Strijders van het scharrelei

De Groningse bioloog en journalist Koos Dijksterhuis, onlangs bekroond voor zijn boek De kiekendieven van het Oldamt, heeft een zwak voor eigenzinnige doordouwers, voor mensen - mannen veelal - die hun eigen weg volgen en zich niets van anderen aantrekken.

nijmegen, beek/ubbergen, 21-4-2000 jaap dirkmaat , voorzitter das&boom , vereniging voor de bescherming van bedreigde diersoorten en hun leefmilieu ©evelyne jacq Jacq, Evelyne

Biologisch-dynamisch veehouder Herman Kok is zo iemand, een boer die dwars tegen alle regels van het ministerie van Landbouw ingaat en die zijn scharrelvee, kippen en grond behandelt zoals híj het wil: geen vaccinaties, geen mestinjectie en geen ruimingen. Invallen van de AID, de machtige inspectiedienst van het ministerie, van de ME, gevangenisstraf en eindeloze juridische procedures krijgen hem niet klein. Hij laat zich niet in het sjabloon van de bio-industrie drukken.

Of neem Jaap Dirkmaat, de oprichter van stichting Das&Boom, die met juridische middelen de strijd aangaat tegen rijk, provincies, waterschappen en gemeenten, en hun belet om Nederland vol te plempen met bedrijventerreinen, Vinex-locaties en rijkswegen. Dirkmaat is goed van de tongriem gesneden en zijn sarcasme en hoon, het liefst zo openlijk mogelijk, heeft al menig bestuurder het bloed onder de nagels vandaan gehaald. Bedreigingen van boeren en wegenbouwers laat hij van zich afglijden. Maar Dirkmaat maakt ook ruzie met natuurbeschermers, omdat hij ervan uitgaat dat in Nederland vooral het oude cultuurlandschap de moeite van het redden waard is - verruigde wildernis, het gebruikelijke resultaat van “nieuwe natuur', is voor veel dieren van weinig waarde. Daarom heeft hij begin dit jaar zijn Deltaplan voor het landschap gelanceerd: “Nederland weer mooi'. Daarin ontvouwt hij zijn plannen om het landschap weer aanzien te geven, plannen overigens die hij economisch onderbouwt met toeristische opbrengsten en vermeden kosten voor vakantieverkeer. Centraal element in het Dirkmaats landschapsplan is de heg, liefst gevlochten, die het landschap vormgeeft en toch openhoudt, die nestgelegenheid en luwte biedt .

Zeker zo vasthoudend als beroepsactievoerder Dirkmaat is Theunis Piersma, wadvogelonderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel en sinds enkele jaren hoogleraar dierecologie aan de RU Groningen. Hij is degene geweest die onderkende dat de mechanische kokkelvisserij de Waddenzee ernstig beschadigde. Terwijl de Waddenvereniging zich vooral bezighield met verzet tegen gaswinning, schreef hij publicatie na publicatie waarin hij de achteruitgang van het aantal schelpdieren beschreef en de afhankelijkheid daarvan van sommige wadvogelsoorten.

Piersma sloot zich aan bij de “Wilde Kokkels', een actiegroep die het voor gezien hield bij de Waddenvereniging, en maakte zich zo gehaat bij het ministerie van Landbouw dat de grote opdracht voor onderzoek van de Waddenzee, bij uitstek zijn onderwerp, aan alle ecologische instituten in Nederland werd gegund, behalve aan zijn NIOZ. Maar, al zijn zijn geliefde kanoeten in aantal gehalveerd, Piersma kreeg gelijk van het Europees Hof: de mechanische kokkelvisserij is gestopt.

Overtuigd van hun eigen gelijk, zijn milieuridders als Jaap Dirkmaat en Theunis Piersma niet de gemakkelijkste mensen. Het is de verdienste van Dijksterhuis dat hij evenwichtige portretten heeft geschetst van acht mensen die tegen de bierkaai vochten. Sterk punt is dat hij die stukken omlijst met kleine interviews met hun tegenstrevers. Nog meer diepgang zou zijn bundel hebben gekregen, als Dijksterhuis oog had gehad voor het tragische element in hun koppige strijd tegen aantasting van natuur en landschap. Want vechten tegen de bierkaai is mooi, maar winnen doe je nooit.

Koos Dijksterhuis: Winnen van de bierkaai. Eigenzinnige pioniers voor natuur, landschap en milieu. Jan van Arkel, 192 blz.euro 12,95.