Nee, nee, blijven liggen!

Josse de Pauw maakt zijn voorstelling “Volk' met behulp van veel figuranten. “Eindeloos die instructies, die schouderklopjes en die herhaling, ik heb er het geduld er niet voor.“

Josse De Paauw foto Maarten vanden Abeele Abeele, Maarten vanden

“Een paar maanden geleden zat ik met componist Pierre Vervloesem voor het raam van een frituur in Anderlecht. Buiten regende het, er reden trams voorbij, auto's toeterden. Ik vroeg Pierre wat muziekmaken voor hem betekent. Hij zei: muziek is voor mij het moment tussen “start' en “stop'. Daarop wees hij naar buiten en zei: “start'. Toen was hij een hele tijd stil, terwijl buiten het leven verder ging. Toen zei hij: “stop'. Ik begreep precies wat hij bedoelde.“

Regisseur, acteur en artistiek leider Josse De Pauw van Het Toneelhuis in Antwerpen is bij zijn voorstelling Volk eveneens uitgegaan van het “start' en “stop' principe. Gestileerder, maar met evenveel ruimte voor het alledaagse.

Op een plein ontploft een bom, terwijl er veel mensen aanwezig zijn. Wat gebeurt er vervolgens? Hoe lang duurt het voor de wereld weer doordraait? Wat waren de verhalen van die mensen en hoe vertel je die?

De explosie vindt plaats aan het begin en aan het einde van de voorstelling, als de 'start' en de 'stop' van het stuk. Er tussenin speelt zich het leven af.

In de kantine van de Antwerpse Bourlaschouwburg bespreken Josse De Pauw en zijn assistent-regisseur Lotte van den Berg de komende repetitie. Er zijn nog tien dagen te gaan voordat de eerste productie van De Pauw als tijdelijk artistiek leider van Het Toneelhuis in première gaat. Zijn voorganger Luk Perceval is naar Berlijn vertrokken om daar vaste regisseur te worden bij de Schaubühne am Lehniner Platz. Zijn opvolger Guy Cassiers treedt volgend jaar pas aan in Antwerpen.

Ook voor Van den Berg is het de eerste nieuwe productie die ze bij Het Toneelhuis maakt. De Nederlandse regisseur zal de komende vier jaar nauw met Het Toneelhuis gaan samenwerken en begon een paar maanden geleden al met een herneming van haar succesvolle jeugdvoorstelling Het Blauwe Uur.

“Ik wil mijn behoefte aan knippen, aan stukken eruit halen tegengaan“, zegt De Pauw, “want die komt voort uit het “mooi' willen maken van de voorstelling. Terwijl ik juist ruimte wil houden, zoveel mogelijk vrijheid. Anderzijds moeten we wel volgordes vastleggen, fijnslijpen.“

In Volk zit geen verhaal met kop en staart. Wat helpt is het stuk zien als een jamsessie. Er is één duidelijke gebeurtenis die als thema fungeert: de ontploffende bom op het plein. Peter Verhelst schreef daar twee teksten over. Eén daarvan is voor Titus Muizelaar die als een soort wraakengel alsmaar het einde van de wereld aankondigt. De ander is voor Tom Jansen, die als zwerver niet aflatend raaskalt. Op deze teksten komen reacties van de overige acteurs, met verhalen die ze zelf schreven, die gaan over hun eigen methodes om de wereld bijeen te houden. De verhalen van aantrekkingskracht door de twee Geliefden Sara De Bosschere en Tom Dewispeleare, het extatische geluk van de Danser (Benny Claessens) en de Filmfreak (Stefan Perceval), die alsmaar over ijsberen en Jennifer Aniston tekeer gaat. Ze spreken soms door elkaar en af en toe klinkt er een solo op.

Voorbijganger

Maar de figuranten die overal op het podium zitten, zijn misschien nog wel belangrijker instrumenten. Zij vertellen door er simpelweg te zijn het verhaal van de toevallige voorbijganger. Hun inbreng is de humus van Volk, een voorstelling waarin de woorden het uiteindelijk afleggen tegen muziek, compositie en lichaamstaal.

Benny Claessens danst. Zijn grote lijf draait als was het gewichtloos een pirouette, twee veel dunnere dansers aan weerszijden doen hetzelfde.

