Noren zijn weer schaatsgek

In Hamar worden dit weekeinde de Europese kampioenschappen allround voor mannen en vrouwen gehouden. Het provinciestadje staat symbool voor de wederopleving van het schaatsen in Noorwegen.

Niet de hoofdstad Oslo met het vermaarde Bislett, maar het lieflijke provinciestadje Hamar is van oudsher het centrum van het Noorse schaatsen. De eerste vierhonderd-meterbaan werd eind negentiende eeuw op het bevroren meer van Mjösa uitgestippeld, tegenwoordig trekken schaatsers hun baantjes op het ijs van het Vikingskipet, gebouwd voor de Olympische Winterspelen van 1994.

Stadiondirecteur Viggo Sundmoen heeft vanuit zijn kantoor een fraai uitzicht op de laaglandbaan - Hamar ligt tweehonderd meter boven de zeespiegel. Hij bevestigt dat de enige officiële schaatshal van Noorwegen voor de Europese kampioenschappen van dit weekeinde voor het eerst sinds jaren is uitverkocht. Het Vikingskipet telt negenduizend zitplaatsen.

Het schaatsen leeft weer in Hamar en omstreken. Met dank aan de Amerikaanse bondscoach Peter Mueller, die vier toprijders klaarstoomt voor de Olympische Winterspelen die over een maand in het Italiaanse Turijn beginnen. Het toernooi in eigen land is voor de Noren meer dan een oefenpartijtje.

Eskil Ervik, Lasse Saetre, Havard Bokko en Oystein Grodum moeten vervlogen schaatstijden doen herleven. Toen Noorwegen nog het patent had op de internationale kampioenschappen. Om het verval in cijfers uit te drukken: Johann Olav Koss was in 1991 de laatste Noorse winnaar van een Europese titel.

Schaatsen en langlaufen zijn traditiegetrouw de populairste sporten in Noorwegen, maar skiën, biatlon, handbal en voetbal zijn meer van deze tijd. Door de recente successen van de Noorse schaatsers - Ervik en Grodum reden wereldrecords - zijn de kijkcijfers en de sponsorcontracten enorm gestegen. Naar verwachting een miljoen landgenoten, bijna een kwart van de totale bevolking, zitten dit weekeinde voor de televisie. Een paar jaar geleden waren de rechtstreekse uitzendingen afgeschaft en werden slechts samenvattingen van Europese- en wereldkampioenschappen getoond.

Finn Aamodt, vader van de Noorse skikampioen van de jaren negentig, is als technisch directeur verantwoordelijk voor het schaatsbeleid van de Noorse bond. Mede door zijn komst gaan de subsidies, recettes, televisie-inkomsten en commerciële winsten niet langer rechtstreeks naar de grote kampioenen en hun begeleidingsteam. Aamodt geeft het geld voor een belangrijk deel aan de zes regiobesturen, die moeten zorgen voor een goede doorstroming naar de nationale top.

“In het verleden werkte iedereen langs elkaar heen en was er nauwelijks sprake van beleid, met wisselende prestaties als gevolg. Na Koss was er niemand om het stokje over te nemen“, vertelt Aamodt op fluistertoon. Hij staat bekend als een verlegen en bescheiden persoonlijkheid, die niet graag als wonderdokter wordt afgeschilderd.

Aamodt: “Nu trainen alle regiocoaches met dezelfde schema's als bondscoach Mueller. Het resultaat mag er zijn: de jeugd doet het steeds beter en ik zie ook steeds meer jongeren hard trainen op onze buitenbanen. Want vergeet niet: Noren houden van wintersporten en zijn het liefste in de natuur. Toch zijn we wegens de grote afstanden gedwongen tot de bouw van meer indoorbanen. In Trondheim kan dit jaar al geschaatst worden. In Valle Hovin (bij Oslo, red.) zijn ook serieuze bouwplannen.“

Aamodt verwoordt de terugkerende populariteit van het hardrijden aan de hand van een sprekend voorbeeld. “Met kerst kochten de ouders in Noorwegen altijd ski's voor hun kinderen. Maar afgelopen keer is een recordaantal schaatsen verkocht. Dat is een teken aan de wand. We zijn langzaam uit een diep dal aan het kruipen.“

    • Jaap Bloembergen