“Mijn taal typeert de tropen'

,,Op de Caraïbische eilanden leven de oude mythen, zoals die voorkomen in de werken van de Griekse schrijvers, nog steeds sterk,’’ zegt Austin Clarke, uit Barbados, die morgen te gast is op het festival Winternachten. Hij schreef een klassieke tragedie over de wraak van een zwarte vrouw op haar meester

,,Op de Caraïbische eilanden leven de oude mythen, zoals die voorkomen in de werken van de Griekse schrijvers, nog steeds sterk,'' zegt Austin Clarke, uit Barbados, die morgen te gast is op het festival Winternachten. Hij schreef een klassieke tragedie over de wraak van een zwarte vrouw op haar meester.

2/9/2005 Foto Freddy Rikken Austin Clarke schrijver Canada Rikken, Freddy

Schrijver Austin Clarke is een gedistingeerd man. Hij draagt een zwart pak, wit overhemd. Kleine grijze krullen op het hoofd. Voordat het gesprek begint - hij bezocht op 30 september 2005 Amsterdam - wil hij eerst graag zijn roman Mijn leven in schande (The Polished Hoe) signeren en dateren. Zijn handschrift is fors en boven zijn naam trekt hij een dwingende streep. Clarke, geboren in 1934, zegt: ,,Ik ben in armoede opgegroeid op een klein eiland in het Caraïbische gebied, Barbados. Ik herinner me nog levendig de lagere school. Ik ben van Afrikaanse afkomst. Nog steeds zit in elke klas wel een jongen of een meisje met ambities, dromen en verlangens. Ik wilde altijd weg van dat kleine eiland.“

Mijn leven in schande zoals de Nederlandse versie luidt van The Polished Hoe (letterlijk vertaald De gepoetste schoffel) verscheen in 2002 en maakte Clarke beroemd. Het is een fascinerende roman waarin Clarke moeiteloos de stijl van William Faulkner mengt met een tragedie van Shakespeareaanse allure. Het boek werd bekroond met de Commonwealth Writers’ Prize, een van de belangrijkste internationale literaire prijzen. Bovendien ontving Clarke in Canada twee belangrijke onderscheidingen: de Giller Prize en de Trillium Award. Sinds 1955 woont hij in Toronto, waar hij verbonden is aan de University of Toronto, als docent creative writing.

Toch wil Clarke niet meteen vergeleken worden met Faulkner. ,,Faulkner schrijft uit een blank en westers perspectief, ik schrijf uit de invalshoek van de Afrikaanse immigrant. Faulkner staat naar mijn mening verder weg van de gewone mens dan ik. Deze roman is doortrokken van de taal van de Caraïben. Mijn thema is de identiteit van de Afrikaan in Amerika, van de zwarte in een westerse samenleving.’

Moeder

In Mijn leven in schande neemt Clarke de lezer mee naar 1952 op het fictieve, West-Indische eiland Bimshire dat veel overeenkomsten vertoont met Barbados. Clarke heeft het boek opgedragen aan zijn moeder, Gladys Irene Clarke-Luke. Hoofdpersoon is Mary-Mathilda, een zwarte vrouw die in de koloniale samenleving van Bimshire haar leven lang is vernederd op de dorpsplantage. De blanke manager heeft haar gebruikt als buitenvrouw. Bovendien is zij de moeder van zijn zoon Wilberforce. Op een zondag neemt ze het besluit haar baas, Mr. Bellfeels, te vermoorden. De schoffel waarmee ze jarenlang op de plantage heeft gewerkt, wordt haar wapen: in een bloederige scène vol wraakzucht doodt zij Bellfeels. De roman begint meteen na de moord, wanneer zij aan de politiecommissaris Sargeant haar bekentenis doet. In de vertelde tijd van de roman duurt haar meeslepende monoloog vierentwintig uur.

Austin Clarke zegt geboeid te zijn door juridische taal: ,,De politieman ontlokt aan Mary-Mathilda een schat aan informatie over haar leven als zwarte slavin in een blanke maatschappij. Haar monoloog is een rechtvaardiging van de moord. Zij heeft diep geleden onder de dwang van Bellfeels. De plaatselijke agent toont steeds meer begrip voor haar wanhoopsdaad. Hij vertaalt de emotionele woordenstroom van de vrouw in juridische termen, want per slot van rekening moet hij het rapport van de doodslag opstellen.“

Clarke kwam op het idee voor dit boek door een krantenbericht: ,,Ik kom voort uit een cultuur van verhalen vertellen. Boeken als The Canterbury Tales en The Adventures of Huckleberry Finn van Mark Twain behoren absoluut tot mijn favorieten. Dat zijn schelmen- en avonturenromans, voortgedreven door een onstuitbare vertellerskracht. Het schitterende van die boeken is dat het ene verhaal volgt uit het andere, net zoals de monoloog van mijn hoofdpersoon Mary-Mathilda bij de politieman zijn persoonlijke geschiedenis oproept. Zo raken hun levens verstrengeld met elkaar.“