Voor het podium, vlakbij het publiek staan vijf muzikanten die hem houvast geven, maar ook zonder muziek danst Claessens. Hij oogt als een dik koekoeksjong tussen twee jonge spreeuwen. “Ik hou van dansen“, vertrouwt hij stralend het publiek toe, “het is zó - ik kan het niet zeggen...“ . En weg is hij weer, om te laten zien wat hij bedoelt. Zijn dikke buik piept soms onder zijn roze shirt uit, maar zijn bewegingen zijn soepel, het ritme zit vanbinnen. Hem kan het niet schelen dat hij het niet kan uitleggen, zolang hij maar kan laten zien wat hij voelt.

“Dóen, niet vragen, dóen“, fluistert Tom Dewispeleare tegen zijn geliefde. Hun ogen zitten aan elkaar vastgezogen. Blind voor de drukte om hen heen. Ze zoenen, minutenlang, terwijl het hilarische verhaal over pinguïns en ijsberen dat de Filmfreak aan het vertellen is volkomen langs ze heengaat.

“Als jullie de zoen nog íets langer kunnen rekken“, onderbreekt de regisseur het spel, “dan sluit het beter aan bij het stuk dat erop volgt.“ De acteurs knikken en wenden zich weer tot elkaar.

“Ik heb goesting om te laten zien wat een vrouw met een man doet.“

“Hoe ze met hem spreekt?“

“Wat ze dóet met de man, wat ze hem aandoet.“

De Pauw: “Ik ga de acteurs niet uitleggen hoe ze moeten spelen. Dat kunnen ze al. Het enige dat ik wel eens gezegd heb is hoe ongelooflijk moeilijk het is om op het toneel bijna niets te doen. Je bent immers in eerste instantie een projectiescherm voor de toeschouwer. Een blanco figuur, dat door de kijker kan worden ingevuld. Daniel Van Haverbeke kan dat goed, een van de amateurs. Die staat vooraan op het toneel naast de wraakengel, en hij staat daar gewoon, prachtig vind ik dat. Het enige verschil tussen hem en een geschoold acteur is misschien dat die laatste iets beter aanvoelt wanneer hij weer afmoet.“

Aan het begin van de productie was er sprake van wel honderd man “volk' op het toneel. Praktisch bleek dat onhaalbaar. Nu zijn er tien figuranten, geselecteerd en begeleid door Lotte van den Berg.

“Ik moet zitten, alles bezien en ik mag niet gapen“, somt figurant Fine Zimmerman - zichtbaar de moeder van actrice Frida Pittoors - haar taken op. “Lotte ziet alles en ze zegt dat het publiek ook alles ziet.“

“Dus je mag ook niet in slaap vallen“, grapt een meisje dat haar huiswerk zit te doen. Datzelfde huiswerk doet ze ook op het podium, in een hoekje met een vriendin die net als zij zeventien is.

Lotte geeft haar spelers voortdurend instructies. Zodra een scène wordt omgegooid betekent het immers ook dat de figuranten andere kanten op moeten wandelen. Van den Berg heeft ze geleerd dat ze dat wandelen niet moeten spélen, maar gewoon moeten doen. Ze is zelfs met de hele groep de straat op gegaan, om op pleinen te kijken hoe het leven er aan toegaat. De twee dansers die met Claessens meedansen en die ook gedurende de rest van de voorstelling te zien zijn, gingen mee naar buiten. Zo kwamen straatgebaren van voorbijgangers in de dans terecht. En ook de amateurs hebben die bewegingen geoefend. De scène die daaruit voortkwam, werd weggesneden, omdat De Pauw ook van de amateurs zo min mogelijk “bestudeerde' bewegingen wil zien.

Schouderklopjes

De Pauw: “Ik zou het niet kunnen, amateurs begeleiden. Eindeloos die instructies, die schouderklopjes en die herhaling, ik heb er het geduld er niet voor.“

Van den Berg, een beetje schuldbewust. “Gisteren ben ik ze na afloop vergeten in de kleedkamer, omdat ik in een hevig gesprek met de acteurs verwikkeld raakte. Toen waren ze echt een beetje van slag. Ik zal het napraten vandaag beter met ze afspreken.“

