Moordenaarstoneel

Mijn ontmoeting met de seriemoordenaar Henri-Désiré Landru dateert van ongeveer tien jaar geleden. Het was tijdens een wandeling in de omgeving van Parijs, bij het dorpje Gambais. Schemerige huisjes aan de rand van het bos van Rambouillet, een begraafplaats, en “ah!“, riep mijn reisgenoot opeens. “Hier woonde Landru, de mythe!“

Henri Désiré Landru (1869-1922), criminel français. HRL-600829B ROGER_VIOLLET

Misschien was het dat woord, mythe, waardoor het toen kwam. Die kortstondige sensatie dat we op een historische plek beland waren. Want zeg nou zelf, een mythe met zoiets gewoons als een adres Onwillekeurig denk ik bij mythen nog aan epische verhalen die de tragiek van het leven verbeelden, voorbij de vragen van goed en kwaad. Mythen horen niet te traceren te zijn. Ze staan zelf aan de oorsprong van de wereld.

Nu is Landru terug. Hij staat in het populaire Théâtre de Marigny, in het park naast de Champs Elysées. Avond na avond een succes. Maar ik ben op mijn hoede. Ik vrees dat mijn verwachtingen van mythen ouderwets zijn - mythen zijn allang grondig gedemocratiseerd. Ook in Frankrijk, juist hier. Dit is immers het land waar, dankzij Roland Barthes, ook de Citroën DS, de Tour de France en wasmiddelen al decennia als mythen gelden. Frankrijk fabriceert aan de lopende band nieuwe mythen. Ex-president François Mitterrand, deze maand tien jaar dood, is op hard weg een mythe te worden, zegt de radio nu elke dag. Vorig jaar voltooide Jean-Paul Sartre zijn tranformatie tot mythe - het Café de Flore heeft voorgoed gewonnen van het existentialisme. En dan zijn er de filmmythen, die niet eens wachten op het overlijden van hun model. Brigitte Bardot leeft nog volop, maar als mythe bestaat ze alleen in verleden tijd.

Aan welke voorwaarden moet je voldoen om als mythe enige kans op episch overleven te maken? Mitterrand is nog niet zo ver. Een stroom nieuwe boeken en documentaires getuigt deze maanden van fascinatie voor zijn “romaneske' personage. Maar er zijn nog geen toneelstukken of films die hem vakkundig vervormen. Hij is nog teveel zichzelf.

Landru moet genoeg tijd gehad hebben. Hij wordt al een mythe genoemd sinds hij in 1922 per guillotine ter dood werd gebracht. Hij was veroordeeld voor de moord op elf vrouwen die hij vanuit Parijs een enkele reis naar Gambais had bezorgd - voor zichzelf kocht hij retourtjes. Tijdens zijn rechtszaak ontkende Landru alles, maar met zoveel cynisme en snedigheid dat hij er beroemd van werd. Er waren aanwijzingen dat hij zijn slachtoffers verbrand had op zijn piepkleine houtfornuis. Er was het notitieboekje waarin hij de namen van 283 “maitresses' genoteerd had die hij via mini-advertenties had gevonden.

De rechtszaak leverde Landru zijn post-guillotinaire carrière op. Charlie Chaplin herschiep hem in 1947 in Monsieur Verdoux, Claude Chabrol filmde zijn Landru in 1963 - deels in Gambais. Vorig jaar was hij het onderwerp van een niet zeer geslaagde televisiefim, die alle pikante details nog eens oplepelde.

Maar de mythezoeker interesseren niet de feiten. Hij wil weten welke proporties een personage aanneemt. Ik had gehoopt dat Landru mij bijvoorbeeld van zijn onschuld zou overtuigen - zinnebeeld van het moderne individu dat altijd hoop koestert zich te rechtvaardigen. Maar helaas, de mythe verschrompelt voor mijn ogen. Acteur Régis Laspalès speelt Landru als een slimme lomperik, die voortdurend toespelingen maakt op zijn eigen slechtheid. Is hij coupable - schuldig? Nou, die vrouwen waren anders ook coupables - snijdbaar. Een seriemoordenaar om mee te lachen.

Dan realiseer ik me dat ik al een nieuwe mythe gezien heb. Een week eerder, in het Théatre de Montparnasse. Hij heet Louis Althusser. Sommigen zullen hem nog kennen als de een van de mastodonten van het marxistische structuralisme in de jaren zestig, lid van de communistische partij. Ernstig depressief ook, en in 1980 moordenaar van zijn vrouw Hélène Rytmann. Althusser werd ontoerekeningsvatbaar verklaard, niet veroordeeld. In 1990 overleed hij, geïsoleerd en bijna vergeten.

Maar ook Althusser is terug, net als Landru. Hij heet nu Henri, en wordt gespeeld door Claude Rich - een gevestigde acteur die ervaring heeft met Galileo, Léon Blum en andere historische figuren. Althusser krijgt onverhoeds mythische allures in Le Caïman, geschreven door Antoine Rault en geregisseerd door de van oorsprong Duitse regisseur Hans Peter Cloos.

Het stuk speelt de laatste dag voor de moord. Henri is net drie dagen zoek geweest. Het is het moment van alle waarheden, alle verwijten. De wanhoop van de filosoof loopt op. Zijn kampverleden, zijn jeugdtrauma's, zijn gekte - alles valt samen met het dichtslibben van de uitwegen die hem houvast in het leven boden: het marxistisch-structuralisme, de psychoanalyse. De failliete systemen uit de vorige eeuw vloeien samen met een eeuwige strijd. Die van idealisten die elkaar doodknellen in een intens streven naar volledig geluk en absolute waarheid. Hij is daarbij wanhopiger, gekker, banger dan zij. En knelt harder.

Deze Althusser is een archetype van de wanhopig worstelende moderne individu, die - omdat hij zo intelligent is - denkt dat denken helpt, maar zich in werkelijkheid vastklampt aan illusies. “Ik heb mijn hele leven gelogen“, zegt Henri. Of het zo gegaan is doet er niet toe. “Er is geen Henri meer“, zegt Henri. Hij verdient een kans als mythe.