altijd is, een “afhankelijke' spits. Hij moet goed aangespeeld worden, liefst van de zijkanten, en dat werd hij vrijwel nooit. Het gepruts van Ajax op deze doelpuntloze winteravond maakte dat ik mijn vaderlijke hart vasthield. Afgezien van een duizelingwekkend salaris was niet te zien wat hij in dit gezelschap te zoeken heeft. Hoe in hemelsnaam moet hij zijn voortreffelijke kopballen afvuren als er nooit een goede voorzet komt? Wat moet Klaas-Jan uit Hummelo aanrichten tussen dolende Amsterdammers die zo te zien niets voor een medespeler over hebben, tussen zwaarmoedige types zonder deugdelijk samenspel?

Jongens, jongens, dacht ik, toen ik achteraf in de bestuurskamer van HFC Haarlem hoorde dat Klaas-Jan nadat hij was gewisseld een schop tegen een deur had gegeven: als dat maar goed gaat.

    • Auke Kok