Spaanse schimmen

De recente waarschuwing uit de mond van een hoge militair dat het leger dient in te grijpen in democratische besluitvorming herinnert Spanje dezer dagen aan de zwarte bladzijden van zijn verleden. Zeventig jaar nadat rebellerende militairen onder leiding van generaal Franco met een burgeroorlog een einde maakten aan Spanje's democratie en 25 jaar na de mislukte couppoging van kolonel Tejero, leek het oude monster van de militaire pronunciamiento weer de kop op te steken. Met het huisarrest en ontheffing uit zijn functie van de bevelhebber van de Spaanse landmacht, luitenant-generaal Meda, heeft de regering onder leiding van de socialistische premier Zapatero de vereiste daadkracht getoond.

Hopelijk gaat het hier om een geïsoleerd incident. De uitspraken van Meda zijn echter wel te beschouwen als een symptoom van de verslechterde democratische verhoudingen. Veelzeggend was in dit verband de reactie van de conservatieve Partido Popular, die begrip toonde voor de onrust in militaire kring en meende dat de regering hiervoor verantwoordelijk is.

Aanleiding van de uitspraak van de generaal is de door het Spaanse kabinet aangezwengelde discussie over het statuut waarin de autonomie van de Catalaanse regio wordt geregeld. Hoewel de onderhandelingen hierover nog gaande zijn, meent de conservatieve partij op voorhand dat de regio zóveel onafhankelijkheid krijgt dat de Spaanse grondwet wordt geschonden. Spanje dreigt zo volgens partijleider Rajoy uiteen te vallen. En het leger heeft de grondwettelijke taak in te grijpen om de eenheid van de natie te beschermen, luidt de redenering.

Het geeft te denken dat de belangrijkste conservatieve partij van Spanje na dertig jaar democratie nog altijd moeite heeft met de notie dat er geen onafhankelijke positie van het leger bestaat bij het garanderen van de constitutie. De Spaanse grondwet van 1978 bepaalt weliswaar in een paragraaf dat het leger de taak heeft de constitutionele orde te verdedigen, maar dat betreft een typische concessie uit de overgangssituatie direct na de militaire dictatuur. Verderop laat de tekst geen twijfel bestaan over de uiteindelijke onderworpenheid van de strijdkrachten aan de burgerregering. De aparte vermelding van de militaire verantwoordelijkheid, die alleen maar tot verwarring kan leiden, zou als ongewenst anachronisme definitief uit de grondwet geschrapt moeten worden.

De discussie over het Catalaanse statuut staat daar los van en is terecht onderwerp van politiek debat. De Partido Popular schept als oppositiepartij echter een klimaat waarin niet het beleid, maar de democratische legitimiteit van de huidige regering in twijfel wordt getrokken. Eerder waren er suggesties dat de socialistische partij aan de macht is gekomen door middel van een complot met Baskische en islamitische terroristen. De conservatieven leggen hiermee een hypotheek op het politieke debat en beschadigen hun democratische geloofwaardigheid als alternatieve regeringspartij.