Ook De Pauw verontschuldigt zich even later tegenover de figuranten. “Sorry dat ik jullie gisteren zo lang liet liggen“, zegt hij, terwijl de amateurspelers om hen heen klonten. Je herkent ze direct. Hun tred is wat onzeker, ze kijken aarzelend om zich heen. “En het hielp vast ook niet dat toen Lotte eindelijk zei dat jullie op mochten staan, ik er meteen overheen dook met “Nee nee, blijven liggen!'.“ Instemmend gegrinnik, het is hem al vergeven. “Ik verveel me niet hoor en dat liggen viel ook best mee“, zegt een van de zeventienjarige meisjes opgewekt, “er wordt alsmaar van alles veranderd en ik ken de teksten van de acteurs nu wat beter. In sommige verhalen spreek ik geluidloos mee.“

Volk vraagt niet alleen veel van de figuranten, maar ook van de toeschouwer. De Pauw vermoedt dat er mensen zullen zijn die de compositie direct aanvoelen, waardoor ze “fan“ worden. Dat zijn mensen die houden van deze vorm van theater, “niet betuttelend“, een losse samenstelling.

Maar hij verwacht ook dat mensen juist verstrikt raken in die open vorm. “En daar zijn dan weer twee soorten van: het soort dat het stuk met een zeker genot zal afvallen en het soort dat het vreselijk vond maar dat niet goed durft te zeggen uit angst voor dom te worden uitgemaakt.“

“Nederlanders willen altijd weten waar een stuk over gaat“, heeft de regisseur een keer in een interview gezegd, dus het is een beetje eng om te vragen.

“In Volk vertel ik gewoon heel veel“, legt hij uiteindelijk uit, met een afwerend glimlachje, “het is een dik belegde boterham.“

Iets serieuzer voegt hij eraan toe dat hij niet op een theoretische of dramaturgische manier over de betekenis van zijn voorstellingen denkt. Hij beleeft ze als een speler, van binnenuit. “Ik krijg ook steeds meer zin om mee te doen, om in die boot te zitten. Het is een lang stuk voor mijn doen, met zoveel mensen, zoveel verhalen, maar ik word er steeds blijer mee. Gisteren zat ik naar de doorloop te kijken en toen dacht ik na afloop: “Man, wat een knáp spektakel'.“

Dat spektakel begint met een oude dame die haar Noorse vestje in een hoopje op de grond legt. Haar ene schoen trok ze al eerder uit. Haar andere legt ze aan het einde van het toneel. De man naast haar kleedt zich helemaal uit. Op zijn sokken na. Met trage bewegingen komen steeds meer mensen het toneel op en uiteindelijk ligt iedereen; een slagveld. Even gebeurt er niets en dan is het weer voorbij. De naakte man doet als eerste zijn lange haar in een staartje, de oude vrouw gaat op weg naar haar schoen. De diepe basstem van zwerver Tom Jansen klinkt op uit de lijven. Over pizza praat hij, “hot & spicy“ en over chocolade mousse met een toef slagroom. Als één organisme krabbelt iedereen overeind en vervolgt zijn weg. Zeventien minuten later is het podium bijna leeg op de twee dansers na, die een serie bewegingen herhalen op het ritme van de muziek. De oude dame zit er ook nog, op haar vaste plek op het bankje.

Aan het slot is de chaos van mensen en teksten steeds groter geworden. Dan ontploft er weer een bom. Opnieuw liggen overal lichamen en kledingstukken verspreid op de grond. Zelfs de dame is van haar bankje geblazen.

Door de chaos heen komt wetenschapper Geerdt Magiels aangestapt. Met een microfoon in de hand begint hij vanuit wetenschappelijk oogpunt te vertellen wat er nou precies gebeurt bij zo'n explosie. Boeiend en gruwelijk is zijn exposé. Een zelfmoordterrorist explodeert ook zelf. Dat zorgt voor een veel voorkomende verwonding; stukjes bot van de terrorist in de lichamen van de slachtoffers.

De lezing toont nog het scherpst hoe moeilijk we met alleen woorden het leven kunnen benaderen. Wat hebben we er uiteindelijk aan te weten dat een explosie een lichaam met 800 meter per seconde weg katapulteert?

Of is die lezing juist de essentie van het menszijn? Het komt uiteindelijk neer op eiwitten en de werking van ons geheugen, dat, zo vertelt Magiels, niet bedoeld is om te onthouden, maar om het heden beter te verdragen.

Inl. (00) 32 3 224 8844 of www.toneelhuis.be

“Volk' gaat op donderdag 19 januari in première en is tot en met 4 februari te zien in de Bourlaschouwburg te Antwerpen.

    • Jowi Schmitz