Clarke heeft een uitgebreid literair oeuvre op zijn naam. The Polished Hoe is zijn negende roman. Net zoals in de verhalenbundels When Women Rule (1985) en There Are No Elders (1993) voert hij in zijn romans graag sterke en onafhankelijke vrouwen op met een trots en zelfbewust karakter. Clarke: ,,Dank zij mijn Caraïbische achtergrond heb ik een scherpe blik op de positie van de zwarte man en vrouw in een omgeving die wordt gedomineerd door blanken. Mijn boeken zijn doordrongen van de geuren, de lichtval en de sensibiliteit van de tropen. Voor de Canadese lezer is dat een ongekende sensatie, want de Canadese literatuur is overwegend noordelijk, koud, cerebraal. Met mijn taal probeer ik de lezer een bijna zintuiglijke sensatie van het leven op een tropisch eiland te geven.“

De lovende kritieken in de Canadese kranten plaatsen Clarke op een lijn met James Joyce, Eugene O’Neill en zelfs Homerus en Aeschylos. Clarkes Mary-Mathilda herinnert de ene recensent aan Penelope, de ander aan Molly Bloom uit Ulysses van Joyce. ,,Wat mij opvalt aan Canada is dat het een a-historische maatschappij is,’’ zegt Austin. ,,Het geschiedkundig besef van de gemiddelde Noord-Amerikaan is gering. Op de Caraïbische eilanden leven de oude mythen, zoals die voorkomen in de werken van de Griekse schrijvers, nog steeds even sterk. Dood, wraakzucht en fatale liefde zijn de wezenlijke thema’s van de klassieke tragedies. In mijn boek heb ik veel passages geschreven die lijken op regieaanwijzingen. Ik zag het boek ook voor me als een tragedie met de zwarte vrouw en de politieman als de belangrijkste protagonisten.“

Austin Clarke heeft in zijn leven meer gedaan dan alleen schrijven. Hij was leraar aan een plattelandsschool op zijn geboorte-eiland, docent aan verschillende universiteiten en cultureel attaché aan de ambassade van Barbados in Washington, manager van de Carribean Broadcasting Corporation en zelfs adviseur van de eerste minister van Barbados. Clarke vindt het voor een schrijver noodzakelijk om midden in het leven te staan. Hij zegt: ,,Ik deed onderzoek naar de strijd van immigranten op de West-Indische eilanden tegen racisme en economische uitbuiting. Ik wil dat mijn boeken authentiek zijn en niet gekunsteld of onecht. Ik luister naar de mensen om mij heen. Schrijvers die zogenaamd in afzondering of in een ivoren toren leven hebben niet mijn voorkeur. Zij staan bezijden de werkelijkheid, die zo ongekend rijk is. Kijk maar eens om je heen en bijna als vanzelf dienen de boeken en hun thema’s zich aan. Literatuur moet maatschappelijke problemen weerspiegelen. In de personage van de zwarte vrouw Mary-Mathilda geef ik een historisch en politiek overzicht van kolonialisme en slavernij op Barbados in de afgelopen eeuw.“

Verslavend

Het bedwelmend-zinnelijke taalgebruik van Mijn leven in schande is verslavend. Pas helemaal aan het slot van de roman, zo’n vijfhonderd bladzijden ver, geeft Clarke de beschrijving van de toedracht van de moord. Clarke zegt dat er Canadese lezers zijn die hierbij flauwvielen. Begrijpelijk. Met de vlijmscherp gewette schoffel bewerkt Mary-Mathilda het door haar zo gehate geslacht van Mr. Bellfeels. Een citaat: ,,Ze sloot haar ogen en schatte de afstand naar zijn gulp en de grootte van de opening en de lengte van de steel van de schoffel, ze sloot haar ogen en haalde voor de eerste keer uit. (...) En opnieuw met gesloten ogen, maar wetend waar de eikel was, zwaaide ze met de schoffel, en een derde en vierde keer... talloze malen in haar verdwazing. Dit was het makkelijke deel... en het was erg bloederig, als een verknoeide slachting...“

Clarke erkent dat hij die laatste bladzijden als in een roes van inspiratie heeft geschreven. Hij had grote moeite na voltooiing afscheid te nemen van het boek, zijn personages en vooral de taal. Clarke: ,,Ik verplaatste me in agent Sargeant, die zo aangeslagen is door het verhaal van de vrouw, dat hij niet langer schrijven. Het wordt hem te veel. Hij kan het niet langer. De motieven tot de doodslag, zoals jarenlange seksuele vernedering en uitbuiting, begrijpt hij helemaal. Ik ben de vrouw ook al schrijvend steeds beter gaan begrijpen. Mary-Mathilde is ervan overtuigd dat het geen blinde moordpartij is, maar een offer. De gedachte Bellfeels te vemoorden kwam in haar op tijdens een mis op zondagochtend toen zij luisterde naar een vers uit de Bijbel. De woorden hiervan luiden: ‘...en dat wij door het graf en de poorte des doods mogen overgaan tot onze eeuwigdurende verrijzenis.’“

Clarke neemt een lange stilte in acht, alsof hij terug is in de wereld van zijn boek. Dan zegt hij: ,,Ik wilde de blanke lezer laten weten welke schande de zwarte mens gedwongen wordt te ondergaan. Daarom sta ik ook achter de Nederlandse titel, al verschilt die sterk van de oorspronkelijke. Mary-Mathilda heeft een tragisch leven in schande geleid, en alleen deze moord kan haar van die smet verlossen.“

Austin Clarke over zijn Caraïbische tragedie

Austin Clarke: Mijn leven in schande. Vert. Arthur de Smet. De Geus, euro 27,50 (gebonden). Clarke treedt op tijdens het literatuurfestival Winternachten op 21/1, Theater aan het Spui, Den Haag. Inl.: 070-3465272; www.winternachten.nl